Chinese zorgen om een `achterlijke' buur

Ook in de Chinese grensstreek loopt de spanning op over de nucleaire crisis rond Noord-Korea. Er hoeven maar een paar Amerikaanse bommen verkeerd te vallen. Dat gebeurde in Dandong al eens eerder.

,,Natuurlijk is de situatie daar heel gespannen, wat dacht je dan? Ze bereiden zich voor op een oorlog'', zegt een Chinese vrachtwagenchauffeur die elke dag op en neer rijdt over de brug die de Chinese plaats Dandong met het Noord-Koreaanse Sinuiju verbindt. Hij is een van de weinigen die in het openbaar iets wil loslaten over zijn bezoeken aan Noord-Korea. De meesten houden hun kaken stijf op elkaar.

In Dandong zitten veel etnische Koreanen die al heel lang in China wonen. Ze spreken vloeiend Koreaans en vormen zo een belangrijke schakel in de grenshandel met Noord-Korea. Koreanen die het laatste jaar illegaal de grens met China zijn overgestoken, kom ik er niet tegen. ,,Hier zijn de oevers te steil om aan wal te komen, en de grens is goed bewaakt. Vluchtelingen vind je vooral in het hoge noorden'', zegt een taxichauffeur, die eraan toevoegt dat vluchten heel gevaarlijk is. ,,Als de Chinese politie je oppakt, dan word je overgedragen aan de Noord-Koreaanse grenspolitie. Die schiet de vluchtelingen gewoon neer'', zo heeft de chauffeur van horen zeggen.

In Dandong kun je heel goed en overvloedig Koreaans eten. Het restaurant dat me is aangeraden als het beste van de stad wordt druk bezocht, vooral door Chinese handelaren. ,,Kom, ga zitten en drink een borreltje mee'', zegt een halfdronken man tegen een lelieblanke Noord-Koreaanse serveerster. Het meisje weet niet goed wat ze moet doen, en ze is zichtbaar opgelucht als de bazin haar stilletjes te kennen geeft dat het gevraagde niet onder haar taken valt.

Ze is pas kort in China, en ze moet om veel wat ze ziet in het restaurant giechelen. Ze spreekt nauwelijks Chinees, en het verschil tussen Pyongyang, de hoofdstad van het strak gereguleerde, straatarme Noord-Korea en deze losbandige, afgelegen Chinese grensplaats moet enorm zijn.

Op haar Koreaanse kostuum, dat overigens `made in China' is, prijkt een speldje van Korea's `Geliefde Leider', Kim Jong-Il. Iedereeen met de Noord-Koreaanse nationaliteit wordt geacht zo'n speldje `vrijwillig' te dragen. Ze is officieel uitgezonden door een Koreaans staatsbedrijf, dat ook haar loon uitbetaalt. Zo kan de armlastige Noord-Koreaanse overheid weer wat extra dollars verdienen.

Haar bazin, een van oorsprong Noord-Koreaanse zonder speldje, kwam drie jaar met haar man en twee zonen uit Pyongyang terug naar China. Ze kon Noord-Korea verlaten, omdat ze van Chinese afkomst is. ,,Mijn vader is in 1945 vanuit China met de boot overgestoken naar Korea, omdat het daar toen beter was. Drie jaar geleden ben ik met mijn man en kinderen teruggegaan naar China.'' Nee, ze stuurt nooit voedsel naar familieleden, want dat is helemaal niet nodig. Als ik haar vraag naar het meest opvallende verschil met China, komt haar dertienjarige zoon met het politiek correcte antwoord: ,,In China heb je voor alles geld nodig, maar in Noord-Korea kun je heel goed leven zonder geld. Je krijgt alles wat je nodig hebt gewoon van de staat.''

De Chinezen in Dandong zijn heel wat minder positief gestemd over hun armoedige, eigenwijze buurland. Als ik de winkeltjes die leveren aan de Noord-Koreaanse vrachtwagenchauffeurs binnenloop, komen stukje bij beetje de verhalen los. ,,Het is een enorm achterlijk land, ze hebben er aan alles gebrek. Ik heb er voor mijn ogen kinderen zien doodgaan'', zegt de eigenaar van een winkel met potten, pannen en behangpapier die vaak in Noord-Korea is geweest om er goederen af te leveren. ,,Ze moeten hervormen, maar dat gebeurt nog steeds niet.''

In de stem van een man die in tweedehands tv's handelt, klinkt ook respect door voor de Noord-Koreaanse standvastigheid. ,,Hoe arm ze ook zijn, de haat tegen Amerika zit er heel diep in. Alle mensen die ik spreek, van jong tot oud, zeggen dat ze nog liever stenen eten dan dat ze toegeven aan de druk van de Amerikaanse imperialisten.''

Het idee dat de huidige spanningen tussen Noord-Korea en China vooral aan Amerika te wijten zijn, wordt breed gedeeld door de Chinezen die ik in Dandong spreek. ,,Die Amerikanen willen altijd meteen bommen gooien als iemand iets doet wat ze niet bevalt. Je kunt er toch rustig over praten?'' zegt een man die niet verwacht dat er ook echt oorlog komt. ,,Amerika heeft z'n handen vol aan Irak. Het zal wel met een sisser aflopen.''

Maar niet iedereen blijkt daar zo zeker van. ,,De handelaren die vanuit andere delen van China op de grenshandel waren afgekomen, zijn inmiddels allemaal weer vertrokken'', zegt een vrouw die handelt in shawls en thermisch ondergoed. ,,Wij blijven voorlopig hier, want hier hebben we onze zaak en ons gezin. We gaan er maar vanuit dat het goed afloopt.''

Een taxichauffeur brengt me terug na het bezoek aan het museum ter herdenking van de Koreaanse oorlog van 1950-1953. Toen schoot China Noord-Korea militair te hulp. In het uitgestorven museum worden de verschrikkingen van de oorlog driedimensionaal verbeeld. Zo is er een diorama waar achter glas de stad Dandong half verwoest te zien is: per ongeluk mee-gebombardeerd door de Amerikanen.

De chauffeur vertelt dat de oorlogsdreiging binnenshuis het gesprek van de dag is, en dat de mensen wel degelijk bang zijn. ,,We zitten vlak tegen de grens aan. Er hoeven maar een paar bommen verkeerd te vallen, en dan zijn wij er ook meteen geweest.''