Architect grote koopvaardijfusie

Luciën P. Ruys, die afgelopen vrijdag op 93-jarige leeftijd is overleden, studeerde in 1933 af als werktuigkundig ingenieur. In die hoedanigheid heeft hij zelfs als tijdelijk vijfde machinist (,,om ook dat vak te leren'') met het motorschip Kota Pinang voor de oorlog een reis naar de koloniën gemaakt. Maar Luciën Ruys zal toch voornamelijk herinnerd worden als één van de belangrijkste Rotterdamse reders, van wie het grootste deel van zijn leven in het teken heeft gestaan van de zeescheepvaart.

Luciën Ruys was de vierde reder in de familie in successie, na zijn overgrootvader Willem, die in de jaren dertig van de negentiende eeuw met zeilvaart op de oost een goede boterham verdiende en goede banden onderhield met de Nederlandse Handel Maatschappij. In 1875 werd de Ruys Stoombootrederij opgericht, in 1883 omgedoopt tot de Rotterdamsche Lloyd.

Luciën die in 1909 – precies honderd jaar na grootvader Willem – werd geboren, leerde het scheepvaartvak van zijn vader Anthony, die in Antwerpen de cargadoorsfirma Ruys & Co bestuurde en vanuit die haven de belangen van de Rotterdamsche Lloyd behartigde. Luciën trad in 1938 in dienst in Antwerpen, nadat hij eerst een half jaar had gewerkt op het kantoor van de Rotterdamsche Lloyd in Batavia, de belangrijkste los- en laadhaven van de Rotterdamse rederij in de oost.

Maar de oorlog zou alles veranderen. Lucien was toen ambtenaar en ressorteerde onder toenmalig scheepvaartminister De Booy. Vanuit Londen en Den Haag heeft Ruys zich tot een jaar na de oorlog beziggehouden met de Nederlandse koopvaardijbelangen. Want Ruys zag al snel in dat er grote veranderingen op til waren. In 1948 kwam Luciën Ruys terecht bij Ruys & Co in Rotterdam. Twee jaar later werd hij tevens firmant van Wm. Ruys en Zonen, die de directie voerde over de inmiddels Koninklijke Rotterdamsche Lloyd.

Het verlies van de koloniën, maar ook de opkomst van de luchtvaart, zette de Nederlandse koopvaardij zwaar onder druk. De opkomst van de luchtvaart was de nagel aan de doodkist van de lijn- en passagiersvaart. Met Stoomvaart Maatschappij Nederland (SMN) onderhield de Lloyd al sinds het begin van de vorige eeuw een lijndienst op Nederlandsch Indië, maar dat was nog geen echte fusie. Want de rederijen bleven zelfstandig.

Dat veranderde na de grote koopvaardijfusie begin jaren zeventig van de vorige eeuw, die zijn beslag kreeg met de vorming van de Nederlandse Scheepvaart Unie, later omgedoopt tot Nedlloyd, de grootste koopvaardijfusie uit de Nederlandse zeevaart. Luciën Ruys was één van de grote architecten van die fusie, waarbij rederijen als de Rotterdamsche Lloyd, SMN, VNS, KJCPL en ten slotte ook de KNSM de handen ineen sloegen. Luciën Ruys was de eerste bestuursvoorzitter van die scheepvaartcombinatie, die op haar hoogtepunt in 1972 een uitgebreide vloot telde van 155 schepen. Van fraai gelijnde schepen voor passagiers en stukgoed tot tankers en containerschepen.

Na de teloorgang van de passagiersvaart, met als belangrikste acte de verkoop door de Lloyd van de `Willem Ruys' aan de Italiaanse Lauro-rederij, werd Nedlloyd gedwongen zich volledig te richten op de containervaart. Om daarin mee te kunnen blijven doen fuseerde Nedlloyd in 1996 met het Britse P&O. Een transactie die Luciën Ruys emotioneel meer heeft gedaan dan het feit dat de naam Ruys binnen het Nedlloyd-concern niet meer voorkomt.

Toen Luciën op zijn 72ste jaar afscheid nam van zijn laatste commissariaat – dat van Nationale Nederlanden – verhuisde hij met zijn vrouw naar Zwitserland. In 1996 keerde het echtpaar vanwege kinderen en kleinkinderen terug naar Nederland. ,,Ik ben in de scheepvaart een vergeten man'', stelde hij vast. P&O Nedlloyd staat op dit moment op het punt opnieuw te expanderen via een fusie of een grote overname. Luciën Ruys heeft het niet meer mogen meemaken.