Kritiek op beïnvloeding door peilingen

Drie lijsttrekkers hebben de afgelopen dagen bedenkingen geuit over de rol van opiniepeilingen, die het gedrag van de kiezers te sterk zouden beïnvloeden.

De drie, wier partijen het op het ogenblik niet bijster goed doen in de meeste peilingen, krijgen geen bijval van collega-lijsttrekkers en evenmin van politicologen.

Het verst gaat André Rouvoet van de ChristenUnie, die vrijdag al zei dat er een verbod zou moeten komen op opiniepeilingen in de laatste week voor de verkiezingen. Volgens hem raakt de inhoud van de verkiezingscampagne door de peilingen op de achtergrond. Ieders aandacht is daardoor vooral gericht op mogelijke coalities en op de vraag wie de nieuwe premier zou kunnen worden.

Maar ook demissionair premier Balkenende (CDA) denkt in die richting, zo maakte hij gisteren in een gesprek met het ANP duidelijk. Hij wil een onderzoek van de wetenschappelijke bureaus van de partijen na de verkiezingen naar het effect van opiniepeilingen op de kiezers. Dat zou kunnen uitmonden in een afspraak voor de verkiezingen geen peilingen meer te houden. ,,Zo wint de inhoud'', meende Balkenende, die zich verbaasd toonde over de enorme sprong van PvdA-lijsttrekker Wouter Bos in de opiniepeilingen na één geslaagd optreden voor de televisie.

Ook D66-leider Thom de Graaf zegt vandaag in een gesprek met deze krant voor zo'n afspraak te voelen. ,,Ik zou als liberaal nooit een verbod op peilingen bepleiten, want ik vind dat daar de politiek niet over gaat'', stelt de Graaf. ,,Maar ik zou het prima vinden, als de opinie-instituten en de media afspreken dat het peilen een week voor de verkiezingen ophoudt. Om zo te zorgen dat de ruis wordt weggefilterd en dat kiezers op zichzelf zijn aangewezen op grond van de informatie die ze krijgen in plaats van de psychologische beïnvloeding van nu.''

De politicoloog Van Praag van de Universiteit van Amsterdam zegt een verbod op opiniepeilingen ,,ontzettend betuttelend'' te vinden. Hij wijst erop dat veel kiezers tegenwoordig graag `strategisch' stemmen. Aan de hand van opiniepeilingen proberen ze vast te stellen wat het gevolg van hun stem voor de politieke verhoudingen zou zijn. ,,Met een verbod ontneem je ze die mogelijkheid.''

Van Praag is bovendien van mening dat zo'n verbod in de huidige informatiesamenleving niet goed haalbaar is. Ook andere politieke wetenschappers wijzen hierop. Via internet kunnen de gegevens over opiniepeilingen heel gemakkelijk vanuit het buitenland worden doorgespeeld naar kiezers in het land waar verkiezingen worden gehouden. Dit gebeurde de afgelopen jaren regelmatig in Frankrijk, waar een verbod op peilingen van kracht is. Via Franstalige websites in Zwitserland bereikte de informatie toch veel Franse kiezers.

Frankrijk heeft overigens inmiddels het verbod op opiniepeilingen in de laatste week voor de verkiezingen ingetrokken. Toen kranten in 2000 de zaak voor de rechter aanhangig maakten, oordeelde het Hof van Cassatie in laatste instantie dat het verbod niet rechtvaardig was. Kiezers met toegang tot internet werden immers duidelijk bevoordeeld ten opzichte van mensen die dat niet hadden. Een nieuwe regeling schrijft nu voor dat er na vrijdag middernacht geen opiniepeilingen meer mogen worden gepubliceerd tot de verkiezingen van de zondag daarna.

Ook sommige andere West-Europese landen, zoals Luxemburg en Italië, hanteren vanouds een verbod op opiniepeilingen in de slotfase van de verkiezingscampagne.