`Ik dacht: het is gedaan met het wielrennen'

Bij de ploegpresentatie van Rabobank op Papendal zat een oude bekende achter in de zaal. Wielrenner Maarten den Bakker (33) is herstellende van een geestelijke inzinking die hem bijna een jaar aan de kant hield. ,,Ik heb een flinke dreun opgelopen.''

Het zigeunerbestaan is wielrenner Maarten den Bakker slecht bekomen. De boerenzoon uit Abbenbroek had vorig jaar te maken met ,,diverse blessures en klachten'', zo vermeldt de wielergids van Rabobank. In werkelijkheid beleefde hij een mentale crisis die hem bijna een heel seizoen aan de kant hield.

Hij praat liever over het seizoen dat komen gaat, maar hij beseft dat de belangstelling voor zijn sportieve ambities naar de achtergrond is verdrongen. ,,Ik kan hier ook moeilijk helemaal niks zeggen'', weet hij vlak na de ploegpresentatie van zijn sponsor Rabobank in het nationale sportcentrum Papendal. ,,Daar wil ik het bij laten'', verzucht hij halverwege het gesprek. Om vervolgens nog een twintigtal minuten alle vragen te beantwoorden. ,,Ik wil er niet voor weglopen'', zegt hij in gevecht met zijn tranen.

Het verhaal van de eenzame fietser gaat terug naar het vroege voorjaar van 2002. Hij raakte geblesseerd in de Ronde van Mallorca en stapte mentaal geknakt van de fiets in de Driedaagse van de Panne. ,,Ik was opeens helemaal geblokkeerd, alsof ik plotseling in de mist liep. Het voelde alsof er een muur tussen mij en de rest van de wereld stond; ik had nergens meer zin in, ik kon mezelf niet uitstaan, ik voelde me een zwakkeling. Ik dacht: het is gedaan met het wielrennen. Ik keek niet naar de natuur; ik dronk geen glaasje wijn. Zelfs een mooie vrouw interesseerde mij niet meer.''

In zijn dijkhuisje in Heenvliet op Voorne-Putten genoot hij steeds minder van zijn pony's in de wei. Hij keek nog maar zijdelings naar het wielrennen op de televisie. Zijn ploeggenoten belden of stuurden een e-mail, maar naarmate hij zich meer terugtrok, verminderde de aandacht. Zijn wereldje werd steeds kleiner en beperkte zich op zeker moment tot zijn vriendin, zijn familie en enkele jeugdvrienden. In het wielerpeloton gaat het er amicaal aan toe, maar desondanks heeft Den Bakker gedurende zijn absentie geen echte kameraadschap gevoeld.

,,Ik heb mijn wielermaatjes ongelooflijk gemist, maar andersom was dat minder. Je denkt als beroepsrenner toch vaak het eerst aan jezelf. Ik reageerde ook vaak laks, bijvoorbeeld als een renner iets had gebroken. Nu weet ik wat het is om flink in de lappenmand te zitten. Aan de andere kant: we zijn allemaal op onszelf aangewezen. Ik moest ook in mijn eentje uit het dal komen. Nog geen tien psychiaters hadden mij kunnen helpen.''

Den Bakker werd beroepsrenner in 1990 en ontwikkelde zich tot een hulpvaardige coureur die te weinig voor zijn eigen kansen reed. Hij werd Nederlands kampioen bij zowel de amateurs als de professionals. Voor de rest bestaat zijn erelijst uit kruimelwerk. De knechtenrol paste hem beter dan het kopmanschap; hij werd ook wel een meesterknecht genoemd. Buiten de koers was Den Bakker een sfeermaker, een lolbroek zonder vijanden. `Maarten den Bakker is te goed voor de boze wielerwereld', hoorde je wel eens in de wandelgangen.

,,Ik had deze tegenslag ook als timmerman kunnen tegenkomen'', pareert hij de suggestie dat het harde wielermilieu de oorzaak was van zijn depressie. Hij vertelt zijdelings over zijn verongelukte zus en laat zijn eerdere liefdesperikelen onbesproken. ,,Allemaal zaken die hebben meegespeeld. Het waren gewoon een hoop dingen bij elkaar. Meer kan ik er niet ook niet van maken.''

Den Bakkers gebruinde gelaat verraadt een blakende gezondheid, maar de schijn bedriegt. Hij voelt zich nog lang niet de oude. Een half jaar raakte hij geen fiets aan. Pas in oktober vorig jaar begon hij weer met trainen en voelde hij langzaam de kracht terugkeren. Zijn mentale weerbaarheid heeft hij de afgelopen weken tijdens de winterstage in Spanje kunnen testen. De renner moest in de heuvels een paar tandjes lichter rijden dan voorheen, maar accepteerde zijn rol van meerijder zonder morren. Hij was al lang blij terug te zijn.

,,Ik heb vooral het lijden gemist. En het praatje met de mecaniciens'', vertelt hij een paar dagen na terugkeer in Nederland. ,,Ik zag 's ochtends die fietsen blinken en mijn hart ging sneller slaan. Wielrennen is ook romantiek. Het is toch de wereld waarin ik me thuis voel. Ik ben nu 33 en dan is het beste er zo'n beetje af. Maar ik beslis graag zelf wanneer ik stop. Mijn contract loopt volgend jaar af en wie weet is het dan misschien einde verhaal. Ik kan later altijd met mijn handen werken, maar ik betwijfel of ik dat heel lang volhoud'', zegt de agrarisch geschoolde Den Bakker.

Hij kijkt nog enigszins schichtig om zich heen en zijn donkere oogopslag verraadt nog onzekerheid. Nu is hij nooit een wielrenner met oogkleppen op geweest, maar is hij niet bang dat relativeren zijn tweede natuur zal worden? ,,Ik besef dat er ergere dingen zijn dan een valpartij, maar in de koers wil ik toch de strijd weer aangaan. Ik wil de kopman uit de wind zetten.Ik wil mijn steentje bijdragen aan het succes van de ploeg.''