De duurste leeszaal ooit

Wie eens aan de voet van de torenhoge nieuwe bibliotheek in Parijs heeft gestaan, heeft zich ongetwijfeld afgevraagd wat de architect, Perrault, heeft bezield. Waarom moet de bezoeker eerst die steile, winderige trappen op om dan weer af te dalen naar de ingang? En waarom worden de lichtgevoelige boeken bewaard in glazen torens terwijl de lezer in de kelder moet zitten?

Op die vragen geeft François Stasse antwoord in La véritable histoire de la Grande Bibliothèque. Een groot deel van de problemen is veroorzaakt door de haast van Mitterrand. Die wilde de bibliotheek, het sluitstuk van zijn Grote Werken, per se in de steigers hebben voor het einde van zijn ambtstermijn. Maar hoofdoorzaak van het débâcle is volgens Stasse de Franse grootheidswaan.

Daardoor is de `Très Grande Bibliothèque' een Te Grote Bibliotheek geworden. Stasse, die drie jaar in de directie van de bibliotheek zat, stelt dat een deel van de elf miljoen boeken beter in simpele magazijnen buiten de stad had kunnen worden opgeslagen. Bovendien was het niet nodig om plaats te bieden aan 3.600 lezers, die voor een groot deel de ruimte slechts als veredelde leeszaal gebruiken, zodat Parijse studenten nu beschikken over `de duurste studieruimte ter wereld'. Het zo Franse en lovenswaardige streven naar democratisering van het cultuurgoed had volgens Stasse beter nagestreefd kunnen worden door het elektronisch beschikbaar maken van meer boeken, waar immers ook de rest van de natie iets aan heeft.

Een ander probleem is dat er bij de bouw van de bibliotheek in geen enkel stadium een bibliothecaris of staflid van de oude nationale bibliotheek in de Rue Richelieu is geraadpleegd: alleen kunstenaars, architecten en politici bogen zich over het gebouw. Terwijl de ideale bibliotheek een kubusvorm heeft, zodat de afstand tussen boeken en lezers altijd zo kort mogelijk is, is de nieuwe `Bibliothèque nationale de France' zoals hij officieel heet gebouwd rond een enorme tuin, waarboven vier hoge torens in de vorm van openstaande boeken staan. Dat betekent dat het personeel dagelijks kilometers moet afleggen om de boeken bij de lezers in de kelder te krijgen, of zelfs om een vergadering in een van de andere torens bij te wonen.

Los van dergelijke grote conceptuele fouten, zijn er de kleinere stommiteiten: plafonds die naar beneden kwamen, afwatering die de verkeerde kant op wegliep, deuren die zo zwaar waren dat niemand ze open kreeg, een catalogus die niet werkte, personeel dat op de gang moest zitten werken, de afwezigheid van een voordeur zodat het regende in de hal, of bomen die wegwaaiden.

Hoewel Stasse steeds terugkomt op de arrogantie die maakte dat men nooit buitenlandse, beproefde systemen overnam, of ervaren bibliotheekpersoneel of een doodgewone loodgieter raadpleegde, kan hij het niet laten om in de tweede helft van zijn boek een lofzang op de bibliotheek te zingen. Nu de kinderziektes zijn verholpen, is het volgens Stasse toch nog een van `de vooraanstaande bibliotheken ter wereld': niet alleen representatief voor de fouten in de Franse volksaard, maar ook voor het genie daarvan.

François Stasse: La véritable histoire de la Grande Bibliothèque., Seuil, 202 blz. €19,–