Werkgevers stimuleren niet tot langer doorwerken

Grote ondernemingen en de rijksoverheid doen vrijwel niets om oudere werknemers langer te laten doorwerken. Dat is wel de wens van overheid en werkgevers, zoals bijvoorbeeld vastgelegd in het regeerakkoord, maar in de praktijk wordt weinig moeite gedaan om werknemers vast te houden.

Dat blijkt uit vanmiddag in besloten kring gepresenteerd onderzoek van het Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut (NIDI).

Bestuurders, politici en deskundigen zijn het eens dat langer doorwerken vereist is om de toekomstige vergrijzing op te vangen. Voor het betaalbaar houden van de zorg en de financiering van het pensioenstelsel is dit noodzakelijk. Ook om de krapte op te vangen die sinds medio jaren negentig op de arbeidsmarkt is ontstaan, is grotere deelname door ouderen aan het arbeidsproces steeds als een belangrijk middel gezien.

Maar het moment waarop de werknemers uittreden houdt de leidinggevenden van de ondernemingen en van ministeries nauwelijks bezig, zo blijkt uit het onderzoek. Ook als er problemen zijn met het vervullen van vacatures, worden ouderen niet gezien als structurele oplossing van dat probleem.

Aan werknemers die goed functioneren en die een functie hebben die moeilijk vervulbaar is, wordt ook vrijwel nooit gevraagd langer door te werken dan ze zelf willen. Eenderde van de ex-werknemers zegt dat ze wel langer hadden willen doorwerken indien hun dat was gevraagd.

De NIDI-onderzoekers, K. Henkens en H. van Solinge, ondervroegen drieduizend huidige werknemers en achthonderd ex-werknemers van de bedrijven Unilever, IBM Nederland, Vendex KBB en Rabobank en van de rijksoverheid. De houding van leidinggevenden, zo stellen de onderzoekers, lijkt zich te kenmerken ,,door een haast onverschillige afstandelijkheid; het einde van de arbeidsloopbaan is een zaak van de werknemer met de werkgever in de buitenspelpositie.'' De onderzoekers merkten hierbij geen verschillen op tussen de ondernemingen en de ministeries.

Van de ondervraagde werknemers zegt maar 6 procent tot 65-jarige leeftijd door te willen werken, 4 procent wil nog na het 65ste jaar aan de slag blijven. De gemiddelde leeftijd waarop werknemers zeggen te willen stoppen is zestig jaar. Het minder gaan werken door oudere werknemers blijkt geen positieve invloed te hebben op de leeftijd waarop ze uiteindelijk stoppen met werken.

Achtergrond: pagina 19