De begraafplaats gaat dood

De Nécropole van Nice is een architectonisch hoogstandje. Maar kerkhoftoeristen laten deze moderne dodenstad links liggen.

Kerkhoven en begraafplaatsen zijn steeds minder exclusief bestemd voor de doden. De levenden komen er steeds vaker. De publieke belangstelling voor dodenakkers en voor de cultuurhistorie die zij vertegenwoordigen, zowel hier als in het buitenland, is groot en groeiend. Hoeveel mensen bezoeken op vakantie in het buitenland niet een begraafplaats? Een bezoek aan Parijs is niet compleet zonder Père Lachaise gezien te hebben. Datzelfde geldt voor de Kaisergruft in Wenen, de joodse begraafplaats van Praag of het begraafplaatseiland San Michele in de lagune van Venetië. Vanaf dit jaar zullen veel vakantiegangers bovendien het kerkhofje van Provesano in hun reisschema opnemen om de tombe van Pim Fortuyn te zien.

Een paar jaar geleden zond Teleac de serie `Begraven en begraafplaatsen in Nederland' uit. De serie sloot perfect aan bij het opkomende kerkhoftoerisme en werd een aantal keer herhaald. Het bijbehorende boek verkocht goed. Het bedrijf dat de serie indertijd voor Teleac produceerde, heeft nu het initiatief genomen voor twee nieuwe series. De ene serie zal gaan over nieuwe funeraire ontwikkelingen in Nederland – want sinds de eerste Teleac-uitzendingen is er veel veranderd op dat gebied. In de tweede serie zal de Europese funeraire cultuur centraal staan, behandeld aan de hand van een aantal thema's. Die Europese serie zal een erkenning vormen voor het werk van de Franse architect George Marguerita. Want eindelijk zal er aandacht komen voor zijn Nécropole.

De Nécropole van Nice is een bouwwerk van bijzondere allure. Met de hoge, strakke buitenmuren is het in eerste instantie een streng gebouw, met de uitstraling van een vesting, passend bij de sombere taak van het bewaren en bewaken van de doden. Tegelijk leveren de geometrische vormen en de hoge bogen in de buitenste ring een spannend spel van licht en schaduw op. Dat zie je pas goed als je via een licht hellende gang de Nécropole binnen bent gegaan naar het hart, het stervormige binnenplein. Daar laat de Nécropole zich van een heel andere kant zien. De omgangen, in drie verdiepingen die telkens iets meer terugwijken, en de galmende akoestiek geven het de indruk van een antiek amfitheater. Dat gevoel wordt nog versterkt door de grote bogen in de bovenste galerij. Zo duister afwerend als de vesting van buiten is, zo licht, omarmend en uitnodigend is de Nécropole op het binnenplein. Het binnenplein zelf is een opzienbarend eerbetoon aan de verbondenheid van Eros en Thanatos. Het is een onverhuld erotische mozaïek waarin drie grote spermatozoïde-achtige figuren uit de fallus van het entreepad naar voren schieten.

,,De Nécropole was bedoeld om de dood en het afscheid wat blijmoediger te maken voor de naasten'', vertelt Marguerita, inmiddels architect honoraire en teruggetrokken levend in de heuvels boven Nice. ,,Als u iemand gaat begraven op de begraafplaats van bijvoorbeeld Turijn, dan is de omgeving, het decor, wonderschoon. Dat maakt het tot een minder bedroevende gebeurtenis. Bij de Nécropole is dat net zo. Ik wil niet zeggen dat de dood een vrolijke aangelegenheid is, maar het kan van een grote troost zijn als het oog door iets moois getroffen wordt.''

Toen de Nécropole werd opgeleverd, in 1984, schreef de krant Nice Matin trots over de moderne dodenstad als iets `waar de toeristische gidsen niet over uitgepraat zullen raken'. Hoe anders is het uiteindelijk gelopen. Nice staat om veel bekend, maar niet om zijn Nécropole. Een bijzonder bouwwerk is de Nécropole nog steeds, maar het verval heeft al jaren geleden ingezet. De inwoners van Nice moeten er niets van weten omdat het te modern is en omdat het op achttien kilometer van het centrum te ver buiten de stad ligt. Van de nissen op de galerijen is alleen op de begane grond een aantal in gebruik. Hoe hoger je komt, hoe desolater de galerijen worden. Onkruid schiet op tussen de tegels, ijzerwerk zit vol roest, dekplaten van de nissen liggen lukraak op de grond. De unieke begraafplaats lijdt een kwijnend bestaan. De Nécropole – de beeldspraak ligt voor de hand – lijkt op sterven na dood.

Marguerita heeft zich neergelegd bij het trieste lot van zijn grootse ontwerp. Hoewel zijn huis op een half uurtje rijden ligt, is hij er al jaren niet meer geweest. De confrontatie met de teloorgang van zijn Nécropole zou te groot zijn. ,,Het is triest en teleurstellend, maar voor mij is het een gesloten hoofdstuk. Ik praat er nauwelijks meer over. Ik ben nu zo oud dat ik nog maar weinig vrienden over heb. Met de paar overblijvers ga ik niet ook nog eens over een onderwerp als de Nécropole praten.''