Koopkrachtplaatje helemaal terug

Na jaren van hoogconjunctuur staan de koopkrachtplaatjes weer in de politieke belangstelling. Wegens de gure economische tegenwind.

Lodewijk de Waal, voorzitter van de vakcentrale FNV, zal vanavond op de televisie zwaaien met een loonstrookje. Om aan te tonen dat de koopkracht onder druk staat. En om de politici te laten weten dat de vakbeweging niet zomaar akkoord gaat met de bepleite loonmatiging.

Het is een teken dat de koopkracht van werknemers en uitkeringontvangers in het politieke debat weer aan belang wint. In de jaren zeventig was het `koopkrachtplaatje' de lakmoesproef voor de herverdeling van het nationaal inkomen. In de jaren tachtig werd met de plaatjes de sanering van de verzorgingstaat uitgevochten. In de voorspoedige jaren negentig werden de plaatjes alleen nog gebruikt om van specifieke groepen de koopkracht te repareren.

De terugkeer van de koopkrachtplaatjes op het traditionele slagveld van overheid, werkgevers en werknemers valt vooral toe te schrijven aan de economische tegenwind. Het Centraal Planbureau (CPB) heeft geraamd dat voor het eerst sinds vele jaren de koopkracht in 2003 daalt. Gemiddeld neemt de koopkracht voor alle Nederlanders met 1,25 procent af, terwijl werknemers zelfs 2 procent inleveren.

Het beeld van het CPB wordt in grote lijnen bevestigd door de koopkrachtplaatjes die het Nibud, het Nederlands Instituut voor budgetvoorlichting, heeft gepubliceerd. Volgens het Nibud gaat een modaal gezin met twee kinderen er 2 procent op achteruit. De FNV, die vandaag enkele loonstrookjes heeft laten uitdraaien, ziet het nettoloon van modale werknemer een fractie stijgen, van 1.432 tot 1.466 euro per maand.

Deze bevindingen lijken met met elkaar in tegenspraak, maar zijn dat niet. Het loonstrookje dat de werknemers dezer dagen ontvangen geeft niet het complete beeld van de koopkracht. Op het loonstrookje staat het brutoloon en alles wat de werkgever daarop inhoudt, zoals belastingen en premies. Een loonsverhoging – geraamd op 2,5 procent – is dus zichtbaar, evenals bijvoorbeeld de duurdere pensioenregeling. Niet zichtbaar is de ziekenkostenpremie, die het CPB en het Nibud wel verdisconteren in hun koopkrachtplaatjes.

Met name de nominale ziekenkostenpremie is de grote koopkracht-killer. De bijna-verdubbeling van deze premie treft vooral de lagere en modale inkomens, doordat het gaat om een vast bedrag voor iedereen. Volgens het Nibud gaat een modaal gezin jaarlijks 700 euro ziekenfondspremie betalen in plaats van 360 euro, zoals vorig jaar. Vooral alleenverdieners lijden pijn, zegt Y. Knaap, hoofd FNV Belastingservice: ,,Die gezinnen betalen uit één inkomen twee keer de nominale premie.''

De mensen met een hoger inkomen voelen vooral de averij die de pensioenfondsen hebben opgelopen op de aandelenbeurzen. Om de spaarpotten aan te vullen hebben de meeste pensioenfondsen de premies fors verhoogd – het Nibud rekent met een verhoging van dertig procent. Bij de berekening van de pensioenpremie wordt eerst op het loon een bedrag in mindering gebracht, de zogeheten `franchise'. Werknemers betalen alleen pensioenpremies over het loon boven deze AOW-drempel. Hoe meer iemand verdient hoe meer hij last heeft van een duurder pensioen.

De koopkracht van mensen met een bijstandsuitkering en van AOW'ers met een klein aanvullend pensioen blijft volgens het Nibud gelijk. ,,Maar het is een wankel evenwicht zegt woordvoerder C. Sodenkamp: ,,Als de boodschappen veel duurder worden of de huur veel hoger hebben deze kwestbare groepen geen enkele reserve.'' De inflatie moet dus niet hoger uitvallen dan de door het CPB geraamde 2,5 procent.

Op dit moment schommelt de inflatie rond de 3,5 procent. Deze krant signaleerde afgelopen zaterdag prijsstijgingen tot tien procent zoals bij musea, hotels en dierentuinen. Het Algemeen Dagblad heeft berekend dat huishoudens bovendien gemiddeld 8,4 procent meer kwijt zijn aan gemeentelijke belastingen. De prijzenslag die enkele supermarkten net zijn begonnen zal heel wat koopkracht goed moeten maken wil de vakbeweging tot loonmatiging bewogen kunnen worden.

    • Karel Berkhout