Moslimvrouwen kunnen ongelijkheid zelf opheffen

Moslimvrouwen moeten beseffen dat hun ongelijkheid blijft bestaan omdat mannen er geen belang in zien die op te heffen, en dat ze zelf hun bevrijding ter hand moeten nemen. Wanneer dat gebeurt, zal een moslimgemeenschap ontstaan die niet wordt gekenmerkt door een vrouwvijandige praktijk, betoogt Naema Tahir.

Is de moslimvrouw gelijk aan de moslimman? Deze vraag kan niet los gezien worden van het huidige debat over emancipatie van de moslimvrouw. Menig moslim zal deze vraag bevestigend beantwoorden, maar zegt er tevens bij dat de moslimvrouw een andere, bij haar passende, rol toebedeeld heeft gekregen. Natuurlijk staan er mooie passages in de koran waarin de vrouw verheven wordt verklaard, waarin haar eer toekomt en waarin haar eigendoms- en andere rechten worden gegund. Rechten die in de tijd dat de islam werd gesticht (7e eeuw), revolutionair waren en hun tijd ver vooruit.

Toch zijn er fundamentele ongelijkheden. In verschillende bronnen, zoals de koran en uitspraken van schriftgeleerden, valt te lezen dat een vrouw minder erft dan een man, dat haar individuele getuigenis niet rechtsgeldig is, dat zij slechts een beperkte publieke rol mag vervullen en dat zij zich moet ontworstelen aan de geile blikken van de man door een hoofddoek te dragen. Haar man mag trouwen met meerdere vrouwen, heeft het recht haar te slaan, is haar zaakwaarnemer en mag, anders dan de vrouw, trouwen met niet-moslims. Voor velen is dit bewijs genoeg dat de positie van de vrouw misschien wel heilig is en gelijkwaardig aan de man, maar zeker niet gelijk.

De gevolgen van deze ongelijkheid zijn in Nederland voelbaar. In vergelijking met de autochtone vrouw is de allochtone moslimvrouw in sociaal, economisch en maatschappelijk opzicht achtergebleven. De allochtone moslima is lager opgeleid dan haar autochtone tegenhangster, neemt veel minder deel aan het arbeidsproces, leeft maatschappelijk geïsoleerder en heeft vaker een taalachterstand. De oorzaken hiervoor kunnen worden gevonden in haar status als migrant, in haar eigen keuze, of die van haar familie, om niet te emanciperen, maar ook in haar cultuur en religie, die voor haar emancipatie en ontwikkeling belemmerend kunnen werken.

De emancipatie wordt niet afgedwongen. Emancipatie en zelfwaardering moeten uit de moslimvrouw zelf komen. Hier ligt haar grootste struikelblok. Voor de moslimvrouw is het al snel heiligschennis om expliciet buiten de kaders van de islamitische wet en traditie te zoeken naar emancipatie en ontwikkeling. Daarmee handelt zij voor velen niet alleen in strijd met de huidige interpretaties van de moslimse wetgeving, maar loopt zij als gevolg hiervan tevens het risico te worden verstoten door de groep, of tot afvallige te worden verklaard. Zeer weinig vrouwen zullen zich hiertegen opgewassen voelen, moslimvrouwen zullen eerder kiezen voor ongelijkheid dan verstoting, zijn liever monddood dan afvallig. Gelet hierop is het zinvoller de vraag te stellen of het mogelijk is binnen de kaders van het islamitische geloof te emanciperen.

Deze vraag is essentieel om drie redenen. Ten eerste mag je in de Nederlandse emancipatiediscussie de moslimvrouw niet voor de, voor haar onmogelijke, keuze plaatsen tussen enerzijds emancipatie buiten de islam, met als mogelijk gevolg afvalligheid en uitsluiting van de groep, en anderzijds de keuze om niet te emanciperen maar wel binnen de groep geaccepteerd te blijven, met als mogelijk gevolg onderdrukking en achterstelling. Ten tweede omdat de sociaal-economische achterstelling van de vrouw een belangrijke factor is in het verklaren van het gebrek aan ontwikkeling in de moslimwereld; een pleidooi voor emancipatie buiten de kaders van de islamitische wet valt daar in minder vruchtbare aarde. Ten derde omdat in Nederland de komende jaren mogelijk een paar honderdduizend moslims zullen immigreren door familiehereniging of anderszins – het internationale en nationale debat over emancipatie van de vrouw raken daarmee aan elkaar. Het is natuurlijk makkelijker om te stellen dat je de islam helemaal niet nodig hebt om te emanciperen. Maar deze stelling houdt geen rekening met bovengenoemde bezwaren.

De moslimvrouw kan onmogelijk emanciperen als zij de koran en moslimse wetten letterlijk neemt. Volgens die bronnen dient de vrouw immers een aan de man ondergeschikte rol aan te nemen. Noch zal zij zich kunnen emanciperen en bevrijden als zij de man het alleenrecht geeft de enig juiste uitleg te geven aan de islam. En toch bestaat er ruimte voor de moslima om zich te emanciperen. Als zij naar haar eigen geschiedenis kijkt, zal ze voorbeelden vinden die haar hierin kunnen steunen. Fundamentele beginselen uit de islamitische traditie en wetten zijn onderhevig geweest aan veranderingen in interpretatie. Zo is de ongelijke positie van een slaaf en een ongelovige, die gesanctioneerd was in de moslimse wetten en traditie, opgeheven door deze groepen gelijk te stellen aan de moslims. Dat maakt aannemelijk dat ook cultuur religie kan beïnvloeden. Het is wel kenmerkend voor de moslimse politieke traditie om mensen afvallig te verklaren als zij een tegen de heersende meningen indruisende uitleg geven aan de religie. Zo denken veel moslims ook vandaag de dag nog hun politieke zaken te kunnen regelen. Als je het niet met een andere moslim eens bent, verklaar je hem of haar gewoon voor afvallig. Dan hoef je er verder ook niet over na te denken en kun je vrijelijk overgaan tot de essentie van het menselijk bestaan: het bestrijden van ongelovigen, door ze, niet in de laatste plaats, te verstoten of met fatwa's te veroordelen. Ook de zelfstandig denkende moslim houdt voor alle zekerheid de mond er maar over, uit angst hetzelfde lot te ondergaan. Zo blijft er ruimte voor de meest primitief denkende geestelijke om in zijn eigen conservatieve, orthodox klinkende toonzetting duidelijk te maken dat híj wel bepaalt hoe de ware gelovigen zich moeten gedragen met de islamitische wet als uitgangspunt.

Elke moslim staat voor de persoonlijke keuze: of deze vicieuze cirkel van zelfvernietiging door intimidatie en geweld tegen mensen die er een andere mening of gewoonte op na houden in stand houden, of het betreden van de arena van de vrije gedachte en respect voor de waardigheid van elk individu – of deze nu slaaf is, ongelovige of vrouw. Niets in de islam verzet zich tegen het maken van een vrije, persoonlijke keuze, al zijn er hordes van moslims die dit elkaar (en anderen) niet gunnen.

De vrouw kan in deze situatie twee dingen doen. Zij kan de islam de rug toekeren. Een religie die zulke ongelijkheden als fundament heeft, kan haar emancipatie niet voor ogen hebben, laat staan steunen. Als tweede optie en ik denk dat een grote meerderheid hiervoor zal kiezen is om de gelijkheid af te dwingen. Zij kan dat doen door de strijd aan te gaan met de instituties die een normerende werking op moslims hebben en die beïnvloeden.

De normatieve lading van de islam is vandaag anders dan gisteren. Moslims zagen voorheen de slavernij en de ongelijke behandeling van ongelovigen als een vanzelfsprekendheid. Inmiddels kijken moslims daar anders tegenaan. De emancipatie van moslima's kan een soortgelijk traject afleggen, dat begint als zogenaamde `afvallige gedachte' en eindigt met het sanctioneren door hele cohorten imams.

Om deze weg te kunnen gaan zal de moslimvrouw ruimte nemen om islamitische wetten en regels zelf te interpreteren op een manier die voor haar wezen en bestaan zinvol is. Religieuze interpretatie is niet voorbehouden aan mannen, noch aan Arabischtaligen, noch aan nomadenvolken uit de woestijn. De interpretaties die in haar nadeel werken zijn interpretaties waar geen vrouw aan te pas is gekomen. Reden temeer voor haar om hierin zélf een rol te gaan spelen. Het is overduidelijk dat modern denkende, goed opgeleide en openminded moslimvrouwen die in Europa hun toekomst zullen gaan opbouwen, véél meer aan een vooruitstrevende interpretatie van de huidige wet kunnen bijdragen dan imams uit Baluchistan of het Atlasgebergte, die hun leven lang niets anders hebben gedaan dan het uit hun hoofd leren van vrouwvijandige, conservatieve interpretaties van de koran.

Het is wenselijk dat het aantal moslimvrouwen in Nederland toeneemt dat in staat is de moslimse traditie te helpen verlossen van vrouwenhaat. Zij kunnen hier en elders als voorbeeld dienen en anderen helpen hun moeizame weg omhoog op de sociaal-economische ladder af te leggen. Op het moment dat moslimvrouwen beseffen dat hun fundamentele ongelijkheid er één is die is blijven bestaan omdat mannen er geen belang in zagen deze op te heffen, op het moment dat moslimvrouwen willen zien dat zij die ruimte zelf kunnen afdwingen, net zoals moslimmannen dat al gewend zijn te doen, op dát moment zal er fundamentele beweging mogelijk zijn.

Dan zal er een leefgemeenschap ontstaan van moslims die niet langer gekenmerkt wordt door een vrouwvijandige praktijk die wordt goedgepraat door achterlijk, cultureel bepaald quasi-religieus gezever van mannen die niet in staat zijn voor hun eigen toekomst en die van onnoemelijk veel geloofsgenoten te zorgen. In de praktijk zijn er voorbeelden te over van individuele vrouwen die hun gelijke positie afdwingen. Er zijn genoeg moslimvrouwen die trouwen met niet-moslimmannen, maar wel door henzelf en andere moslims als moslim worden beschouwd.

Zo zag ik laatst een rapportage over een vrouwelijke imam in China. Voor vrouwen in het zeer streng islamitische Pakistan en Bangladesh is het zelfs mogelijk gebleken staatshoofd te worden. Zo werken Marokkaanse vrouwen aan het wijzigen van het Marokkaans-islamitische familierecht, de Mudawana, omdat zij menen dat dit hen onterecht als ongelijk aan mannen behandelt. Met de tijd zullen moslimvrouwen in en buiten Europa een praktijk helpen ontstaan van een open, tolerante en niet-discriminerende islam.

Dit zal ten koste gaan van de gevestigde belangen van mannen, imams, geestelijken – om maar niet te spreken van broers en vaders. Maar een veranderde machtsverhouding binnen de geloofsgemeenschap is niet hetzelfde als het opgeven van je geloofsovertuiging. Ook moslimmannen hebben dus een keuze. Of zij kiezen ervoor de vrouwen die hun vrijheid nemen, uit te sluiten door verstoting of afvallig te verklaren, of zij erkennen dat cultuur en praktijk vragen om een mentaliteitsverandering.

Maar uiteindelijk blijft de keuze aan de vrouw. Het is aan háár de fundamentele ongelijkheid op te heffen. Met de vrijheden en grondrechten die de Europese landen haar geven, en die in de zogenaamd islamitische landen voorlopig buiten haar bereik zullen blijven, ligt een historische kans voor het grijpen. Ze moet het alleen zelf willen zíen.

Naema Tahir is juriste.