Geen getuigen als de laatste pygmee het bos verlaat

De pygmeeën in Congo worden met uitsterven bedreigd. Gevechten om de rijkdommen van het oerwoud brengen het einde dichterbij.

Ze zijn een van die oervolkeren op het continent waar de mensheid is ontstaan. Egyptenaren lieten hen als curiositeit dansen voor de farao's. Homerus beschreef hen in de Ilias.

Pygmeeën, zo heten de leden van het dwergvolk die volgroeid niet langer dan 1 meter 20 tot 1 meter 50 zijn. Zelf noemen ze zich liever Efé of Mbuti.

Blanken die de afgelopen 115 jaar met hen in aanraking kwamen, raakten onveranderlijk betoverd door `de edele wilden'. Hoe behendig en lichtvoerig repten ze zich door het dichtste oerwoud. Wat behandelden ze de natuur met wijsheid en eerbied. Hoe liefdevol en warmbloedig gingen ze met elkaar om.

Ook de Britse journalist en ontdekkingsreiziger Sir Henry Morton Stanley – ,,Mr. Livingstone, I presume?'' – kon zijn bewondering niet onderdrukken toen hij in zijn boek Darkest Africa verslag deed van zijn eerste ontmoeting – in 1887 - met een pygmee. ,,Ze mat 33 inch in lengte (82,5 cm, red.) en was een volmaakt gevormde jonge vrouw van ongeveer zeventien, met een glimmend en soepel gestroomlijnd lijf. (..) Haar ogen waren prachtig, maar absurd groot voor zo'n klein wezen, bijna zo groot als die van een jonge gazelle: breed, uitpuilend en buitengewoon schitterend. Volslagen naakt gedroeg deze jongedame zich vrij beheerst, alsof ze het gewend was om bewonderd te worden, en duidelijk van inspectie genoot.''

Bijna een eeuw later schrijft onderzoeker Kevin Duffy in zijn boek Children of the Forest over ,,de natuurlijke en totale harmonie van de Mbuti met hun ecosysteem'', over ,,hun aangeboren zachtaardigheid'', over ,,hun soort beschaving die zo succesvol was dat ze misschien langer heeft bestaan dan welke andere ook op aarde''. Maar hij signaleert ook dat hun ,,zorgeloze, nomadische levensstijl'' door de opdringende buitenwereld wordt bedreigd.

De expansieve Bantoe-volkeren haddem hen al teruggedrongen tot de meest onherbergzame streken, zoals het ondoordringabre, hooggelegen en relatief koude Ituri-regenwoud. Door ontbossing en overbevolking kunnen ze niet meer leven zoals ze sinds het begin van de tijden leefden, elke twee, drie maanden verkassend, verzamelend en jagend, etend wat het bos hun gaf. Ze hebben zich moeten vestigen. Ze hebben `een symbiotische ruilrelatie' ontwikkeld met de dominante, veel talrijker, agrarische Bantoes, zeggen de antropologen. Bantoes zien de pygmeeën als `ondermensen', als halve dieren. Ze behandelen ze ook als vee dat behoort tot het familiebezit. Als pygmeeën genoeg hebben van die horige positie, trekken ze zich terug in het oerwoud dat altijd hun vrijplaats is geweest.

Toen Ruud Muis, wetenschappelijk medewerker van het Energie Onderzoek Centrum in Petten, in 1989 voor het eerst met de pygmeeën in aanraking kwam, werden ze al met uitsterven bedreigd. Er waren er naar schatting nog ruim 200.000 over, verspreid over de tropische regenwouden van Congo, Kameroen, Gabon en de Centraal Afrikaanse Republiek, een aantal dat inmiddels door ziekte en eenzijdige voeding tot circa 130.000 is gedaald. De meesten, zo'n 70.000, leven in het Ituri-woud dat bijna twee keer zo groot als Nederland is.

En Muis kwam in de ban van het dwergvolk dat hij daarna meer dan twintig keer bezocht. Hij werd geraakt door hun rechteloosheid en de uitzichtloosheid van hun bestaan. Om hen te helpen overleven richtte hij de stichting Kleinood op, die kleinschalige steun gaf ,,aan dit sieraad van een volk'' op de terreinen van onderwijs, gezondheidszorg, landbouw en milieu. Maar tegen de oorlog in Congo die sinds 1998 al naar schatting 2,5 miljoen slachtoffers heeft gemaakt, kon hij hen onmogelijk beschermen. ,,Ik vrees dat ik het uitsterven van de pygmeeën nog meemaak. Dat had ik nooit gedacht.''

Sinds de buitenlandse legers van Rwanda en Oeganda zich het laatste halfjaar hebben teruggetrokken uit Oost-Congo is daar een machtsvacuüm ontstaan, dat rivaliserende rebellengroepen proberen te vullen. De afgelopen maanden zijn de pygmeeën steeds meer in de vuurlinie terechtgekomen. Inzet van de gevechten zijn de rijke bodemschatten in het Ituri-woud: hout, coltan en goud.

Dokter Jackson Basikania beschrijft in een email hoe de plaatsen Beni, Butembo, Mambasa, Epulu en Ndye de afgelopen maanden systematisch werden geplunderd en geterroriseerd. Jackson is directeur van het Rwankole-ziekenhuis in Bunia en advseur van de organisatie Programme d'Assistance Aux Pygmées (PAP) waarmee de stichting Kleinood samenwerkt. Hij maakt ook melding van kannibalisme, gruweldaden die gisteren door een onderzoekscommissie van de Verenigde Naties werden bevestigd. Bij Badisende werd een man gedwongen om het vlees van zijn vermoorde vrouw te eten. Pygmeeën waren de meest geliefde prooi, omdat het eten van hun hart en lever volgens de oude verhalen magische krachten geeft.

Onder de meer dan honderdduizenden mensen die voor de gevechten op de vlucht zijn geslagen, bevinden zich ten minste 3.000 pygmeeën, meldt dokter Jackson. Drieduizend pygmeeën die voor het eerst in de geschiedenis hun natuurlijke omgeving hebben verlaten en verlamd zijn van angst. Volgens Ruud Muis kunnen pygmeeën slecht tegen stress en gedijen ze alleen maar in de vrijheid van de jungle. ,,Als ze niet meer in het oerwoud kunnen leven, is het met ze afgelopen. De heiligheid van het bos is verstoord.''

In Children of the Forest schildert Kevin Duffy hoe hun eind eruit zal zien. ,,Er zal geen vastgestelde datum zijn, geen getuige, geen fanfare als de laatste Mbuti-nomade, in de naam van de vooruitgang, het bos verlaat. Als dat gebeurt zal een heel volk voorgoed zijn verdwenen (..). In het gigantische binnenste van het grote woud, dat misschien de geboorteplaats is geweest van de mensheid, zal geen gelach, gedans of gezang meer zijn te horen voor het eerst sinds het menselijk leven begon.''

Website stichting Kleinood: pygmee.nl

    • Dick Wittenberg