Fatsoen met een knipoog

Toen de Italiaanse humanist Andrea Alciato omstreeks 1520 een bundeltje gedichten getiteld Emblemata als nieuwjaarspresentje naar Augsburg stuurde, had hij niet kunnen voorzien dat hij een nieuwe literaire rage ontketende. Zijn cadeau belandde een paar jaar later op de persen van een slimme uitgever, die de epigrammen voorzag van illustraties en op de markt bracht. Het Emblematum libellus werd een groot succes; de invloed van het boek reikte van zeventiende-eeuwse schilders tot twintigste-eeuwse reclamemakers. Het embleem, een prentje met een gedichtje eronder en een motto erboven, was niet meer weg te denken uit de literatuurgeschiedenis.

In The Emblem maakt John Manning een duizelingwekkende tocht door de bonte wereld van plaatjes met praatjes. Van geleerde neo-latijnse grappen uit vroege emblemen tot alchemistische, religieuze of politieke motieven later. Manning plaatst het embleem in de verschillende tradities van symboliek en allegorie en wijst nadrukkelijk op de diversiteit in lezers.

Terecht relativeert Manning de pretenties van een speciale emblematische relatie tussen woord en beeld. Bij de complexe productiewijze van emblemen zijn schrijver, kunstenaar en drukker alledrie bepalend voor het uiteindelijke resultaat. Het `Gesamtkunstwerk' dat hieruit ontstaat is echter zelden het product van een zorgvuldig gecoördineerde actie. Wel kan men stellen dat bij het `lezen' van de afbeeldingen de tekst uiteindelijk meestal de oplossing geeft, niet het beeld. Waar bijvoorbeeld een olifant de ene keer staat voor kracht, kan hij elders wijzen op vroomheid.

Embleemboeken zijn op beschuldiging van moralisme en betweterigheid nooit echt tot de literaire canon toegelaten. Interessant is daarom Mannings uitgebreide aandacht voor de subversieve kant van het genre. Hoewel de moraal in embleembundels vaak dominant aanwezig is, blijkt onder deze expliciete fatsoensrakkerij vaak ruimte voor een dubbelzinnige knipoog of zelfs ondermijnende humor. Manning komt met mooie voorbeelden, al schiet zijn interpretatielust af en toe door. Een goed voorbeeld hiervan is zijn pornografische lezing van Alciato's embleem over de relatie tussen wijsheid en zwijgen. Alciato constateert in een gedichtje dat een dom persoon niet valt te onderscheiden van een verstandig mens zolang hij zijn mond houdt. Les: laat hem zijn `lippen op elkaar houden'. Manning ziet hier een heel bijzondere vorm van `tongue in cheek' in wanneer hij, ondersteund door geleerde passages uit het werk van de Romein Martialis, een relatie legt tussen zwijgen en fellatio.

The Emblem, een studie met 150 illustraties, is een rijke inleiding in een wereld die niet alleen voor bibliofielen en iconografen interessant is. Hoewel de algemene lezer soms meer richting zal wensen en de specialist zich zal storen aan een aantal slordigheden (zoals gebrekkige annotatie en spelfouten in vreemde talen), heeft het boek veel moois te bieden.

John Manning: The Emblem. Reaktion Books, 398 blz. €48,50

    • Arnoud Visser