2003 brengt vloedgolf aan staatsschuld

Nog in 2001 leidden overschotten op overheidsbegrotingen in het Westen tot zorgen over een dreigend gebrek aan aanvoer van staatsleningen. Twee jaar later verdrinken de financiële markten weer in de verse staatsschuld.

Veertig minuten voor drie miljard euro. Meer tijd had de Agent van Financiën dinsdag niet nodig om het bedrag op te halen voor de eerste Nederlandse staatslening van 2003. Beleggers, vooral de grote instituten, stoorden zich niet aan de zeer lage rente van effectief 4,375 procent die op de tienjarige lening te behalen valt, en tekenden grif in. Elke seconde dat de `tap' van minister Hoogervorst van Financiën openstond stroomde er 1,25 miljoen euro de staatskas binnen.

De hoge activiteit op de kapitaalmarkt geldt niet alleen in Nederland. Januari is typisch de maand van het jaar waarin Westerse overheden hun meeste staatsleningen in de markt zetten. Beter vroeg in het jaar al wat zekerheid over de financiering, dan het risico lopen dat onvoorziene omstandigheden lenen later duurder of lastiger maken.

Dat gaat zeker op voor 2003. De begrotingstekorten zijn zowel in de Europese Unie als in de Verenigde Staten in 2002 al fors opgelopen. In de EU bedroeg het gemiddelde tekort 2,4 procent van het bruto binnenlands product, en zal dit jaar volgens calculaties van de zakenbank Goldman Sachs niet afnemen. In de Verenigde Staten leidde de combinatie van economische tegenwind, militaire uitgaven en lastenverlaging van president Bush vorig jaar tot een begrotingstekort van 3,4 procent van het bbp, en dat kan dit jaar oplopen tot 3,9 procent. Temidden van de discussie over Duitse en Portugese overtredingen van het stabiliteitspact van de EU, dat een maximaal tekort van 3 procent voorschrijft, wordt wel eens vergeten dat de VS al sinds vorig jaar een veel groter tekort hebben.

Het contrast met twee jaar geleden kan niet groter zijn. In de VS prijkte destijds een overschot van 1,2 procent op de begroting. In de Eurolanden was het gemiddelde tekort van 0,9 procent het laagste sinds de jaren zestig. Het Verenigd Koninkrijk, Canada, de Scandinavische landen en bijvoorbeeld ook Nederland kenden overschotten.

Destijds waarschuwde de Amerikaanse centrale bankier Alan Greenspan dat het te voortvarend afbouwen van de staatsschuld in de VS de markt van staatsleningen zou doen opdrogen, met mogelijk negatieve gevolgen. Op 20 maart 2001, dus nog geen twee jaar geleden, wijdde het Internationale Monetaire Fonds er een aparte studie aan, de Financial implications of the shrinking supply of U.S Treasury securities. Het IMF constateerde pijnpunten: de rol van staatsleningen als ijkpunt voor de prijsvorming van bijvoorbeeld bank- en bedrijfsobligaties en rentederivaten, de rol van staatsleningen als algemeen geaccepteerd onderpand bij transacties op de financiële markten, en de betekenis van langlopende, risicoloze staatsleningen voor het matchen van de langlopende verplichtingen van levensverzekeraars en pensioenfondsen. Los daarvan was er nog de betekenis van de liquide markt van staatsschuld voor het internationale kapitaalverkeer. Wogen al deze risico's bij het verdwijnen van de staatsschuld op tegen het voordeel van het afbouwen van de staatsschuld als buffer tegen de toekomstige kosten van de vergrijzing in de Westerse landen?

Het IMF kwam er niet uit, en dat bleek niet bezwaarlijk: de hele discussie kan nog geen twee jaar later gewoon weer in de koelkast. Want aan aanvoer van staatsschuld is geheel geen gebrek. Niet alleen door de oplopende overheidstekorten, maar ook omdat er dit jaar een grote hoeveelheid leningen afloopt en geherfinancierd moet worden, gaat de Eurozone een recordjaar tegemoet.

De eurolanden lenen in 2003, volgens een raming van de zakenbank Credit Suisse First Boston, bij elkaar 533 miljard euro. En dat is meer dan ooit. In de Verenigde Staten, zo verwacht de zakenbank J.P. Morgan, zal deze bruto uitgifte van staatsleningen, tekortfinanciering en de herfinanciering van aflopende leningen, met de helft toenemen tot 580 miljard dollar. Wereldwijd (dus inclusief Japan dat met enrome tekorten kampt) zullen de grote Westerse overheden netto, dus alleen voor hun tekortfinanciering, 730 miljard dollar lenen. Dat is een stijging met 70 procent ten opzichte van vorig jaar.

Is die stortvloed aan vraag op de kapitaalmarkt te rijmen met de zeer lage rentevoeten van nauwelijks meer dan vier procent op langlopende overheidsobligaties? De wetmatigheid veronderstelt dat bij zo'n vraag naar kapitaal de vergoeding, de rente, zou moeten stijgen. Maar dan is gerekend buiten de gebrekkige alternatieven die beleggers hebben. Op de geldmarkt in de VS bedraagt de rente maar 1,25 procent, in Japan 0 procent en in Euroland 2,75 procent. De aandelenmarkt verkeert nog steeds in shocktoestand. Dan blijven obligaties over, en de vraag daarnaar is groot. Het wankele France Telecom zag gisteren tot zijn verrassing dat het animo voor zijn nieuwe obligatielening zo groot was, dat het de omvang zonder problemen kon vergroten van 3 miljard euro naar 5,5 miljard euro. Ook de overheden kunnen rekenen op een stevige vraag van beleggers naar hun leningen, zolang die toch geen andere kant op kunnen. Voor zo lang als het duurt, natuurlijk. Reden te meer om nu, vroeg in het jaar, de buit zo snel mogelijk binnen te halen.

    • Maarten Schinkel