Om de premier

Parlementsverkiezingen of premiersverkiezingen? Nederland kiest volgende week een nieuwe Tweede Kamer, maar de campagne zoals die door de grote partijen wordt gevoerd, suggereert iets anders. Namelijk dat niet het verkiezen van een nieuwe volksvertegenwoordiging aan de orde is maar de samenstelling van een nieuwe regering. Dat is geen nieuw verschijnsel. De zogeheten `valse keuze' die aan de kiezer wordt voorgelegd was ruim 35 jaar geleden een van de redenen om D66 op te richten. Sindsdien is de machtsvraag alleen maar centraler komen te staan. Dat heeft te maken met de toegenomen betekenis van de rol van de minister-president. Weliswaar is deze formeel nog altijd slechts de eerste onder zijn gelijken, maar in de praktijk is de premier wel degelijk vergelijkbaar geworden met collega's in het buitenland die over meer bevoegdheden beschikken. De internationale dimensie brengt dit ook met zich mee. In het uitdijende Europa is op de momenten waar de grote besluiten worden genomen de premier de vertegenwoordiger c.q. belangenbehartiger van Nederland.

Daarom is het niet vreemd dat – hoewel het staatsrechtelijk onzuiver is – de premiervraag in de verkiezingscampagne wel degelijk een rol speelt. Behalve het programma van een partij heeft de kiezer ook het recht te weten wie dat programma gaat uitvoeren. Temeer daar in deze tijd van ontideologisering en als gevolg daarvan minder scherpe inhoudelijke tegenstellingen de vertrouwensvraag voor kiezers een belangrijke is. Dat vertrouwen is nu eenmaal gekoppeld aan personen.

Bij de Partij van de Arbeid was het kandideren van een premierkandidaat tot voor kort een omineuze daad. De vierde partij van het land, daartoe onder andere veroordeeld wegens arrogant verdrag, zou daarmee bewijzen niets te hebben geleeerd van de verkiezingsuitslag van 15 mei. Deze verkiezingscampagne diende voor de PvdA een oefening in bescheidenheid te zijn. Inmiddels is deze door de nieuwe lijsttrekker Bos knap geventileerde stijl een effectief campagnewapen gebleken. Uit de grillig verlopende peilingen komt de PvdA naar voren als een partij waar bij de kabinetsformatie serieus rekening mee gehouden dient te worden, al was het alleen maar omdat een meerderheid voor CDA en VVD nog allerminst zeker is.

PvdA-leider Bos heeft laten weten dat hij niet beschikbaar is voor een post in het kabinet. Dat is een respectabel standpunt. De beste garantie voor een goed funtionerend dualisme is dat de politieke leiders in de Tweede Kamer zitting nemen. Toenmalig VVD-leider Bolkstein heeft indertijd laten zien hoe lonend zo'n positie bovendien kan zijn. Daar komt nog bij dat na de dreun die de PvdA bij de verkiezingen van 15 mei opliep, de nieuwe leider Bos inderdaad het meest op zijn plaats is in de fractie om leiding te geven aan het herstelproces. Dat ontslaat hem dan niet van de plicht inzicht te geven wie de PvdA dan wel beschikbaar heeft als premierskandidaat. Dat geldt al helemaal voor een partij die reeds 25 jaar geleden `Kies de minister-president' op de verkiezingsaffiches van lijsttrekker Den Uyl had staan. Op die duidelijkheid heeft de kiezer ook nu recht.