Paarse vloek

Nog vijf dagen. De verkiezingscampagne heeft niet veel meer te bieden dan herhalingen van zetten. De campagne is weliswaar kort maar de belangstelling van de visuele media en de lijsttrekkers van de grootste partijen voor elkaar zorgde op dit stuk voor een meer dan stevige compensatie. Daarbij komt dat voordracht en voorkomen van die lijsttrekkers in zo'n campagne qua effect nogal tellen. Het oog wint het vaak van het oor, inhoudelijke kwesties moeten daarom heel kort besproken worden, bij voorkeur per `hapklare brok'.

Groot is de angst voor nuances of ingewikkeldheden, al horen die bij het echte leven in de bestuurlijke werkelijkheid. Zo krijgen de wél toegelaten vertoogjes al snel enige echowaarde.

Maar er zijn nog een paar vragen die op antwoord wachten. Bijvoorbeeld wie PvdA-lijsttrekker Bos, mocht zijn partij het morgenavond in de peilingen nog steeds heel goed doen, gaat noemen als kandidaat-premier, als zijn mogelijke `zetbaas' in het Torentje dus. Want Bos bleef er gisteren bij dat hij straks in elk geval als fractievoorzitter in de Tweede Kamer wil zitten om daar de vernieuwing en profilering van zijn partij te dienen. Als premier gaat dat volgens hem niet, ,,dan dreigen we weer de PvdA van vóór 15 mei (2002) te worden''.

Het klinkt toch een beetje als: kiezers, stem op ons, dan vernieuwen we ons daarna verder, dat ziet u dan nog wel.

Vraag: hebben premiers als Drees, Den Uyl, tien zetels winst in 1977, en Kok, acht zetels winst in 1998, het profiel van de PvdA zoveel schade bezorgd? Heeft Den Uyl in 1977 niet juist eerder door een teveel aan partijpolitieke profilering een tweede premierschap verspeeld?

Wat Kok betreft: was het profieltekort van de PvdA dat Bos in terugblik op de verkiezingsnederlaag van 15 mei 2002 vaak constateert niet ook een gevolg van een langdurige coalitie met de VVD, de oude ideologische vijand? En was die nederlaag niet mede het gevolg van de aanwijzing van Melkert, een ondanks jaren voorbereiding toch ongeschikt gebleken lijsttrekker? Andere vraag: de vroegere paarse minister De Vries (59), informateur in 1994 en 1998 en nummer 3 op de PvdA-lijst, komt, heeft Bos al gezegd, niet in aanmerking voor een kandidaat-premierschap. Maar de vroegere paarse staatssecretaris Cohen (55) mogelijk wel. Varieert de ernst van een paars verleden dan per persoon? Zo ja, mocht zijn keus inderdaad op Cohen of een andere oud-bewindspersoon zijn gevallen, mag Bos dáárover ook iets zeggen. Misschien kan collega-vernieuwer Zalm hem daarin de komende dagen enigszins bijstaan, want ook binnen de VVD lijkt de ernst van de purple curse sinds 15 mei per persoon te wisselen.