Oorlog Irak

J.H. Sampiemon besluit zijn heldere analyse over Irak in NRC Handelsblad van 3 januari met: ,,De oorlogsmachine zet zich in beweging. Het is nu nog slechts een kwestie van weken.'' Hij heeft gelijk dat deze dreiging groot is. Dit is echter geen reden voor acceptatie daarvan of voor defaitisme. De afgelopen maanden hebben laten zien dat het wel degelijk mogelijk is om invloed op het Amerikaanse beleid uit te oefenen. De VS hebben tóch het pad naar de VN gevolgd, waar met name de Fransen vasthoudend voor een degelijke afweging hebben gepleit. Ook blijkt het regime in Bagdad zich minder star op te stellen dan in het verleden. Kortom, het is niet nodig doemscenario's bij voorbaat als onvermijdelijk te zien.

De Irakese bevolking heeft al jaren zwaar te leiden onder het regiem van Saddam Hussein én van de internationale sancties. Ondervoeding is wijdverbreid, ondanks de door de internationale gemeenschap opgezette voedseldistributie waarvan meer dan de helft van de bevolking van 23 miljoen mensen afhankelijk is. Uit een recent bezoek van deskundigen, waaronder OXFAM, is gebleken dat de drinkwatervoorziening en afvalwaterzuivering uiterst gebrekkig zijn als gevolg van een tekort aan elektriciteit: de nog altijd niet herstelde schade van de bombardementen van de vorige oorlog. Iedere militaire actie gericht op de elektriciteitsvoorziening zal leiden tot een ineenstorting van de drinkwatervoorziening en afvalwaterzuivering, waardoor ziektes en epidemieën vrij spel krijgen. Aanvallen op havens, wegen of spoorwegen zullen onmiddellijk gebrek aan voedsel veroorzaken. De vorige Golfoorlog en de oorlog op de Balkan hebben juist aanvallen op dergelijke infrastructurele doelen laten zien. In Irak is deze infrastructuur onmisbaar voor het overleven van de burgerbevolking. Zulke aanvallen zouden daarmee lijnrecht ingaan tegen het humanitair oorlogsrecht uit de Verdragen van Genève.