Het zelfreinigend vermogen

Na een chaotisch verlopen jaar stevent Nederland af op nieuwe verkiezingen. Het politieke raderwerk maakt overuren en niet eerder hebben de media, de televisiezenders voorop, aan politici zoveel ruimte geboden om zich te presenteren. Bij alle voorstellen, beloftes, plannen, luchtballonnen en speldenprikken waarin de politieke leiders grossieren, blijft een opmerkelijk gegeven onderbelicht. Het Nederlandse bestel is in staat gebleken om schokken te absorberen en zich verbluffend snel aan te passen.

Herbert Marcuse, de filosoof van de tegenbeweging van de jaren zestig, bedacht de term `repressieve tolerantie' voor het vermogen van de gevestigde orde om radicale veranderingen te neutraliseren. Inkapseling, zoals dat werd genoemd, heeft zich nu niet voorgedaan: de LPF is niet ingekapseld maar aan interne strijd ten prooi gevallen. Wel heeft het politieke bestel de maatschappelijke stemming aangevoeld: in korte tijd zijn de politieke en economische paradigma's de uitgangspunten voor het beleid radicaal omgegooid.

De vergelijking met de campagne van een jaar geleden is verhelderend. Toen gingen de paarse partijen met afgedraaide verhalen en sleetse leiders de verkiezingen in terwijl het CDA amper van een ongewisse machtswisseling was bekomen. Er was een eigenzinnige buitenstaander, een maverick, nodig om de gezapige orde aan het wankelen te brengen.

De onderwerpen van vorig jaar waren de voortzetting van de paarse agenda. Maar dat waren de kleren van de keizer. De agenda van Paars was leeg, nieuwe onderwerpen waren taboe. Het kabinet was vanaf 2000 uitgeregeerd. In Den Haag zetten hoge ambtenaren zich aan de uitwerking van `verkenningen' voor de toekomst, maar die kregen nauweljks aandacht. In mei 2002 werd de rekening voor twee jaar lamlendigheid gepresenteerd.

Sindsdien is er veel veranderd. Bijna alle politieke kopstukken zijn vervangen. Alleen D66 en de SP hebben hun oude leiders behouden en dat valt ze af te zien. De Graaf en Marijnissen hebben ieder op hun manier afgedaan. Bij de andere partijen heeft de personele omwenteling tot inhoudelijke vernieuwing geleid. Het spectaculairst natuurlijk bij de PvdA: Wouter Bos is een natuurtalent. Hij straalt geluk uit en de beste campagnestrategie is blijkbaar om kort voor verkiezingen te trouwen. Daarentegen blijft Gerrit Zalm moeite houden met de overstap van gerespecteerde voorzitter van de nationale kascommissie naar die van mediagenieke knuffel. Het gaat hem beter af, maar hij blijft moeite hebben met de casting van zijn rol.

Niet dat de PvdA rijp is voor regeren. Bos heeft de partij een ander gezicht gegeven. Hij heeft een kader van dertigers om zich verzameld, jonge professionals zonder beladen partijbanden. Maar Bos heeft de oude garde in zijn partij nog niet verslagen de multiculturele sector en de vakbondsvleugel die hervormingen op het gebied van immigratie en sociale zekerheid in de weg staan. Anders dan Tony Blair in Engeland heeft Bos niet de tijd gehad om zijn partij te hervormen. Blair had drie jaar om Labour te moderniseren voordat hij premier werd. Bos probeert de machtsarrogantie binnen de PvdA te onderdrukken, maar met de verkiezingen voor de deur heeft hij daar onvoldoende tijd voor. De wederopstanding van de PvdA frustreert de automatische voortzetting van de CDA-VVD-coalitie waarop Balkenende en Zalm gokten na hun breuk met de LPF. Zalm mag zijn hoed wel opeten dat hij bij voorbaat een coalitie van de VVD met de PvdA heeft uitgesloten. De VVD-leider denkt puur instrumenteel: met de PvdA en D66 kon de VVD immateriële onderwerpen als euthanasie en de zondagsopening van de winkels regelen, nu wil hij met het CDA de aanpak van immigratie en de WAO oplossen. Maar zonder een liberale uitstraling dreigt de VVD klem te raken tussen de sociale bewogenheid van de christen-democraten en sociaal-democraten. Politiek is geen instrumentalisme zonder hartstocht.

Over de hele linie is de politieke agenda gekanteld. Terwijl de economie al geruime tijd stilstond, teerden vorig jaar de gevestigde partijen nog op de economische lauweren van het poldermodel. Geconfronteerd met de harde werkelijkheid van stagnatie en oplopende tekorten overbieden de partijen elkaar nu met ombuigingen. Waarbij opvalt dat, ondanks beschuldigingen over en weer, de geschoonde bezuinigingsbedragen van CDA, VVD en PvdA elkaar niet veel ontlopen. Maar er wordt weer gestreden om het financieel-economische beleid en er zijn scherpe verschillen wat betreft invulling.

Veiligheid, immigratie, integratie waren slechts met de grootste omzichtigheid bespreekbaar onder Paars. Terwijl het duidelijk was dat hier maatschappelijke problemen waren ontstaan die om oplossingen schreeuwden. Die terughoudendheid is doorbroken. Nu slaan alle partijen elkaar met dappere maatregelen om de oren. Vastgeroeste opvattingen zijn losgeweekt.

Het conglomeraat van instituties, instellingen en personen die het Nederlandse maatschappelijke en politieke bestel uitmaken, heeft zich aanpasbaar getoond en tegelijkertijd zich niet omver laten kegelen door de waanzin van de dag. De politieke schokken zijn opgevangen en geabsorbeerd. Dit aanpassingsvermogen blijkt groter dan vorig jaar door menigeen werd gedacht. De bijdrage van Pim Fortuyn is geweest dat hij als katalysator fungeerde om de politieke agenda open te breken en dat hij de PvdA heeft verlost uit de greep van Ad Melkert. Met de moord op Fortuyn is het zelfreinigend vermogen van de gevestigde orde in gang gezet. Terugkijkend is het hard gegaan. De grote drie van het politieke stromenland zijn terug in de levendigste, spannendste campagne sinds jaren en er wordt gestreden op inhoud. Na de turbulentie is er een redelijk uitzicht op herstel van stabiliteit.

rjanssen@nrc.nl

    • Roel Janssen