Turkmeense pilaf

In The Sunday Times werd aandacht besteed aan mensenrechtenschender Saparmurat Niyazov, president van de republiek Turkmenistan. Deze dictator, die zich de Grote Vader van alle Turkmenen laat noemen, is een echt moederskindje. Niet alleen liet hij een standbeeld van vrouwe Justitia neerzetten dat het evenbeeld van zijn overleden moeder is, Niyazov heeft ook, naar ouderwets sovjetgebruik, kantoren, dorpen, straten, fabrieken en steden de naam van zijn moeder, Gurbansoltan-edzhe, gegeven. De president staat er op dat er in de winkel niet langer om chorek (brood) wordt gevraagd. Dit woord is officieel afgeschaft en vervangen door inderdaad de naam van zijn moeder. Wie brood koopt moet dus vragen naar een Gurbansoltan-edzhe.

Vandaag een recept voor 4 personen voor een Turkmeens rijstgerecht waaraan abrikozen, amandelen, pistachenoten en druiven zijn toegevoegd. Eet er geroosterde geitenkoteletjes circa 3 per persoon – bij. Deze koteletjes zijn te koop bij Turkse en Marokkaanse slagers, waar je ook de juiste, vaak uit Iran geïmporteerde, pistachenoten, de granaatappels en de biber, vlokken van gedroogde rode pepertjes, vindt. Bereiding: pel de pistachenoten. Giet heet water op de abrikozen en laat ze minstens een uur wellen. Laat ze vervolgens uitlekken. Rooster de amandelen in enkele druppels olie. Maak de granaatappelsaus: fruit op een vrij laag vuur de knoflook uit de knijper in 1 eetlepel olie. Giet 2 eetlepels grenadinesiroop en 125 ml water op de knoflook. Roer de pepervlokken en koriander erdoor. Kook de saus 5 minuten op een laag vuur. Breng de saus op smaak met circa 1 eetlepel citroensap en een beetje zout. Kook de rijst gaar volgens de gebruiksaanwijzing op de verpakking. Schep vruchten en noten door de rijst. Snijd de granaatappel doormidden en schep de zaadjes uit de vrucht. Bestrooi de pilaf met de granaatappelzaadjes. Serveer de saus apart.

    • Anne Scheepmaker