Fuseren of `de dood' voor Japanse camerafabrikanten

Konica en Minolta, kampioenen van de Japanse kleinbeeldcamera, gaan fuseren. Nieuwe digitale technologieën dreigen van gerenommeerde merken dinosaurussen te maken. Zonder fusie `wachtte ons de dood'.

De digitale camera heeft z'n eerste slachtoffer gemaakt onder de makers van traditioneel `klik-klakkende' fotocamera's. Halverwege de jaren negentig was de digitale camera nog een fors en duur speeltje voor persfotografen die opeens zonder tussenkomst van een laboratorium snel hun beelden via een computer konden doorseinen.

Inmiddels lopen jongeren in Tokio met superkleine digitale camera's als sieraad om hun nek, en verdwijnt een eerbiedwaardige merknaam van traditionele camera's van de aardbodem, het Japanse Konica dat sinds 1882 camera's produceert.

De nieuwe techniek heeft een einde gemaakt aan het vertrouwde geklik van de camerasluiter. Foto's worden niet meer op een lichtgevoelige film vastgelegd maar op `iets elektronisch' dat de naam ccd heeft meegekregen. Deze foto's zijn niet meer dan digitale bestandjes die kunnen worden bewaard met behulp van, bijvoorbeeld, een mmc. Met deze nieuwe computertechneutentaal hebben de productontwikkelaars van bedrijven als Casio – tot dusver vooral bekend van rekenmachines – of spelcomputergigant Sony zich opeens naar binnen gedrongen in de wereld der fotografie. Geheel in overeenstemming met de sfeer van internet en Playstation heeft Sony de naam Cybershot meegegeven aan een van zijn populaire digitale camera's.

,,Als onafhankelijk bedrijf wachtte ons zonder twijfel de dood'', zei Konica-president Fumio Iwai vorige week tijdens bekendmaking van de fusie met Minolta. Konica is niet alleen een oud en respectabel bedrijf, het was bijvoorbeeld in Japan ook de eerste producent van kleurenfilm.

Minolta was het eerste bedrijf dat spiegelreflexcamera's met autofocus tot een wereldwijd succes maakte. Het waren technologische hoogstandjes, maar hoogstandjes op het gebied van inmiddels verouderde technieken waar niemand meer naar omkijkt.

De genoemde cybershot van Sony kreeg de voorkeur als goedkope camera die tóch de moeite waard is in een jaaroverzicht van nieuwe producten in het blad Fortune afgelopen maand. Sony, dat nooit een traditionele fotocamera heeft geproduceerd, is nu marktleider in digitale camera's in de opkomende miljoenenmarkt China, net voor een onbekende lokale producent luisterend naar de naam Legend. In genoemd jaaroverzicht in Fortune loopt Nikon weg met de prijs in de categorie dure kwaliteitscamera's. In een recente kwaliteitstest van het Britse blad Personal Computer World is het Canon dat wegloopt met de hoogste waardering.

De drie Japanse bedrijven in voorgaande paragraaf vertegenwoordigen allen iets wat Konica en Minolta ontberen.

Sony heeft technologie in huis als het gaat om digitale verwerking van beeld en geluid. Bovendien heeft het bedrijf een ijzersterke naam bij jonge, trendgevoelige consumenten. Nikon heeft dezelfde achtergrond als de twee fusiekandidaten Konica en Minolta en is bovendien niet veel groter, maar wel heeft Nikon zich gespecialiseerd in een niche markt, in dit geval de markt voor dure kwaliteitsproducten. Canon, ten laatste, is qua omzet drie keer groter dan Konica en Minolta samen.

Canon is wereldwijd de marktleider in wat in grote mate de belangrijkste sector aan het worden is voor optische bedrijven: printers en kopieermachines. De drie dominante bedrijven zijn in deze sector Canon, Ricoh en de Japans-Amerikaanse alliantie van Fuji en Xerox (het enige niet-Japanse bedrijf dat een rol speelt in deze industrie zolang opkomende Koreaanse en Chinese bedrijven de Japanners niet van hun voetstuk stoten).

De computer heeft tegenwoordig een centrale positie in de verwerking van alle beeldmateriaal. Het afdrukken van digitale foto's of een zelf geschreven tekst, het ontvangen en versturen van faxen of het maken van fotokopieën: ook de moderne particulier doet dit tegenwoordig met een apparaat.

Het is met name deze markt waar Konica en Minolta proberen aan te haken bij hun concurrenten als Canon. Canon is een van die weinige bedrijven in Japan die zich niets aantrekken van de economische malaise in eigen land, omdat men innovatief en internationaal is. De hoogste koers bereikte het aandeel Canon op de beurs van Tokio niet tijdens de bubble eind jaren tachtig, zoals de meeste Japanse bedrijven, maar recentelijk. Bijna de helft van de aandelen van het bedrijf zijn in handen van buitenlandse investeerders. Om aan de top te blijven spendeert Canon jaarlijks aan onderzoek en ontwikkeling ruim 200 miljard yen (1,6 miljard euro), vier keer meer dan de twee fusiekandidaten samen.

Tegenover het geweld van Canon zagen Iwai en zijn collega van Minolta slechts toekomst voor hun gemankeerde bedrijven bij een fusie. Een lage winstgevendheid tegenover hoge schulden waardoor er weinig valt te investeren in nieuwe technieken en producten, dat is kort gezegd het probleem van beide bedrijven.

Minolta draaide de afgelopen twee jaar verlies en staat er het zwaarst voor met schulden van 219 miljard yen (1,8 miljard euro) tegenover een geschatte omzet van 525 miljard yen (4,3 miljard euro) in het boekjaar dat eind maart afloopt. Konica doet het iets beter met schulden van 174 miljard yen op een verwachtte omzet van 570 miljard.

In augustus vormen Konica en Minolta hun gezamenlijke holding en zal Minolta van de beurs verdwijnen. Konica, op zijn beurt, verdwijnt als merknaam van camera's. ,,We willen producten ontwikkelen met een aantrekkingskracht die geen enkel ander bedrijf biedt'', zei Iwai, de komende president van de holding, vorige week vol vertrouwen.

    • Hans van der Lugt