Zonder ministers zijn we beter af

De politieke vernieuwing waarop veel kiezers hoopten, is de afgelopen maanden uitgebleven. Maar toch is tijdens en dankzij het kabinet-Balkenende één groot probleem voor iedereen zichtbaar geworden: de ministersfunctie is de grootste oorzaak van politieke instabiliteit.

Ministers zijn al jarenlang de brekebenen van de politiek en de grootste struikelblokken voor een open politieke discussie, maar het kabinet-Balkenende is als eerste werkelijk gestruikeld over het fenomeen `minister' en dat moet reden zijn tot staatsrechtelijke verandering, nadat de vorige kabinetten al lieten zien dat ook de `ministeriële verantwoordelijkheid' een illusie is die meer kwaad doet dan goed.

Bewindslieden die werden gemangeld tussen ambtenaren en politieke verantwoordelijkheid hebben tijdens de kabinetten-Lubbers en tijdens Paars een groot aantal crisissituaties en parlementaire enquêtes veroorzaakt. Er is de afgelopen twee decennia nauwelijks één minister of staatssecretaris te noemen die niet met het parlement in aanvaring is gekomen over zaken als verantwoordelijkheid, geloofwaardigheid, het verstrekken van onjuiste of gebrekkige informatie, of over het gedrag en de taakopvatting van ambtenaren. En iedere keer als het gebeurt, wordt de burger onthaald op de pijnlijke vertoning van volksvertegenwoordigers die zich in bochten wringen om de eigen minister of staatssecretaris in bescherming te nemen, of om de bewindslieden van de coalitiepartners niet te hoeven afvallen, laat staan aanvallen.

Nu de chronische ministersziekte voor iedereen aan de dag is getreden moet nagedacht worden over een oplossing. Die moet er komen, want het kan niet zo zijn dat we wéér een regeerperiode doormodderen op zo'n beschamende manier als de afgelopen jaren.

De (in)formateurs van het volgende kabinet moeten in de eerste plaats zorgen voor het herstel van de dualiteit tussen parlement en overheid. De beste manier om dat te bereiken is het creëren van departementen zonder minister, die zelfstandig, maar onder toezicht van het parlement, hun doelstellingen uit het regeerakkoord uitvoeren. Het concept van zo'n zelfstandig `contractdepartement', is té veelbelovend om het niet uit te proberen bij enkele proefdepartementen. Het kan immers direct teruggedraaid worden als het niet werkt. Zo'n contractdepartement zal bijzonder gunstige gevolgen hebben voor de kwaliteit, het niveau en de zuiverheid van de politieke discussie.

Er ontstaat namelijk een situatie waarin het regeerakkoord aangeeft wàt moet worden bereikt, maar waarin de ambtenaren in principe zelf bepalen hóe ze dat doen. Uiteraard moeten ze wel regelmatig in het openbaar verantwoording afleggen aan het parlement waar ze hun plannen toelichten of verdedigen, maar dat zal de mensen juist motiveren en de kwaliteit van hun werk ten goede komen.

Maar ook voor de nieuwe Kamerleden zal het werk veel leuker, spannender en eervoller worden, omdat de problemen onverbloemd op tafel kunnen komen en de discussies niet meer worden geremd door allerlei persoonlijke en partijpolitieke gevoeligheden. Het biedt goede Kamerleden, ook die van de oppositie, een uitgelezen kans om met goede ideeën directe invloed te hebben op de gang van zaken – iets wat thans vrijwel onmogelijk is.

Onmisbare staatsrechtelijke en eervolle ministeriële taken kunnen de Kamerleden bovendien onderling laten rouleren, zoals het leiden en ontvangen van delegaties en het vertegenwoordigen van Nederland bij belangrijke internationale gelegenheden.

Wat is er eigenlijk tegen zo'n staatsrechtelijke verandering die alleen winnaars en een opbloeiende democratie zal opleveren?

Niemand hoeft te treuren als de ministersfunctie verdwijnt, het minst van allen zij die hem dan niet meer behoeven te vervullen. Want die kunnen hun tijd veel beter besteden aan de hoogste functie in de politiek, die van democratisch gekozen volksvertegenwoordiger.

René van Slooten is publicist.

    • René van Slooten