Akajev hoopt Kirgiezen met referendum te kalmeren

De Kirgiezen gaan op 2 februari naar de stembus om in een referendum hun oordeel te geven over grondwetswijzigingen. De oppositie en 's lands belangrijkste ngo's zijn woedend.

Voor president Askar Akajev – de bedenker van de grondwetswijzigingen – gaat het om een ,,compromis'' tussen zijn regering en de oppositie, een compromis waarmee ,,een sociaal akkoord en stabiliteit'' kan worden bereikt en Kirgizië ,,als natie geconsolideerd wordt''.

Eigenlijk had Akajev, die Kirgizië regeert sinds het onafhankelijk werd, op 2 februari een heel moeilijk jaar willen afsluiten. Een jaar geleden spoelde een golf van protesten door het land naar aanleiding van een omstreden grensakkoord met China. Een parlemetariër werd wegens zo'n protest gearresteerd, waarna de vlam pas echt in de pan sloeg. Het werd allemaal nog erger toen bij een demonstratie in maart vijf doden vielen. Sindsdien balanceert de Centraal-Aziatische bergstaat – in de woorden van premier Nikolaj Tanajev – op de rand van een burgeroorlog.

Om daar een punt achter te zetten zette Akajev een constitutionele commissie aan het werk, die in samenspraak met de oppositie grondwetswijzingen moest formuleren. Doel, volgens Akajev: democratisering en stabilisering.

Lang niet alle grondwetswijzigingen zijn bekendgemaakt. Het is de bedoeling dat Kirgizië, dat nu een parlement van twee kamers heeft, een eenkamerparlement krijgt – dat is, aldus Akajev, goedkoper. De president draagt bovendien een deel van zijn bevoegdheden over aan het parlement: Kirgizië wordt volgens Akajev ,,een presidentieel-parlementaire republiek''. De onafhankelijkheid van rechtbanken wordt versterkt, alternatieve dienstplicht wordt mogelijk, privébezit wordt beschermd en de bureaucratie wordt gestroomlijnd. Artikel 16, dat de rechten en plichten van de burger opsomt, wordt gewijzigd. ,,Kirgizië is een land van mensenrechten'', aldus Akajev. ,,Voor het eerst is vastgelegd dat burgers alles mogen wat niet verboden is en dat de overheid niet het recht heeft buiten het kader van de grondwet en de wet te treden.''

Het klinkt mooi, maar de oppositie, die heeft moeten aanzien hoe Akajev, ooit begonnen als democraat, in de loop van de jaren negentig steeds meer macht naar zich toetrok, weet dat de praktijk weerbarstiger is. Zij bestrijdt heftig dat haar voorstellen in de voorgestelde grondwetswijzigingen terug te vinden zijn: ze is wel geraadpleegd, maar haar voorstellen zijn genegeerd.

,,Kirgizië wordt een aboslute monarchie'', vond oppositioneel parlementslid Adachan Madoemarov. Het hoofd van het Constitutioneel Hof, Tsjolpon Bajekova, ontdekte dat de ontwerpgrondwet de burgers, parlementariërs en de ombudsman van het recht berooft zelf naar haar Hof te gaan – een ontdekking die vanuit zijn gevangeniscel ook Akajevs belangrijkste rivaal, de in 2001 tot zeven jaar veroordeelde Feliks Koelov, deed: hij oordeelde dat hij onder de nieuwe grondwet van zijn allerlaatste rechten beroofd wordt. De leider van de oppositionele communisten, Absamat Masaliev, noemde het ,,onzin'' dat Akajev macht afstaat aan parlement: ,,Hij geeft gewoon een deel terug van wat hij het parlement in 1993 heeft afgepakt. Bovendien zijn de bevoegdheden slechts technisch van aard.''

De leider van de oppositionele socialistische Ata-Meken (Vaderland) partij, Omoerbek Tekebajev, ontdekte gisteren nog één positief punt: voor het eerst krijgen de Kirgiezen de kans een stem van wantrouwen tegen Akajev uit te brengen. Bij het referendum worden immers twee vragen gesteld: of de kiezer het eens is met de grondwetswijzigingen en of hij toestaat dat Akajev tot december 2005 aanblijft om toe te zien op de uitvoering van de wijzigingen. Op die laatste vraag kan met `nee' worden geantwoord. De vraag heeft overigens verbazing gewekt, want de ambtstermijn van Akajev duurt sowieso tot eind 2005. Wat de president doet als de kiezers op die tweede vraag `nee' zeggen, is vooralsnog onduidelijk.

Niet alleen de oppositie, ook de belangrijkste ngo's (non-gouvernementele organisaties) in Kirgizië hebben geprotesteerd. Eenentwintig ngo's stuurden gisteren een protestbrief naar Akajev, het parlement, de ombudsman en de OVSE (Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa). Ze noemden het referendum ,,haastig en ondoordacht'' omdat ,,niemand de tijd heeft om amendementen en addenda te lezen en te beoordelen''. Het is ook onzinnig, aldus de ngo's, om een heel lange reeks veranderingen met één pennestreek goed of af te keuren. Ook de ngo's stellen vast dat de voorstellen van de oppositie geheel zijn gegegeerd.

Het ergste is volgens de ngo's dat artikel 16 – over de rechten en plichten van de burger – geheel is herschreven. ,,Niemand heeft dat artikel tot dusverre aangetast. We kennen dit uit de meest sinistere pagina's van ons verleden'', schrijven ze.

    • Peter Michielsen