Democratie

De Nederlandse staat moet door middel van een aantal hervormingen het vertrouwen van de burger herwinnen, vindt hoogleraar geschiedenis F.R. Ankersmit (NRC Handelsblad, 4 januari).

Er moeten nieuwe kaders gesteld worden waarbinnen de publieke besluitvorming moet plaatsvinden en de slagkracht van de representatieve democratie zal bepalen of onze idealen ook realiseerbaar zullen zijn, aldus Ankersmit.

Ankersmit acht de christen-democraten noch de sociaal-democraten in staat om de hervormingen van de staat ter hand te nemen. De christen-democratie niet vanwege neocorporatistische (sic) inslag, de oorzaak van alle bedreigingen binnen de huidige democratie, en het socialisme niet omdat die hogere prioriteit toekennen aan de maatschappelijke verhoudingen dan aan de staatsinrichting.

Vervolgens komt Ankersmit tot de conclusie dat het liberalisme een geschiktere politieke filosofie is om de beoogde hervormingen ter hand te nemen en dat dus hier een opracht voor de VVD ligt.

Is het kortetermijngeheugen van de hoogleraar geschiedenis van dien aard dat hij nu al is vergeten dat juist D66 is opgericht om de representatieve democratie vorm te geven? Terwijl de VVD met Hans Wiegel voorop zich uitsluitend sterk maakt voor de vertegenwoordigende democratie? Door het liberalisme in Nederland gelijk te stellen aan de VVD maakt Ankersmit een historische blunder, iets wat je juist van een hoogleraar geschiedenis niet zou verwachten.

Bovendien heeft D66 als sociaal-liberale partij ook een andere visie op de volgens Ankersmit ondergeschikte maatschappelijke verhoudingen dan de VVD. Zodat voor de burger die de portemonnee/milieu hoger in de belangstellingssfeer heeft staan dan de inderdaad heel belangrijke, maar voor velen misschien toch abstracte discussie over onze democratie die Ankersmit terecht aansnijdt er echt iets te kiezen is: een sociaal-liberale, de representatieve democratie nastrevende liberale partij (D66) en een conservatieve, de vertegenwoordigende democratie nastrevende liberale partij (VVD).