Trek ten strijde tegen de oorlog!

De plannen voor een aanval op Irak passen in een ouderwets Amerikaans kolonialisme dat binnenkort zijn ijzeren vleugels over ons allen uitslaat, vindt John le Carré.

Amerika is beland in één van zijn perioden van historische krankzinnigheid, maar dan wel de ergste die ik me kan heugen: erger dan het McCarthyisme, erger dan de Varkensbaai en op den duur misschien wel rampzaliger dan de oorlog in Vietnam.

De reactie op 11 september 2001 overtreft alles wat Osama in zijn kwalijkste dromen kan hebben gehoopt. Net als ten tijde van McCarthy worden de rechten en vrijheden waardoor de hele wereld jaloers is op Amerika, stelselmatig uitgehold.

De vervolging van `allochtone' Amerikanen is in volle gang. `Tijdelijke inwoners', afkomstig uit Noord-Korea en het Midden-Oosten, verdwijnen na geheime beschuldigingen op basis van geheime gerechtelijke uitspraken in geheime gevangenschap. In de VS wonende Palestijnen die voorheen werden beschouwd als stateloos en daarom niet konden worden uitgezet, worden nu overgedragen aan Israël voor `herplaatsing' in Gaza en op de Westelijke Jordaanoever, waar ze misschien nog nooit een voet hebben gezet.

Spelen we in Groot-Brittannië hetzelfde spel? Ik denk van wel. Over dertig jaar zullen we het weten.

Nog nooit is een Amerikaanse regering zo geheimzinnig te werk gaan. Als de inlichtingendiensten niets weten, zal dat het best bewaarde van alle geheimen zijn. Vergeet niet dat dit dezelfde organisaties zijn die ons de grootste mislukking uit de geschiedenis van de inlichtingendiensten hebben bereid: 11 september 2001.

De oorlog die ophanden is, stond al op het programma lang voordat Osama bin Laden toesloeg. Hij is alleen mogelijk geworden door Osama. Zonder Osama zou de junta van Bush nu nog proberen allerlei netelige kwesties uit te leggen: hoe ze nu eigenlijk was gekozen; Enron; de schaamteloze bevoordeling van mensen die toch al te rijk zijn; de meedogenloze veronachtzaming van de armen op de wereld en van het milieu, en een hele reeks eenzijdig opgezegde internationale verdragen. Ze zouden ons misschien ook eens moeten zeggen waarom ze Israël steunen in zijn voortdurende veronachtzaming van VN-resoluties.

Maar Osama heeft dat gelukkig allemaal onder het kleed geschoven. De club van Bush zit hoog te paard. Achtentachtig procent van de Amerikanen wil deze oorlog, krijgen we te horen. De Amerikaanse defensiebegroting is met nog eens 60 miljard dollar verhoogd tot 360 miljard dollar. Er wordt gewerkt aan een prachtige nieuwe generatie Amerikaanse kernwapens, ontworpen om te kunnen reageren op de nucleaire, chemische en biologische wapens in handen van schurkenstaten. Dus we kunnen allemaal gerust ademhalen.

Niet alleen besluit Amerika eenzijdig wie deze wapens al dan niet mogen bezitten, het behoudt zich ook eenzijdig het recht voor om overal en altijd waar het zijn belangen, vrienden en bondgenoten bedreigd acht, zonder scrupules zijn kernwapens in te zetten. Wie die vrienden en bondgenoten de komende jaren precies zullen zijn is, zoals altijd in de politiek, een beetje een raadsel. Je maakt aardige vrienden en bondgenoten, dus die bewapen je tot de tanden. Maar op een dag zijn ze niet meer je vrienden en bondgenoten, dus dan gooi je een atoombom op hun hoofd.

Hierbij moeten we in herinnering roepen hoe lang en diepgaand het Amerikaanse kabinet de mogelijkheid heeft overwogen om na 11 september Afghanistan met kernbommen te bestoken. Gelukkig voor ons allemaal, maar vooral voor de Afghanen – wier betrokkenheid bij 11 september veel geringer was dan die van de Pakistani – werd besloten te volstaan met 25.000 ton `conventionele' daisy cutters, die trouwens de uitwerking van een kleine kernbom hebben. Maar de volgende keer wordt het menens.

Wélke oorlog 88 procent van de Amerikanen precies denkt te steunen, is minder duidelijk. Hoe lang mag die oorlog duren? Tegen welke prijs aan Amerikaanse levens? Tegen welke prijs voor de Amerikaanse belastingbetaler? Tegen welke prijs – want de meesten van die 88 procent zijn in-fatsoenlijke en humane mensen – aan Iraakse levens? Het zal inmiddels wel staatsgeheim zijn, maar Desert Storm kostte Irak tweemaal zoveel levens als Amerika in de hele Vietnam-oorlog heeft verloren.

Hoe Bush en zijn junta de Amerikaanse woede van Osama bin Laden naar Saddam Hoessein hebben weten te verplaatsen, is één van de grote pr-goocheltrucs uit de geschiedenis. Maar het is hun gelukt. Een recente opiniepeiling leert dat één op de twee Amerikanen inmiddels gelooft dat Saddam verantwoordelijk was voor de aanslag op het Wereldhandelscentrum.

Het Amerikaanse publiek wordt niet alleen misleid. Het wordt bedreigd, gekoeioneerd, geïntimideerd en in een permanente toestand van onwetendheid en angst gehouden, waardoor het des te afhankelijker van zijn leiders is. Met een beetje geluk helpt de zorgvuldig georkestreerde neurose Bush en zijn handlangers keurig naar de volgende verkiezingen.

Wie niet voor Bush is, is tegen hem. Erger nog, die is voor de vijand. Wat raar is, want ik ben faliekant tegen Bush, maar ik zou ook heel graag Saddam zien vallen – alleen niet onder de voorwaarden en met de methoden van Bush. En niet onder de vlag van zo'n ongehoorde schijnheiligheid.

Een ouderwets Amerikaans kolonialisme zal binnenkort zijn ijzeren vleugels over ons allen uitslaan. Er sluipen meer zwijgzame Amerikanen nietsvermoedende stadjes binnen dan op het hoogtepunt van de Koude Oorlog.

Het weerzinwekkendste van deze onwezenlijke aanstaande oorlog zijn misschien nog wel de vrome praatjes waarmee de Amerikaanse troepen naar het slagveld zullen worden gestuurd.

Bush heeft een directe lijn met God. En God heeft heel bijzondere politieke opvattingen. God heeft Amerika aangewezen om de wereld te redden zoals het Amerika goeddunkt.

God heeft Israël aangewezen als steunpilaar van Amerika's Midden-Oostenpolitiek, en iedereen die daar iets aan af wil doen is a) antisemitisch, b) anti-Amerikaans, c) voor de vijand en d) een terrorist.

God heeft ook geduchte relaties. In Amerika, waar alle mensen gelijk zijn voor Zijn aangezicht, zij het niet voor elkaar, telt de familie-Bush een president, een oud-president, een oud-hoofd van de CIA, de gouverneur van Florida en de oud-gouverneur van Texas. Bush senior kan bogen op een aantal mooie oorlogen, en op de welverdiende faam ongehoorzame satellietstaten te treffen met de Amerikaanse toorn. Een van de oorlogjes die hij ontketende, ging tegen zijn vroegere CIA-makker Manuel Noriega van Panama, die hem goede diensten had bewezen in de Koude Oorlog, maar toen die voorbij was naast zijn schoenen was gaan lopen. Naakter kan macht niet zijn, en Amerikanen weten dat.

Een paar illustraties?

George W. Bush: 1978-84: directeur Arbusto-Bush Exploration, een oliemaatschappij. 1986-1990: directeur van de oliemaatschappij Harken.

Dick Cheney: 1995-2000: directeur van de oliemaatschappij Halliburton.

Condoleezza Rice: 1991-2000: directeur bij de oliemaatschappij Chevron, die een olietanker naar haar heeft vernoemd.

Maar geen van deze onbeduidende connecties schaadt de integriteit van Gods werk. We hebben het hier over oprechte waarden. En we weten waar uw kinderen op school zitten.

In 1993 was oud-president George Bush op privé-bezoek in het oerdemocratische koninkrijk Koeweit, om de dank van de Koeweiti's in ontvangst te nemen dat hij hen had bevrijd, toen iemand hem probeerde te vermoorden. De CIA denkt dat die `iemand' Saddam Hoessein was. Vandaar dat Bush junior roept: `Die man heeft mijn papa proberen te vermoorden.' Maar het is nog altijd niets persoonlijks, deze oorlog. Hij is nog altijd noodzakelijk. Hij is nog altijd het werk van God. Hij is nog altijd bedoeld om het arme, onderdrukte Iraakse volk vrijheid en democratie te brengen.

Om een aanvaardbaar lid van de ploeg-Bush te zijn, lijk je ook te moeten geloven in een Absoluut Goed en een Absoluut Kwaad, en met veel hulp van zijn vrienden, familie en God zal Bush ze wel voor ons uit elkaar houden. Misschien ben ik wel een Kwaad omdat ik dit schrijf, maar dat zal ik moeten nagaan.

Wat Bush ons niet vertelt is de ware reden waarom we ten oorlog trekken. Waar het om draait is niet een As van het Kwaad – maar olie, geld en mensenlevens. Saddam heeft de pech dat hij op het één na grootste olieveld ter wereld zit. De pech van buurland Iran is dat het de grootste voorraad aardgas ter wereld bezit. Bush wil beide, en wie hem daarbij helpt, krijgt een deel van de buit. En wie niet helpt, krijgt niets.

Als Saddam die olie niet had, zou hij naar hartelust zijn burgers mogen martelen en uitmoorden. Andere leiders doen dat dagelijks – zie Turkije, Syrië, Egypte, Pakistan – maar dat zijn onze vrienden en bondgenoten.

Ik vermoed dat Bagdad in werkelijkheid Bagdad geen duidelijk en direct gevaar vormt voor zijn buurlanden, en geen enkel voor Amerika en Groot-Brittannië. Saddams massavernietigingswapens, als hij die nog heeft, zullen in het niet vallen bij het spul dat Israël of Amerika hem binnen vijf minuten op zijn hoofd zouden kunnen gooien. Waar het om draait is niet een acute militaire of terroristische dreiging, maar de economische noodzaak van de Amerikaanse groei.

Waar het om draait is de behoefte van Amerika om ons allemaal zijn overweldigende militaire macht te demonstreren – Europa en Rusland en China, het arme malle kleine Noord-Korea en ook het Midden-Oosten; om te laten zien wie Amerika binnenslands regeert, en wie buitenslands dóór Amerika zal worden geregeerd.

De welwillendste uitleg van de rol van Tony Blair in dit geheel is dat hij de tijger dacht te kunnen temmen. Maar dat kan hij niet. In plaats daarvan heeft hij hem een valse legitimiteit en een welluidende stem gegeven. Ik ben bang dat diezelfde tijger hem nu in een hoek gedreven heeft waar hij niet uit kan komen. Het tegenstrijdige is dat George W. zichzelf misschien ook wel een beetje zo voelt.

In de éénpartijstaat Groot-Brittannië is Blair bij een belabberde opkomst door zo'n kwart van de kiezers tot hoogste leider gekozen. Gegeven dezelfde publieke apathie en een voortzetting van de armzalige vertoning door de oppositiepartijen bij de volgende verkiezingen, zal Blair of zijn opvolger eenzelfde absolute macht verwerven met een nog kleiner deel van de uitgebrachte stemmen. Het is uiterst lachwekkend dat Blair zichzelf in de touwen heeft gepraat en dat op zo'n moment geen van de oppositieleiders naar hem weet uit te halen. In Groot-Brittannië en Amerika vindt dezelfde tragedie plaats: terwijl onze regeringen draaien, liegen en hun geloofwaardigheid verliezen en de vermeende parlementaire alternatieven elkaar in de haren zitten, halen de kiezers gewoon hun schouders op en kijken de andere kant uit. Politici kunnen maar nooit geloven hoe weinig ze ons kunnen wijsmaken.

Dus gaat het er in Groot-Brittannië niet om welke politieke partij na de dreigende puinhoop een regering zal vormen, maar wie aan het roer zal staan.

De beste overlevingskans voor Blair persoonlijk is dat Bush door protesten overal ter wereld en een opeens dappere VN, te elfder ure wordt gedwongen zijn revolver ongebruikt weer in zijn holster te stoppen. Maar wat gebeurt er als de grootste cowboy ter wereld zonder het hoofd van een tiran de stad weer in komt rijden?

Het slechtste voor Blair is als hij ons, met of zonder de Verenigde Naties, meesleurt in een oorlog die voorkomen had kunnen worden als de wil maar had bestaan om krachtig te onderhandelen; een oorlog die in Groot-Brittannië net zo min democratisch is besproken als in Amerika. Blair zal dan mede hebben bijgedragen tot een onvoorspelbare vergelding, grote binnenlandse onrust en regionale chaos in het Midden-Oosten. Zo'n uitkomst zou nog tientallen jaren afbreuk doen aan onze betrekkingen met Europa en het Midden-Oosten. Welkom bij de partij van de `ethische buitenlandse politiek'.

Er bestaat een middenweg, maar die is lastig: Bush springt erin zonder goedkeuring van de VN, en Blair blijft op de kant staan. Vaarwel Bijzondere Relatie.

De stank van godsdienstige zelfvoldaanheid in de Amerikaanse lucht doet denken aan het Britse Rijk op zijn slechtst. De mantel van lord Curzon past slecht om de schouders van de toonaangevende columnisten in Washington. Ik gruw nog erger als ik mijn premier zijn zalvende schoolmeestersspitsvondigheden hoor lenen voor dit overduidelijk kolonialistische avontuur.

Wij voeren deze oorlog, als die komt, om het vijgenblad van onze bijzondere betrekking met Amerika te waarborgen, om ons deel uit de oliepot te graaien en omdat Blair na al het publieke vertoon van saamhorigheid in Washington en Camp David niet meer terug kan.

,,Maar gaan we winnen, papa?''

,,Natuurlijk, kind. Het is allemaal al voorbij terwijl jij nog in bed ligt.''

,,Waarom doen we het?''

,,Omdat anders de kiezers van meneer Bush vreselijk ongeduldig worden en misschien besluiten toch maar niet op hem te stemmen.''

,,Maar gaan er ook mensen bij dood, papa?''

,,Niemand die jij kent, lieverd. Alleen maar buitenlanders.''

,,Mag ik het op de televisie zien?''

,,Alleen als dat mag van meneer Bush.''

,,En daarna, is dan alles weer gewoon? Doet er dan niemand meer iets akeligs?''

,,Stil maar, kind, en ga nu maar slapen.''

Afgelopen vrijdag reed een Amerikaanse vriend van me in Californië naar zijn plaatselijke supermarkt met een sticker op zijn auto waarop stond: `Vrede is ook patriottisch'. Die was weg zodra hij boodschappen had gedaan.

John le Carré is schrijver. Dit is een lange versie van een van zijn hand bijdrage op de website www.openDemocracy.net ©David Cornwell