`Hulpdokter' vult leemte zorg

Om specialisten te ontlasten, krijgen assistenten meer bevoegdheden. In Utrecht bestaat sinds vorig jaar de opleiding tot physician assistant. Wat mogen deze toekomstige assistenten wel en wat niet?

In de operatiekamer van het Universitair Medisch Centrum Utrecht is het 22,9 graden. Het ruikt er naar jodium en dichtgeschroeide bloedvaatjes; de ervaren artsen merken het niet meer, de leek ruikt het uren later nog. De 77-jarige patiënte is al even onder narcose en is op haar hartgebied na geheel afgedekt. Dat heeft Carina Joosse gedaan, even voor negenen. Nu houdt ze het hartzakje aan de linkerkant met een pincet vast zodat de chirurg, rechts van de patiënt, het beter kan openen. De chirurg vervangt de linkerhartklep van de vrouw. Joosse zuigt bloed weg, trekt hechtingsdraden aan, vervangt slangetjes. Ze is hbo-arts in opleiding.

Door het tekort aan medisch specialisten en huisartsen zijn in de gezondheidszorg de afgelopen jaren legio nieuwe functies ontstaan die wettelijk nog niet beschermd zijn. De Raad voor de Volksgezondheid en Zorg (RVZ) adviseerde deze week aan het ministerie van Volksgezondheid om assistenten, die in de praktijk al vaak meer doen dan ze eigenlijk mogen doen, ook wettelijk meer bevoegdheid te geven om huisartsen en specialisten te ontlasten. Niet-artsen worden bijvoorbeeld al opgeleid om onder supervisie van een chirurg kleine operaties uit te voeren, zoals Joossen. De verpleegkundige neemt al vaak een fietstest af, waarbij tijdens grote inspanning het zuurstofgehalte in het hart wordt gemeten. Eigenlijk zou de cardioloog dat moeten doen. De doktersassistent schrijft recepten voor, wat eigenlijk niet mag. En de ervaren gipsmeester beoordeelt ook wonden, terwijl hij daartoe eigenlijk niet bevoegd is.

De Wet op de Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg (BIG) ziet toe op de bescherming van medische titels. Maar wat mogen mensen in functies die nog niet zijn vastgelegd? In de wet staat dat opereren een handeling is die is voorbehouden aan de chirurg. Maar in die wet staat ook dat de chirurg het opereren aan een ander mag overlaten, mits diegene daartoe bevoegd en bekwaam is. En wat bevoegd en wat bekwaam is, maken de chirurg en de `ander' samen uit. Theoretisch, zegt Mieke Gerritsen, die de opleiding voor physician assistant (hbo-arts) in Utrecht opzette, zou Joosse de hartklepoperatie zelf uit mogen voeren, als zij en de chirurg het daarover eens zouden zijn. In de praktijk is dat ondenkbaar, dat gebeurt niet. Maar voor minder gecompliceerde verrichtingen bestaat een behoorlijk grijs gebied. Zolang het goed gaat, zegt Gerritsen, is er niets aan de hand. ,,Maar als er iets fout gaat, zijn de gevolgen niet te overzien.''

In oktober 2001 waren Joosse en haar drie medestudenten de eersten die tot physician assistant werden opgeleid. Het is een samenwerking tussen de hogeschool, de universiteit en het opleidingscentrum van het ziekenhuis in Utrecht. De opleiding duurt drie jaar en moet een hbo-mastersopleiding worden. De studenten worden opgeleid om het tekort aan artsen te ondervangen.

Marcel van Hoeyen (42) werd na de havo verkoper in een elektronische groothandel. Toen ging hij, zoals hij zelf zegt, `freewheelen' en toen was hij werkloos. Op zijn 23ste kreeg hij van het arbeidsbureau een baan aangeboden als omloopmedewerker. Dat is iemand die in en om de operatiekamer de voorbereidende klussen doet en al het andere o.k.-personeel ondersteunt. Hij is de gezondheidszorg `ingerold'. Na veertien jaar operatieassistent te zijn geweest, schreef hij zich anderhalf jaar geleden in voor de opleiding tot physician assistent. Hij wilde wat anders.

Collega's reageren sceptisch als ze horen wat van Hoeyen doet: ,,Hoe kan jij in drie jaar leren waar wij zes jaar over doen?'' Of ze vragen wat hij nou eigenlijk doet. Ook de begeleiders van de studenten kunnen zijn functie moeilijk exact omschrijven. Van Hoeyen is geen arts, ook geen arts-assistent, maar zeker geen verpleegkundige. ,,Je doet onder andere het werk van een zaalarts, al is dat misschien weer wat te veel gezegd'', zegt Van Hoeyen. ,,Nou ja, dat denk ik wel. Dat is wat je doet'', zegt Gerritsen. Hulpdokter of tussendokter, probeert ze. Maar het woord dokter mag er eigenlijk niet in voorkomen. Ook op de zaal ondersteunt Van Hoeyen de specialist, door hem een voorstel te doen bij het voorschrijven van medicijnen, door patiënten voor te lichten en te `statussen'. De weerstand bij vakbroeders bestaat ook doordat nog niet is uitgemaakt wie de physician assistent betaalt. De ziekenhuizen hebben een budget waaruit ze artsen betalen en daarnaast zijn er specialisten die in maatschappen hun eigen financiën regelen.

,,Op zich is er niets tegen initiatieven om artsen te ontlasten'', zegt een woordvoerster van de Orde van Medisch Specialisten. Er zijn volgens de orde voldoende handelingen die niet gedaan hoeven worden door iemand die tien jaar gestudeerd heeft. Maar de nieuwe functies hebben ook nadelen. ,,Hoe meer disciplines je toevoegt, hoe meer je moet overleggen en overdragen.'' Bovendien worden de specialisten vooralsnog juist extra belast omdat ze de eindverantwoordelijkheid voor de patiënt dragen. Ieder recept dat Van Hoeyen uitschrijft, moet door een hartchirurg gecontroleerd en ondertekenend worden. Ook na de opleiding. Van Hoeyen zegt zelf dat hij de gezondheidszorg was uitgegaan als deze opleiding er niet was geweest. Voor iemand die graag `op de vloer werkt' kent de zorg weinig doorstroming naar andere functies. Hij had hoofd van een afdeling kunnen worden of les kunnen geven. Maar dan had hij zich liever toegelegd op het foto- en beeldbewerkingsbedrijf dat hij nu in zijn vrije tijd samen met zijn vriendin beheert.

De komende dagen verschijnen nog enkele artikelen over hoe assistenten in de praktijk al taken van artsen overnemen.

    • Esther Rosenberg