Lubbers wilde af van kartelverbod

Voormalig premier Ruud Lubbers probeerde begin jaren negentig een Europees kartelverbod in de bouwbranche ongedaan te maken. Twee bedrijven van de familie Lubbers deden daarna mee aan verboden prijsafspraken.

Tot op de dag van vandaag is de exacte inhoud van de brief die toenmalig minister-president Lubbers in 1992 aan voorzitter Delors van de Europese Commissie schreef, onbekend. Het is wel zeker dat het een poging van Lubbers was om een door de Commissie opgelegd kartelverbod ongedaan te maken. De inhoud van die brief bleef geheim, ondanks gevoerde procedures met een beroep op de Wet Openbaarheid Bestuur (WOB). Het ministerie van Economische Zaken wilde indertijd uitsluitend kwijt dat de brief moest worden gezien als een ,,krachtig politiek signaal aan Brussel''.

Dat het CDA indertijd krachtig pleitbezorger was van de Nederlandse bouwbranche in Brussel, is bekend. De Europese Commissie vaardigde begin 1992 een verbod uit op de Nederlandse bouwkartels wegens strijdigheid met Europese concurrentiebepalingen en legde de bouwbranche een boete op van ruim vijftig miljoen gulden. Dat gebeurde naar aanleiding van een klacht van de gemeente Rotterdam die zich benadeeld voelde door structureel vooroverleg van bouwbedrijven die meededen in aanbestedingsprocedures en de rekenvergoedingen die ze daarbij afspraken.

Uit de schaduwboekhouding van het Groningse bouwbedrijf Koop Tjuchem blijkt inmiddels dat de bedrijven Hollandia en Mercon van de familie Lubbers alle belang hadden bij die lobby. Deze bedrijven bleven in de jaren daarna, ondanks bestendiging van het kartelverbod, meedoen aan verboden vooroverleg en, naar alle waarschijnlijkheid, financiële benadeling van de opdrachtgevers. De gemeente Amsterdam is zo'n benadeelde partij, blijkt uit die boekhouding. Zowel constructiewerkplaats en machinewerkplaats Hollandia BV uit Krimpen aan den IJssel als Mercon BV schreven in voor de aanbesteding van een brug aan de Schinkelkade in Amsterdam (gunningbedrag 6.255.000 gulden) in 1997. Koop kreeg de opdracht. In een geheim vooroverleg was afgesproken dat de overige veertien aannemers, onder wie Hollandia en Mercon, in totaal 1.050.000 gulden kregen. Lubbers zelf was ten tijde van het geheime vooroverleg commissaris van de Mercon Groep.

Lubbers wilde indertijd zijn brief aan Delors niet openbaar maken omdat die ,,sterk persoonlijk'' zou zijn ingekleurd, zo zei indertijd de raadsman van het ministerie van Algemene Zaken in een WOB-procedure, en bij publicatie de verhouding van Nederland met andere Europese staten zou kunnen verstoren. Uiteindelijk besloot rechter Boukema van de Raad van State dat de zakelijke inhoud van de brief moest worden vrijgegeven, zonder de persoonlijke notities daarin van Lubbers. De lobby mislukte overigens, de Europese Commissie hield vast aan het kartelverbod. In 1995 werd dat verbod bekrachtigd door het Europese Hof. Maar de daarin verboden cultuur van vooroverleg en prijsafspraken gingen gewoon door.

Zowel Lubbers als Hollandia BV hebben vanochtend niet gereageerd op vragen van deze krant.

    • Jos Verlaan
    • Joep Dohmen