Pensioenwereld snakt naar een adempauze

De pensioenwereld wil van de politiek langer de tijd hebben om orde op zaken te stellen. De beurs was een ramp, maar de waakhond heeft het gedaan.

De pensioenlobby is onverzadigbaar.

De onafhankelijke waakhond over de branche, de Pensioen- en Verzekeringskamer (PVK), die de normen en waarden voor de pensioenwereld de afgelopen maanden eigenmachtig én onder massieve sociaal-economische en politieke druk al heeft opgerekt, moet volgens de sector nog verder inbinden.

De pensioenfondsen, die voor miljoenen werknemers en gepensioneerden meer dan 400 miljard euro beheren, vinden dat het beleid van de PVK alleen maar tot gevolg heeft dat de pensioenregelingen verslechteren, zei directeur P. Borgdorff van de koepel van pensioenfondsen die complete bedrijfstakken bestrijken, zoals overheid en onderwijs (ABP) en zorg en welzijn (PGGM).

In de jaren negentig zijn pensioenfondsen, om hun premies voor werkgevers en werknemers laag te houden, op grote schaal in aandelen gaan beleggen. Werknemers en werkgevers zijn de dominante beslissers in de pensioenwereld.

Het doorsnee pensioenfonds heeft zo'n 45 procent van zijn geld in aandelen belegd. Dat levert een hoger rendement op, maar de laatste drie jaar door de koersval op de beurzen juist stijl oplopende beleggingsverliezen. Per begin december hadden 138 pensioenfondsen, ruim een op de zes, te weinig vermogen ten opzichte van hun pensioenverplichtingen plus een kleine reserve.

Of de politiek nu maar wil zorgen dat pensioenfondsen bij een vermogenstekort niet 13 maanden (zoals de wet dicteert), niet 12 maanden (zoals de PVK zelf aanbiedt), maar 36 maanden de tijd hebben om hun financiële positie op orde te krijgen. Verder willen de pensioenfondsen na die eerste herstelperiode een langere periode (nu: 6 tot 8 jaar) om ook genoeg financiële buffers tegen toekomstige koersdalingen op te bouwen.

Krijgen de fondsen geen extra respijt dan dreigen, door de hogere pensioenpremies, verlies van arbeidsplaatsen (138.000 in vier jaar), nog meer koopkrachtverlies en winstwaarschuwingen in het bedrijfsleven. Gistermiddag presenteerde de pensioenwereld in Den Haag een rapport van het adviesbureau Ortec waarin de dramatiek met cijfers is gestaafd.

Ortec-adviseur G. Boender vertelde daar dat de economische gevolgen van het PVK-beleid konden worden doorgerekend met hulp van het Centraal Planbureau (CPB), dat zelf bezig is met berekeningen voor de Haagse topambtenaren die in de zogeheten Centraal Economische Commissie zitten. De CEC levert de bouwstenen voor het beleid van het nieuwe kabinet.

De pensioenwereld wil dat de PVK een ruimer mandaat krijgt, inclusief verantwoordelijkheid voor ,,behoud van ons robuuste pensioensysteem''. Leuk voor ondernemers en werknemers die premieverhogingen langer mogen uitsmeren, niet fijn voor mensen die, gedwongen door reorganisaties, (collectief) van baan moeten wisselen maar bij een pensioenfonds zitten dat een tekort heeft dat wel drie jaar mag duren.

Vol zelfvertrouwen gaf de pensioenlobby de politiek, de pers én de PVK de zwartepiet. Politici staken de lont in het kruitvat met het nooit ingetrokken wetsontwerp dat overschotten van pensioenfondsen belast zouden worden, zei bestuurslid G. Krijnen van de Unie van Beroepspensioenfondsen. En:,,De PVK stond erbij, keek ernaar en heeft alles goedgekeurd.'' Ortec-adviseur Boender:,,Ik erger me er echt aan dat dat pensioenfondsen in de media een beetje als boeven worden afgeschilderd.''

,,Veel pensioenfondsen zijn zich bewust geweest van de risico's'' die zij met hun aandelenbeleggingen namen, verzekerde directeur J. Steenvoorden van de koepel van pensioenfondsen die voor individuele ondernemingen werken. Veel pensioenfondsen? Niet alle? Het klonk even als zelfkritiek.