Dorpse vogels in café De Klapwiek

Bij het lezen van de natuurroman Het ravenklif van de Canadese bioloog en berggids Ben Gadd moest ik denken aan een dichtregel van Bert Schierbeek. Het gaat over het wondere gemak van vliegen, dat hij vergelijkt met `een tik tegen de lucht' en je vliegt. Het is opvallend dat deze formulering over vliegen ook in Het ravenklif voorkomt. Wanneer de jonge raaf Colin – het boek verbeeldt de ravenwereld als mensenmaatschappij – moet leren vliegen, gaat dat tot zijn grote vreugde moeiteloos: `Je springt gewoon naar voren, maakt wat snelheid en spreidt je vleugels. De wind hield je in de lucht, nam je mee, kietelde je nekveren, wakkerde opeens aan en liet je een zijwaartse schuiver maken.'

Ben Gadd geldt als de belangrijkste kenner van de Canadese Rocky Mountains. Het ravenklif speelt zich af in Yamnuska, het steilste gebergte van de Rockies. Daar is sinds jaren een ravenkolonie gehuisvest. Gadd is onmiskenbaar een groot kenner en liefhebber van de natuur, die hem dag en nacht omringt. Zijn natuurbeschrijvingen zijn fraai en authentiek, de evocatie van het woeste bergland heeft precies het effect op de lezer zoals dat moet zijn: van een onbarmhartige schoonheid. Gadd kiest nadrukkelijk voor fictie, voor het verzonnen verhaal over de jonge raaf Colin die uit zijn nest tuimelt, daarbij zijn geheugen verliest en zich vervolgens in de harde levensstrijd staande probeert te houden.

Het vertelperspectief ligt geheel bij de raven. De raven hebben vergadering, ze doen een middagdutje, voeren gesprekken. Zack, een wijze kraai, treedt op als de beschermer van de jonge Colin. Elk aspect van de menselijke maatschappij is vertegenwoordigd, tot en met de journalistiek toe. Dat levert amusante taferelen op van roddelzucht en achterklap. Zowel in Canada, door schrijfster Elizabeth Marshall Thomas van Het verborgen leven van honden, als door de Nederlandse uitgeverij Atlas, is Het ravenklif vergeleken met Waterschapsheuvel. Dat lijkt me niet terecht. In dit ravenboek ontbreekt op vreemde wijze de overdracht van ornithologische of biologische kennis. Slechts een enkele keer weeft Gadd zijn ongetwijfeld reusachtige bekendheid en vertrouwdheid met de raven in het verhaal. Hij kiest nadrukkelijk voor de zuivere blik van binnenuit.

Een van de spannendste passages van het boek gaat over de ontmoeting tussen Colin en een lynx, het kleine, katachtige roofdier van het bergland. Colin raakt geheel gefascineerd door de brandend-gele ogen van de lynx, hij stapt tamelijk roekeloos op het dier af om op het nippertje aan zijn snelle klauw te ontkomen. De personificatie voert Gadd tot het uiterste door. Zelfs een soort ravencafé, de Klapwiek, ontbreekt niet. De toon is voornamelijk casual; wederwaardigheden over weer en wind, over bergbeklimmers, skiërs en de door de raven zo geliefde boterhammen met pindakaas die de mensen achterlaten.

Ik vrees toch dat Gadds consequente ravenperspectief de portee van het boek schade doet. Het is zo gewoontjes, scouting-achtig, met een tamelijk voorspelbare indianenvariant op de eeuwige bloedbroederschap van de troep, dat het bijzondere van een ravenkolonie langzamerhand uit het zicht verdwijnt. Er zijn literair hoogstaande boeken geschreven over vogels, zoals het fascinerende The Peregrine van J.A. Baker en Gevederde vrijbuiters van A.B. Wigman over onze roofvogels, waarin we meer te weten komen over de beschreven vogels dan in Het ravenklif over de raaf. In The Peregrine bijvoorbeeld is de vertellende ikfiguur de jagende persoon. Hij wil het vertrouwen van een ongetemde slechtvalk winnen. Gadds boek mist helaas de spanning tussen jager en gejaagde. Zijn ravenvolkje is vreedzaam en dorps, eerder mainstream. Aan het slot vindt er zelfs een verzoening plaats tussen raaf en mens, waardoor de vogel helemaal zijn onaanraakbaarheid verliest.

Wat veel redt, gelukkig, zijn de natuurwaarnemingen met een opmerkelijke voorkeur van Ben Gadd voor ochtend- en avondstemming en de weergave van de acrobatische vliegkunst van Colin en zijn groep, zoals in deze passage vertaald door Ruud Rook: `Ze vlogen in een slordige formatie, schoten voor en achter elkaar langs, stegen en daalden, stonden stil in de lucht en wonnen dan weer snel klapwiekend snelheid, beschreven een kurkentrekker naar links of naar rechts, zaten elkaar achterna en riepen elkaar schor van alles toe.'

Ben Gadd: Het ravenklif. Vertaald door Ruud Rook. Atlas, 415 blz. €23,50

    • Kester Freriks