Onderzoek naar Prestige stuit op regering-Aznar

De regering-Aznar weigert openheid te geven over haar aanpak van de ramp met de Prestige. Een parlementaire enquête in Galicië is daardoor opgeschort.

Twee maanden na het begin van ramp met de olietanker Prestige weigert de regering-Aznar openheid van zaken te geven over de zwaar bekritiseerde aanpak van de grootste milieuramp die Spanje tot dusver getroffen heeft. Gisteren werd de parlementaire enquête, die was gelast in het regioparlement van Galicië, tot nader order uitgesteld als gevolg van de weigering van de Spaanse regering om bewindslieden, ambtenaren of hulpverleners, die onder de verantwoordelijkheid van de centrale overheid vallen, te laten getuigen.

Tot de parlementaire enquête in Galicië, de regio die verreweg het zwaarst getroffen is door de olievervuiling, was eendrachtig besloten door het Galicische regioparlement waar de regerende conservatieve volkspartij van premier José María Aznar een meerderheid bezit. De eerste strubbelingen ontstonden toen duidelijk werd dat de centrale regering in Madrid geen één van de verantwoordelijke ministers naar het regioparlement wilde sturen. Onder hen bevond zich ook de minister van Waterstaat Francisco Álvarez Cascos, die verantwoordelijk was voor het besluit om de gehavende tanker een veilige haven te weigeren.

Toen de parlementaire enquête vorige week vrijdag van start ging, bleek van regeringszijde echter alle medewerking te zijn stopgezet. Zo werd ook de regioafgevaardigde voor Galicië, een van de hoogste civiele autoriteiten van de centrale overheid, die een grote rol speelde in de besluitvorming en aanpak van de olieramp, verboden voor de commissie te verschijnen. De regering hanteerde daarbij het formele, grondwettelijke argument dat iedereen die onder de verantwoordelijkheid van de centrale regering valt, alleen aan het nationale parlement verantwoording kan afleggen. Ook werd geweigerd een groot aantal documenten af te geven.

Afgelopen maandag stapten de commissieleden van de oppositiepartijen op omdat de hele enquête volgens hen bij gebrek aan getuigen een aanfluiting was geworden. De conservatieve partij beschuldigde hen daarop van ,,obstructie''. De onderzoekscommissie moest bij gebrek aan quorum haar werkzaamheden opschorten.

Daarmee lijkt in Spanje iedere openheid van zaken vooralsnog geblokkeerd, aangezien de partij van premier Aznar meerdere malen heeft aangekondigd haar meerderheid in het parlement te zullen gebruiken om een enquête op centraal niveau te blokkeren. In het Europese parlement is inmiddels op voorstel van de Spaanse socialisten wel besloten tot het instellen van een onderzoekscommissie naar de ondergang van de olietanker. De Spaanse regering beschuldigde de socialistische oppositie naar aanleiding hiervan andermaal van ,,deloyaal gedrag'' die mogelijke Europese subsidies voor de opruimwerkzaamheden in gevaar zou kunnen brengen.

De regering wordt door de oppositie verweten voor een belangrijk deel medeverantwoordelijkheid te dragen voor de verspreiding van de olievervuiling over een gebied van duizenden kilometers. Vooral het besluit om de gehavende Prestige bij zwaar weer de open zee op te sturen in plaats van een veilige haven te bieden, werd daarbij bekritiseerd. Veel van de verantwoordelijke bewindslieden, waaronder de minister van Waterstaat, bleken uit jagen te zijn gegaan of op vakantie op het moment van de crisis. Bij de opruimwerkzaamheden ontstond vervolgens een chaos aan de Spaanse kusten. Volgens een onderzoek van de SER-radio, een zender gelieerd aan de oppositie, zou 83 procent van de Spanjaarden voorstander zijn van een nader onderzoek naar het regeringsoptreden.

De schoonmaakwerkzaamheden gaan onverminderd door aan de kusten van Galicië, Asturias en Baskenland. Een Franse duikboot is er tot dusver in geslaagd om slechts twaalf van de twintig lekken in de gezonken tanker te dichten. Voorts drijft er nog steeds een enorm veld aan verspreide olievervuiling in de Golf van Biskaje waarvan nog niet duidelijk is waar deze aan zal spoelen. De Spaanse regering heeft bekendgemaakt dat de opruimwerkzaamheden van de olie, die zeker nog tot het voorjaar zullen duren, meer dan een miljard euro zullen kosten.

De ramp heeft ertoe geleid dat binnen de conservatieve volkspartij in Galicië grote spanningen zijn ontstaan. Daarbij is een felle strijd ontbrand rond de opvolging van de huidige regiopresident en voormalig minister onder dictator Franco, Manuel Fraga (80). Diens gedoodverfde opvolger Xosé Cuiña wordt door partijgenoten verweten te veel langs de lijn te hebben gestaan tijdens de olieramp.

In Madrid presenteerde de regering de afgelopen weken een groot aantal wetsvoorstellen die volgens de oppositie de aandacht van de olieramp moeten afleiden. Daarbij werden onder meer de straffen voor een groot aantal delicten aanzienlijk verzwaard. Ook wil de regering de maximale straffen voor veroordeelde terroristen van de Baskische afscheidingsbeweging ETA verhogen tot veertig jaar, zonder mogelijkheid van strafvermindering.