Weer gaat het alleen om twee ego's in Albanië

Albanië dreigt weer af te glijden naar de politieke instabiliteit die het land jarenlang heeft gekenmerkt.

Het was vorig jaar een megadoorbraak: na tien jaar van wederzijdse beschuldigingen, verdachtmakingen en intriges sloten de twee aartsvijanden van de Albanese politiek, Fatos Nano en Sali Berisha, vrede. Een vrede onder druk van de internationale gemeenschap, want de Europese Unie en de NAVO, de OVSE en de Raad van Europa waren het na tien jaar allemaal behoorlijk zat: jaar in jaar uit werd elke poging, Albanië politiek en maatschappelijk te stabiliseren, te niet gedaan door de intense vijandschap tussen de twee leiders, die met elkaar gemeen hebben dat ze hun eigen macht véél interessanter en belangrijker vinden dan het lot van de Albanese burgers.

De Burgfriede van midden vorig jaar maakte opeens een eind aan die oorlog. Beide kemphanen waren, `geholpen' door de internationale gemeenschap, tot de conclusie gekomen dat samenwerking meer opleverde dan polarisatie. Fatos Nano werd mede tot die conclusie gedwongen door de `Jonge Turken' in zijn achterban – mensen als ex-premier Ilir Meta – die steeds duidelijker en steeds openlijker zijn leiderschap aanvochten. Nano had graag president willen worden, maar wist dat hij de vereiste meerderheid van 60 procent in het parlement niet zou halen en nam derhalve genoegen met het premierschap. En ex-president Sali Berisha, die jarenlang het parlement had geboycot uit pure nijd over het verlies van de macht, werd door de OVSE aan het verstand gebracht dat het geduld van de internationale gemeenschap met zijn politieke sabotage nu echt op was.

En zo sloten Berisha en Nano in juni hun vrede. Hoe die er in detail uit zag, is de buitenwereld niet te weten gekomen: de voorwaarden hielden de twee voor zichzelf en een schriftelijke tekst is niet gepubliceerd. Nano en Berisha bereikten overeenstemming over een kandidaat voor het presidentschap – Alfred Moisiu – en over ,,samenwerking bij het identificeren van problemen en prioriteiten bij de versterking van de democratische instituten en de Euro-Atlantische integratie van het land.''

De kleinere partijen waren woedend. De PSSh en de PD immers bepaalden voortaan samen het beleid en verdeelden de leuke banen in het land, een `grote coalitie' die van de parlementaire democratie niet zo veel overliet omdat het beleid niet meer in het parlement, maar in de achterkamertjes van de partijkantoren werd vastgesteld. En al gauw bleek dat de onderlinge verdeling van de machtsposities het hoofdthema van het beraad in de achterkamertjes was: van hervormen of het depolitiseren van de rechtspraak, de gezondheidszorg en de ambtenarij is het afgelopen halve jaar weinig terecht gekomen. Meer dan een consensus-president heeft het hele samenwerkingsakkoord eigenlijk niet opgeleverd.

Berisha hield het akkoord in december voor gezien toen in Elbasan, bolwerk van zijn Democratische Partij, een socialist een tussentijdse verkiezing won. De winnaar zou de regels hebben geschonden door de dag voor de verkiezingen voedselhulp uit te delen in een volkswijk. ,,De regering en de socialisten hebben duidelijk gedemonstreerd dat ze niet van plan zijn de vrije wil van de Albanezen te respecteren. De tweepartijencommissies in het parlement werken niet, lokale verkiezingen worden gemanipuleerd en afspraken in tussentijde parlementsverkiezingen worden niet nagekomen'', aldus Berisha. ,,De regering hanteert maffia-procedures en koopt stemmen met geld dat de Albanese belastingbetaler uit de zak is geklopt. Dat is het alternatief van de socialisten voor de hervorming van het kiessysteem.'' De socialisten van hun kant verweten Berisha niet tegen zijn verlies te kunnen, want ,,één zetel minder in het parlement heeft niets te maken met het samenwerkingsakkoord''.

Albanië lijkt weer af te glijden naar de instabiliteit die het tien jaar heeft gekenmerkt. Dat is slecht nieuws voor premier Nano, die volgende maand voorzitter Prodi van de Europese Commissie op bezoek krijgt voor overleg over een associatieverdrag met de EU. Als Berisha gaat doen wat hij goed kan – saboteren – komt dat akkoord er nog heel lang niet.