Standplaatsen ambulances beter spreiden

Een betere spreiding en uitbreiding van het aantal standplaatsen van ambulances leiden tot het verminderen van knelpunten in de ambulancezorg. Dat staat in het rapport `Ambulances binnen bereik', dat vanmiddag is gepresenteerd.

In het rapport van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM), dat is gemaakt in opdracht van het ministerie van VWS, reikt het RIVM twee scenario's aan om het grootste knelpunt – het niet tijdig aanwezig zijn van de ambulances – aan te pakken. De kosten van beide scenario's worden geschat op 90 miljoen euro. In het eerste scenario schrijven de onderzoekers dat veertig extra standplaatsen tot gevolg hebben dat 97 procent van de inwoners van Nederland binnen dertien minuten kan worden bereikt door een ziekenwagen. Met de huidige 195 standplaatsen ligt dat percentage op 93. De norm is dat een ambulance bij spoedgevallen binnen een kwartier op de plaats van bestemming moet zijn. Ongeveer 7 procent, ofwel 1,1 miljoen mensen, kan er niet op rekenen dat de ambulance op tijd ter plekke is.

In het tweede scenario worden 50 van de huidige 195 standplaatsen verplaatst van steden naar dunbevolkt gebied. In dat geval verbetert de dekking van 93 naar bijna 95 procent. Als het aantal van 195 daarna met veertig wordt uitgebreid, resulteert dat in een dekking van bijna 97 procent. Om een dekking van 100 procent te bereiken zijn 296 standplaatsen nodig.

In 2001 voerden ambulances in Nederland 341.000 spoedritten uit. In ruim 8 procent daarvan (27.800) arriveerde de ziekenwagen later dan een kwartier op de plaats van bestemming.

Het rapport `Ambulances binnen bereik' verschijnt een week na het (concept)rapport `De keten, een zorg' dat bureau Cap Gemini Ernst & Young maakte in opdracht van de provincie Zeeland.

`De keten, een zorg', vervaardigd op verzoek van de Zeeuwse huisartsen, stelde tal van misstanden vast in de Zeeuwse medische spoedhulp.

Volgens het rapport sterven in de provincie per jaar ten minste vijf mensen onnodig, in het bijzonder door misstanden bij de (Zeeuwse) Centrale Post Ambulancevervoer (CPA), waar een ,,doofpotcultuur'' zou heersen. Bovendien zou de CPA huisartsen niet of te laat inschakelen als de ambulances de vijftien minuten `aanrijtijd' niet halen.

Volgens directeur W. van Leersum van de CPA Zeeland bevatte het (concept)rapport ,,onjuistheden'', die zouden worden ,,ingehaald'' door het definitieve rapport. De eindversie is gisteren verschenen, maar alle kritiek is daarin gehandhaafd.