Reidinga overtuigt als verwend kreng

In een korset van ijs, met vuurrood haar als een uitslaande brand staat de heldin op het affiche van Hedda Gabler van de Theatercompagnie. De hooghartige Hedda woont in een patriciërshuis gedomineerd door meterslange witte vitrages die het huis het aanzien van een chique ijspaleis geven. Net terug van huwelijksreis vraagt de dertiger zich af: is dit alles? Hedda Gabler (1892) en andere stukken van de Noor Henrik Ibsen worden vaak als pre-feministische studies naar sterke vrouwen gezien. Maar in deze versie van Theu Boermans is Hedda vooral een vernietigende kracht.

Hedda is een zwarte romantica. Ooit reed ze paard en danste de nachten weg, omringd door aanbidders. Nu zit de schone generaalsdochter thuis en doet niets. Maar de anderen moeten van haar het woeste leven voortzetten, met grootste daden, drinkgelagen, gezwaai met pistolen. Hedda manipuleert de levens die haar omringen: ,,Ik wil één keer in mijn leven de macht hebben om een mensenleven te maken of te breken.'' Ze is jaloers op al het leven dat buiten haar omgaat. Als een oude vlam – de briljante, drankzuchtige bohémien Eilert Lövborg – in de macht van een andere vrouw komt en uit de goot klimt, drijft zij hem en zichzelf de dood in.

Boermans haalt Hedda Gabler naar het heden. Dat gaat grotendeels moeiteloos. Hier en daar verandert een rijtuig in een taxi; Hedda danst wild op r&b; verder houdt Boermans het wijselijk tijdloos. Net als in zijn eerdere gemoderniseerde klassiekers blinkt Boermans' regie uit in glasheldere tekening, duidelijke symboliek, en toegankelijkheid. Voor het eerst zag ik daar ook een verlies in, van suggestie en duistere mysterie.

Wat vooral met de modernisering verandert, is het daadwerkelijk gekooid zijn van Hedda. De tijd dat vrouwen niet mee mogen doen met de mannen, dat ze geheel afhankelijk van ze zijn, is voorbij. Niemand is meer voor eeuwig gebonden aan een echtgenoot. Hierdoor komt de nadruk veel meer op Hedda's eigen onvermogen te liggen. Zij kan best het woeste leven leiden waar ze naar snakt, maar ze durft niet. Zij is zelf haar grootste hindernis. Doordat het gevecht tegen de conventies, tegen het patriarchaat, tegen de onvrijheid een kleine rol speelt, ligt de nadruk veel meer op de vernietigingsdrang van Hedda. Zij verliest haar heroïek, maar wordt een tragische duivelin.

Met Tjitske Reidinga (30) en Carice van Houten (26) haalde Boermans twee talentrijke, jonge actrices in huis die momenteel sterk in de belangstelling staan. Spannend is dat hij de vrouwen tegencast. Carice van Houten is degene die het koele, katachtige mysterie in zich draagt. Zij is ook de beste metamorfose-kunstenaar van de twee. Boermans geeft haar echter de rol van Hedda's tegenpool Thea; een wat flodderige, zorgzame dame – op het eerste gezicht onooglijk en zwak, maar in feite de sterkere, opbouwende kracht. In tegenstelling tot Hedda is zij wel in staat om uit een huwelijk te breken. Van Houten maakt er een rijke rol van. Zij doet hoogstens teveel; bijvoorbeeld het wat afgezaagde stijlmiddel van het zuidelijk accent. Boermans had haar iets meer moeten afremmen. Verder heeft Van Houten dit keer last van haar grote komische gave. Zelfs de meest dramatische zinnen wekken gegniffel op.

Tjitske Reidinga is een warme actrice met lange, zwiepende ledematen en een treurig gezicht, sterk in slachtofferrollen. Hedda Gabler is juist een koele manipulatrice; een zware, serieuze hoofdrol, doorgaans door wat rijpere actrices gespeeld. De vraag was dan ook: haalt Reidinga het? Boermans en zij hebben bewonderenswaardig werk verricht. Ze beweegt sierlijk en rustig, ze oogt prachtig, en ze overtuigt als verwend kreng. De spanning tussen de zware rol en de door Boermans getemde actrice geven deze Hedda het noodzakelijke ingekapselde vuur. Maar al die mooie poses – ondoorgrondelijke blikken de zaal in – doen ook wat geforceerd aan. In haar tragiek en uiteindelijke val weet ze me toch niet helemaal mee te nemen.

Onder zware gitaarmuziek gooit Hedda de meubels van het podium en trekt de vitrage naar beneden, waardoor ze in het kale toneelhuis komt te staan. Het is wat pompeus, maar het hoort wel bij Hedda: als zij dan eindelijk besloten heeft zichzelf te vernietigen – en zo met moed een daad te stellen – doet ze dat met overdreven symboliek.

Voorstelling: Hedda Gabler van Henrik Ibsen door de Theatercompagnie. Regie: Theu Boermans. Gezien: 14/1 Stadsschouwburg Amsterdam. Aldaar t/m 18/1. Tournee t/m 5/4. Inl. (020) 5205320 of www.theatercompganie.nl

    • Wilfred Takken