Hoofdstad was speelbal van bouwkartel

Samenspannende bouwbedrijven hielden de gemeente Amsterdam jarenlang in de tang. Prijsafspraken en opdrachtverdeling bij bouwwerken en onderhoud.

Het gerucht circuleerde al jaren in de skyboxen van de Arena: dat aannemers de bouwopdrachten in de stad onderling verdeelden en dat door kartelvorming en onderlinge prijsafspraken de gemeentelijke diensten feitelijk buiten spel stonden.

Op het stadhuis kennen oudgedienden nog verhalen over deals bij de bouw van de Stopera. Hoe aannemingscombinaties die afvielen in de aanbestedingsprocedure, elk één miljoen gulden toegeschoven kregen. Maar de afgelopen maanden, bij bestudering van de schaduwboekhouding van bouwbedrijf Koop Tjuchem, kreeg de gemeente pas goed door hoe fijnmazig het Amsterdamse bouwkartel is geweest, en hoezeer de gemeente, waar voor miljoenen omgaan in de aanbestedingsprocedures, financieel gedupeerd is.

Dat samenspannende bouwbedrijven Amsterdam jarenlang in de tang hadden, bleek voor het eerst twee jaar geleden, bij de aanbesteding van de Utrechtboog, een spoorproject van gemeente en Nederlandse Spoorwegen. Bij het bureau Screening en Bewaking van de gemeente, in het leven geroepen om onregelmatigheden bij aanbestedingsprocedures aan het licht te brengen, klaagden buitenlandse bouwbedrijven dat ze van de markt geweerd werden door Nederlandse ondernemingen. Zij werden bij inschrijving geconfronteerd met een verplichte afname van grondstoffen tegen twintig procent hogere prijzen dan ze gewend waren wanneer ze in combinatie met Nederlandse bouwbedrijven meedongen in aanbestedingsprocedures.

Amsterdam heeft die informatie doorgegeven aan de mededingingsautoriteit NMa, maar kreeg te horen dat het bestaan van dergelijke constructies niet bekend was. De informatie zou onderzoekstechnisch voorlopig ook geen prioriteit zou krijgen.

Bij eventuele schadeprocedures kan Amsterdam gebruik maken van de speciale bevoegdheid die ambtenaren van Screening en Bewaking het recht geeft om politieregisters, waaronder de schaduwboekhoudingen vallen, in te zien voor intern gebruik. Ambtenaren van Screening en Bewaking kregen die bevoegdheid enkele jaren geleden van de minister van Justitie.

De gemeente telt minstens twintig gedecentraliseerde instanties, zoals het vervoerbedrijf, stadsdelen en de waterleiding, die aanbestedingen op de markt zetten. Maar er is centraal geen overzicht over aard en omvang van het aantal aanbestedingsprocedures dat jaarlijks door al die gemeentelijke instanties worden gevoerd.

Pagina's lang geeft de schaduwboekhouding aan hoe Amsterdam als opdrachtgever speelbal was van kartelpraktijken. Elke gedecentraliseerde gemeentelijke instantie komt in de schaduwboekhouding voor. Zoals de dienst Infrastructuur, Verkeer en Vervoer (dIVV) met de bouw van brug 348 over de Schinkel, voor een bedrag van 6.255.000 miljoen gulden. Tot op de dag van vandaag verkeert de opdrachtgever in de veronderstelling dat de procedure rond de gunning correct is verlopen. De schaduwboekhouding wijst anders uit.

Uit de boeken blijkt dat in heimelijk overleg, voorafgaand aan de aanbesteding van de brug, op 26 juni 1997 werd afgesproken dat Koop als laagste zou inschrijven, voor 6.255.000 gulden. Koop zou daarop de overige veertien aannemers in totaal 1.050.000 gulden betalen. Bovendien hield elke inschrijver een fles wijn tegoed ter waarde van 400 gulden per persoon. Uiteindelijk bracht Koop in mei 2001 9,1 miljoen gulden in rekening, beduidend meer dan de 6.255.000 gulden waarvoor de gunning op 25 juli 1997 werd verstrekt.

Een van de veertien bedrijven was Lubbers' Constructiewerkplaats en Machinefabriek `Hollandia' BV uit Krimpen aan den IJssel. Het bedrijf, eigendom van ex-premier Ruud Lubbers en diens familie, vormde een combinatie met Van Hattum en Blankevoort BV uit Woerden. Aan de geheime afspraken deed ook Mercon mee, eveneens een bedrijf dat mede-eigendom is van de familie Lubbers. Oud-premier Lubbers was ten tijde van de aanbesteding commissaris van de Mercon Groep. Hollandia noch Lubbers zelf was vanochtend bereikbaar voor kommentaar.

In Amsterdam speelden bedrijven als Koop, Vermeer, Seignette, Markus, NMB, Kamsteeg en KWS elkaar opdrachten en geld toe. Dat werd met elkaar verrekend in een `staffel', een aparte regeling voor de verdeling van werktegoeden of zogenoemde opzetgelden. De aannemers werden een handje geholpen door het beleid van de gemeentelijke diensten die vaak dezelfde bedrijven uitnodigen en weinig openbaar aanbesteden. De diensten stonden het ook toe dat de `concurrenten' Ooms, Vermeer, Ballast Nedam en NBM samen in één bedrijf, SONA, opdrachten voor onderhoud verdeelden.

Ook SONA speelde het spel mee, blijkt uit de schaduwboekhouding. In een vooroverleg in 1996 tussen SONA, Koop en Rutte kreeg SONA de opdracht: een werk in de Heemstedestraat. SONA schreef voor 93.000 gulden in. Koop en Rutte mochten ieder een tegoed bijschrijven van 22.500 gulden.

Onder projectnummer GA-1996 werd op 2 mei 1997 werk aan de Amsterdam Arena aanbesteed. Koop en BNGW deelden de opdracht. ,,BNGW betaalt 23 procent over zijn omzet aan Koop'', vermeldt de schaduwboekhouding. Of het project `Gooiseweg' in Zuidoost in 1995, met een gunningsbedrag van 1.280.000 gulden: ,,De combinatie KWS/Koop keert 170.720 gulden uit.''

In het stadsdeel Osdorp is het bedrijf Markus meestal van de partij. Zoals op 10 juli 1998 bij het project TV-20-1938 (aanleg van de ecologische zone `drasse dijkvoet') waarmee een bedrag gemoeid was van 1.163.000 gulden. ,,Weggegeven aan de combinatie Markus/BNGW/Seignette. Goede prijs'', vermeldt de schaduwboekhouding van Koop.

Markus was begin jaren negentig betrokken bij een intern onderzoek naar handjeklap tussen ambtenaren en bouwbedrijven. De affaire begon toen ambtenaren toenmalig stadsdeelwethouder S. Willing ervan beschuldigden dat hij aannemers, onder wie Markus, aanspoorde hoger in te schrijven bij aanbestedingen. Osdorp hield de affaire binnenskamers en deed intern onderzoek. ,,Uit de onderzochte feiten komt de indruk naar voren dat een aantal aannemers denkt invloed te hebben op de interne gang van zaken (de ambtelijke én de politieke) op het stadsdeelkantoor'', luidde een van de conclusies uit dat onderzoek. Willing trad af als wethouder, maar keerde in 1998 terug als stadsdeelburgemeester.

De gemeente gaat de aanbestedingsprocedures van de tientallen gemeentelijke instanties in kaart brengen om bouwfraude een halt toe te roepen. ,,Dat overzicht ontbreekt nu'', zegt burgemeester Cohen. ,,Een projectwethouder, bijvoorbeeld die van Financiën, kan daarvoor verantwoordelijk gemaakt worden.''

Amsterdam roept een stuurgroep in het leven die processen en procedures rond aanbestedingen gaat aanpassen. Vanaf 2004 moeten lokale rekenkamers per stadsdeel toezicht houden op het verloop van aanbestedingen. Als een goedkeurende verklaring ontbreekt, wordt dat gemeld bij het ministerie van Economische Zaken.

www.nrc.nl dossier: bouwfraude

    • Jos Verlaan
    • Joep Dohmen