Alleen maar falen in leven en dood

In twee jaar tijd schreef de journalist Bas van Putten (1965) maar liefst drie romans, een productie die doet denken aan die van Simon Vestdijk, zijn grote voorbeeld. Van Puttens eerste twee boeken, Doorn (2000) en De hemelpoort (2001) zaten vol met in het oog springende hommages aan Vestdijk, zoals verwijzingen naar diens woonplaats, boektitels, personages en thematiek. Met zijn nieuwste roman Almacht refereert hij ook weer aan de tovenaar van Doorn door dit boek te presenteren als sluitstuk van een cyclus. Het doet onwillekeurig denken aan de Anton Wachter-cyclus. Maar anders dan de Anton Wachter-romans hebben Doorn, De hemelpoort en Almacht niet dezelfde hoofdpersoon. Hooguit zijn de problemen waar Van Puttens personages mee worstelen een verbindend element, maar dat maakt van drie romans nog geen `drieluik', zoals in de flaptekst en in persberichten wordt beweerd.

Volgens Van Putten (of zijn uitgever) is het verband tussen Almacht en de twee eerdere romans dat ook deze `vertelling' gaat over het geweten van de menselijke onmacht. Wat `het geweten van de onmacht' is, weet ik niet. Wel is het waar dat Doorn een zeer geslaagd romandebuut was over de onmacht van een man die kunstenaar wil zijn, maar het talent daarvoor mist. Als pianist is hij niet goed genoeg voor het podium, als schrijver krijgt hij geen pen op papier en uiteindelijk gaat hij ten zonder ooit iets te hebben betekend, zijn allergrootste angst. In De hemelpoort heeft de hoofdpersoon, de journalist Zuiderveld, zich erbij neergelegd dat hij niets betekent. Aan mensen die deze pretentie wél hebben, kunstenaars en vooral `kunstenaars, die zich baanbrekers en revolutionairen noemen', heeft hij een uitgesproken hekel. `Zelf kon hij ook niks', stelt Zuiderveld over zichzelf vast, `maar hij had zijn hele leven geprobeerd iets te kunnen, vond hij, zodat hij toch tenminste wist wat het betekende om iets uit niets te moeten maken. Het was de vrucht van hard, ondankbaar werken voor een op zijn gunstigst acceptabel resultaat, dat het verdriet van de vervluchtiging der zinnen kan verzachten tot een draaglijk verlies.' Over onmacht gesproken.

Huidziekte

Mogelijk is de hoofdpersoon uit Almacht dezelfde als Zuiderveld, een man met een huidziekte, die op de laatste bladzijde van De hemelpoort ontwaakt uit een kwade droom. Almacht begint met een man met een huidziekte die uit een droom ontwaakt. Hoe hij heet, komen we niet te weten, want het personage heeft na zijn `inslapen' grote delen van zijn geheugen verloren en is ook zijn naam vergeten. Deze figuur, door de schrijver Naamloos genoemd, moet verder zonder herinneringen, zonder weten, zonder geweten en `zo voort te moeten' , aldus Van Putten in een `woord vooraf', `is toch eigenlijk niks minder dan de dood'. Wat volgt is een verhaal over een leven in een soort `vagevuur', een grensgebied tussen hemel en aarde, waar Naamloos zich bevindt samen met vier andere mannen, ongetwijfeld afsplitsingen van hem: de marxistische dichter Heitmann, de homoseksuele pianist Tijger Drese, de jonge criminele soldaat Johannes Orlof en Claus, een voor God spelende filiaalhouder van een supermarkt, die `burgemeester' wordt genoemd. In de loop van het boek geeft hij Naamloos de naam Hemelrijk.

Naamloos, een opzichtige verwijzing naar Samuel Becketts boek met deze titel, is de enige van de aanwezigen die geen naam en geen geschiedenis heeft, al wordt gesuggereerd dat hij een van de televisie bekende acteur is geweest, die zich flarden kan herinneren van stukken waarin hij heeft gespeeld. Met hun vijven proberen de mannen de tijd te doden (voor zover de tijd niet al dood is of zelfs maar heeft bestaan) in het barre universum dat Van Putten voor hen heeft gecreëerd: een land dat afwisselend Paradijs en Arcadië wordt genoemd, waar de sneeuw geen sporen nalaat, waar de seizoenen aan elkaar grenzen als stukjes weiland, waar het wél nacht wordt, maar maan noch sterren zichtbaar zijn. De vijf mannen weten niet dat ze dood zijn en de lezer weet het ook niet zeker. Wel weten we dat ze hun leven en alles wat hen vertrouwd was achter zich hebben gelaten. Wachtend op verlossing vertellen ze, op Naamloos na, hoe hun levens eruit hebben gezien. Wachten, wachten, daarin lijkt Almacht op dat andere, beroemdere werk van

Beckett, Wachten op Godot, met als kernthema dat het geheugen er niet doet als er geen tijd is.

Symbool voor het ontbreken van tijd is het stilstaande horloge van Naamloos, een kopie van Dalí's overbekende klokjes op zijn schilderij `Versmeltende tijd' (1931). Ook de surrealistische landschappen die Van Putten oproept lijken geïnspireerd door die van Dali, beschreven met een exuberantie die doet denken aan de romans van de Vlaming Peter Verhelst, bij wiens thematiek Van Putten trouwens ook leentjebuur speelt. Het hele verhaal – voor zover er sprake is van een verhaal – is vergeven van literaire, muzikale en architectonische verwijzingen, van de bijbel tot Tolstoj en van Kästner tot Kafka, Mozart, Bach en Frank Lloyd Wright (ontwerper van het Guggenheim Museum in New York, waar ook Dalí's `Versmeltende tijd' hangt). Maar wat Van Putten nu eigenlijk wil betogen blijft in raadselen gehuld. Wat dat betreft had deze roman beter Onmacht kunnen heten dan Almacht.

Leugenaar

Volgens de dichter in het boek verwijst de titel naar God. `God is almacht. Maar ik zie geen God. Niet hier. Een God is waar hij wordt verwacht: op aarde. En we zijn niet op aarde.' En de kunstenaars in het gezelschap dan? Zijn zij niet met God vergelijkbaar, almachtig in hun zelf geschapen universum? Niet volgens de dichter, die meent dat een schrijver niet eens mensen kan scheppen. Karakters, zegt hij bijvoorbeeld, bestaan niet. `Wat wij karakter noemen: het bewust versimpelen van eigenschappen zo complex dat we ze niet zouden herkennen als karaktertrekken. Een karakter op papier: een simplificatie. Een karakter in het echte leven: een leugenaar. Karakter kiest, met weglating van al het andere, voor eenheid.' Hij acht bij het schrijven dan ook deze principes van belang: `Geen natuur. Geen geschiedenis. Geen gevoelens die niet tellen. Alleen de mens en zijn falen. Met personages die slechts individueel zijn in de mate waarin de relatieve consistentie van hun denken daartoe noodzaakt.'

Vanuit precies deze principes lijkt Van Putten Almacht te hebben geschreven, waarmee hij niet alleen afscheid neemt van Vestdijk, de meester van zowel de psychologische als de historische roman, maar ook een breuk met zijn twee vorige boeken forceert. Weliswaar blonken die niet uit in psychologische diepgang en het geloofwaardig tekenen van karakters, maar Van Putten streefde daar, zeker in zijn debuut, wel degelijk naar. Nu niet meer, hij lijkt het te hebben opgegeven. Naamloos laat hij bekennen onmachtig te zijn tot welke creatieve daad dan ook. Hij is als een musicus zonder instrument en daarmee zijn we terug bij de thematiek van Doorn en De hemelpoort.

Het boek eindigt ermee dat Naamloos/Hemelrijk, alleen overgebleven, na een wedren tegen de ineens weer aanwezige tijd, waarin hij zich voor het eerst voelt leven, wordt opgenomen in `zijn koninkrijk'. Geboren worden is sterven, sterven is geboren worden – zoiets zal de schrijver wel bedoelen. Hij laat Hemelrijk een stem horen: `Kom, zei de stem, sta op en kom. Hij aarzelde maar even. Kom. Hemelrijk was opgestaan en liep.' Deze regels zijn direct ontleend aan Samuel Beckett die Wachten op Godot besluit met deze dialoog tussen Vladimir en Estragon: `Well? Shall we go?' `Yes, let's go.' Bij Beckett volgt daar echter nog een belangrijke regie-aanwijzing op: `They do not move.' Hemelrijk daarentegen beweegt als een gek: `Zijn laatste stap was als een dans. Zo sprong hij van de aarde, als gelovige.' Er kwam een grote olifant met een lange snuit, had er ook kunnen staan.

Almacht is een pretentieus vertoon van onmacht waarmee Van Putten, door het tot slot van een drieluik te bombarderen, aan zijn twee eerdere romans afbreuk doet. Een vervolg op die twee romans is Almacht uitdrukkelijk niet. Van Putten of zijn uitgever hebben wellicht een commercieel oogmerk gehad met deze suggestie, dezelfde reden die De Bezige Bij indertijd had om Vestdijks roman, Op afbetaling een vervolg te noemen op De dokter en het lichte meisje. Ten onrechte, volgens de schrijver, die aan een journalist bekende: ,,Het is geen vervolg, maar laat ze het maar een vervolg noemen. Dat scheelt ze in de verkoop.'

Bas van Putten: Almacht. Contact, 224 blz. €19,90