Olie en Venezuela

NRC Handelsblad wijst in het hoofdartikel van 7 januari op het risico van stijgende olieprijzen. Als oorzaak hiervan noemt het de naderende oorlog tegen Irak. Bovendien wordt de lezer geattendeerd op de destabilisatie van Venezuela, die deze prijzen nu al onder druk zet. De krant grijpt het argument van de stijgende prijzen niet aan om zich tegen een aanvalsoorlog tegen Irak te keren, maar roept de democratisch gekozen president Hugo Chavez op zich op zijn positie te bezinnen. Dit zou de rust in het Zuid-Amerikaanse land doen weerkeren en de oliemarkt enigszins stabiliseren.

Waar die illusie vandaan komt, is mij een raadsel. Hoewel de beelden anders doen vermoeden, kan president Chavez nog steeds rekenen op de steun van de straatarme meerderheid van de bevolking, die hem met overweldigende aantallen stemmen verkoos. Het referendum waartoe de demonstranten oproepen, is volgens de grondwet onmogelijk.

Het Venezolaanse conflict is in essentie zeer overzichtelijk: arm tegenover rijk. Een eventueel aftreden van Chavez zou hier niets aan veranderen. Het zou de situatie waarschijnlijk alleen maar explosiever maken, aangezien de meerderheid zich beroofd zou zien van haar democratisch verkozen vertegenwoordiger.

Een eenvoudige oplossing voor de problemen lijkt simpelweg niet voorhanden. Maar de methode die de VS tot nu toe hanteerden om in verschillende Zuid-Amerikaanse landen de rust terug te brengen, biedt weinig reden voor optimisme. Het zou NRC Handelsblad dan ook sieren als men de oplossing voor het probleem van de stijgende olieprijzen niet zou zoeken in de ontwrichting van democratische processen, maar in het voorkomen van de naderende oorlog tegen Irak.