Winter

Nadat mijn vriend Jan zei ,,Het is veilig'', hield ik op met denken en reed in een scheur. Toen het water in mijn schoenen liep, werden mijn voeten koud. Verder voelde ik niets en bleef het stil op de Gouwzee. In de verte reed een ijszeiler. Boven Marken vlogen drie ganzen. Wel hoopte ik dat ik niet dieper zou zakken (ik hing er tot mijn borst in) en vond ik het vervelend voor Jan dat we terug moesten.

,,Het was heel dom'', vertelde ik thuis, ,,ik had er makkelijk overheen kunnen stappen.'' ,,Jij stapt nergens makkelijk overheen'', zei mijn vrouw. Vanonder de dekens staarde ik duizelig in het donker. De regen bevroor direct op de ruiten. De winter nam mij stevig in haar greep.