De kleine Zoetermeertjes van onderwijsland

Nergens in de publieke sector geeft de overheid zoveel macht aan de consument als in het onderwijs. Maar vooral de grote schoolbesturen profiteren hiervan, niet de ouders.

Rond half acht zitten zo'n veertig ouders in de aula van het Titus Brandsma College in Dordrecht. De meeste houden hun jas aan en roeren in een plastic bekertje met koffie terwijl rector Margriet Termeer een Powerpoint-presentatie geeft.

De katholieke school, 620 leerlingen, fuseert volgend jaar met het Stedelijk Dalton Lyceum, even verderop. Vanavond mogen ouders vragen stellen over de plannen. Freek Visser, vader van twee kinderen op de school, steekt zijn hand op en gaat staan. ,,Onze school sluit contracten met leerlingen om pesten tegen te gaan en dat wil ik graag zo houden. Maar is dat na de fusie nog wel gewaarborgd?' Rector Termeer sust: ,,We gaan daar gewoon mee door.'

Visser is voorzitter van de ouderraad en praat mee in de medezeggenschapsraad. Hij is, zoals dat heet, een actieve ouder. Hij zegt dat veel ouders kritisch zijn over de fusie, maar vreemd genoeg laten maar weinigen zich op de ouderavond zien. ,,Het is altijd een klein groepje dat bij dit soort avonden ook echt komt opdagen.'

Op papier zijn de ouders de machtigste partij in het onderwijs. Iedere ouder mag zelf een school oprichten die past bij de eigen levensbeschouwing. Zij krijgen daarvoor even veel geld van de overheid als een openbare school. Een gevolg van de `Onderwijspacificatie' uit 1917, waarin werd vastgelegd dat de staat niet langer de inhoud van het onderwijs bepaalt.

Die macht is op papier nog groter geworden sinds begin jaren negentig, toen de decentralisatie- en verzelfstandigingsgolf ook over het onderwijs rolde. De overheid heeft zich steeds verder teruggetrokken van school. Scholen, was de gedachte, moeten zelf bepalen waar zij hun geld aan besteden. Zij kregen een eigen budget voor personeelsbeleid en huisvesting. De schoolbesturen sluiten sinds kort zelfs CAO's af met het personeel.

Om tegenwicht te bieden aan de steeds zelfstandiger werkende scholen, kregen ouders meer zeggenschap over de school, zoals het recht mee te beslissen in de medezeggenschapsraden. Maar in de praktijk toont maar een kleine groep ouders interesse, zegt Henk Strietman. Hij is voorzitter van de Besturenraad, waarbij 2.500 protestants-christelijke scholen zijn aangesloten. ,,Meedenken over de koers en het beleid van de school vraagt nu eenmaal veel meer kennis, die voor gemiddelde ouders moeilijk op te brengen is.'

Zo zijn het vooral ouders met een hoge sociaal-economische en culturele status die dus wat te zeggen hebben op school. Werkende tweeverdieners, met een hoge opleiding en een goed salaris. Allochtonen en laagopgeleiden worden zelden bereikt. ,,De ouders die wel meepraten, doen dat ook vaak uit professionele interesse. Ze zijn bijvoorbeeld architect of gemeenteraadslid', zegt onderzoeker Ria Bronneman van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP). Eind vorig jaar onderzocht het SCP de betrokkenheid van ouders bij de school van hun kind. Leesmoederen, klassenavondjes organiseren, mee met schoolreis, dat doet de helft van de ouders nog wel eens. Meebeslissen in de ouderraad, medezeggenschapsraad of het schoolbestuur doet slechts 10 procent van de ouders in het basisonderwijs. In het voortgezet onderwijs ligt dit percentage veel lager, op 3 procent.

Echt actieve ouders, je moet ze ,,met een kaarsje zoeken', zegt Strietman. Maar heel vreemd is dat niet, vindt hij. ,,In de vorige eeuw deden de kleine luyden het bestuurswerk er gewoon bij, omdat ze het als een voorrecht beschouwden. Maar nu zijn de schoolbesturen professionele organisaties geworden. Die beslissen tegenwoordig over veel meer dan alleen de identiteit van de school.'

Bij de decentralisatie van de jaren negentig hoorde ook dat kleine schoolbesturen moesten fuseren tot grote bestuurlijke instellingen. Het aantal schoolbesturen is tussen 1995 en 2001 gedaald van 3.446 tot 2.078. Het Brabantse Ons Middelbaar Onderwijs bestuurt inmiddels 45 katholieke scholen. Voor haar 6.700 werknemers sloot OMO vorig jaar een CAO met sterk verbeterde arbeidsvoorwaarden zonder daarbij de onderwijsbonden te betrekken. De bonden zijn fel tegen het eigen initiatief van OMO. Zij vrezen dat er een prijzenslag komt om de schaarse leraar.

De Twentse Stichting Carmelcollege – waar ook het Titus Brandsma College in Dordrecht onder valt – heeft zeventien scholengemeenschappen onder zich. Vanuit het bestuursbureau in Hengelo houden tientallen medewerkers de administratie van de scholen bij. Alleen al de afdeling Financiën en beheer bestaat uit vijftien medewerkers.

Kleine Zoetermeertjes heten ze al, naar de plaats waar het ministerie van Onderwijs staat. De Onderwijsraad, het hoogste adviesorgaan van demissionair minister Van der Hoeven (Onderwijs), schreef vorig jaar een kritisch rapport over de toegenomen macht van de grote schoolbesturen. ,,Er zijn besturen die twintig, dertig scholen onder zich hebben en hen al het werk uit handen nemen' zegt stafmedewerker Niek van den Berg van de Onderwijsraad. ,,De besturen worden steeds groter en bestaan in toenemende mate uit beroepsbestuurders.'

De schaalvergroting is een belangrijke reden van de beperkte interesse van ouders voor schoolzaken, zegt SCP-onderzoeker Bronneman. Van de oorspronkelijke bedoeling van de deregulering, meer invloed van de ouders, komt daardoor weinig terecht. ,,Het bestuur staat nu heel ver weg van de ouders.' Het gevolg is, zegt Van den Berg van de Onderwijsraad, dat ouders er langzaam uit verdwijnen.

Toch kunnen ouders op steeds meer manieren meepraten met het schoolbeleid, zegt Henk Strietman van de Besturenraad. ,,In ouderraden kunnen ze hun stem laten horen over bijvoorbeeld de identiteit van de school. Bovendien zorgen steeds meer schoolbesturen voor informele overlegorganen, waar de ouders hun stem kunnen laten horen.' Katholieke megabestuurder Ons Middelbaar Onderwijs noemt het een `vooroordeel' dat ouders sinds de bestuurlijke schaalvergroting minder te zeggen hebben op school. OMO heeft de zeggenschap van ouders vorig jaar juist versterkt, zegt een woordvoerder. ,,In de Raad van Toezicht zitten nu ook twee ouders.'

Maar er is nóg een partij die heeft geprofiteerd van het terugtreden van het ministerie van Onderwijs, zegt voormalig Tweede-Kamerlid Dick de Cloe (onderwijs-woordvoerder voor de PvdA). ,,Doordat het bestuurswerk zo technisch geworden is, hebben veel besturen het technische werk uitbesteed aan administratiekantoren.' Deze kantoren regelen voor het aanvragen van subsidie, geven juridisch advies en nemen de bedrijfsadministratie over. Al in 1993 vroeg De Cloe toenmalig minister Ritzen om die ,,onzichtbare macht' in kaart te brengen. Maar er is sindsdien `geen fluit' gebeurd, zegt hij. ,,Nog steeds doen veel van die oncontroleerbare kantoren de feitelijke bedrijfsvoering.'

Van den Berg: ,,De professionalisering van besturen heeft voordelen, maar er moet sterk op gelet worden dat ouders en scholen steeds minder te zeggen hebben.'

Dit is het vierde deel van een serie over de quasi-autonome niet-gouvernementele organisaties (quango's) Eerdere afleveringen verschenen op 4, 7 en 11 januari. Ze zijn te lezen op www.nrc.nl.

Gerectificeerd

Onderwijsbonden

In het artikel De kleine Zoetermeertjes van Onderwijsland (16 januari, pagina 3) staat dat Ons Middelbaar Onderwijs (OMO) een CAO afsloot zonder daarbij de onderwijsbonden te betrekken. De bonden waren hierbij wel betrokken.

    • Guus Valk