Koopkracht daalt met 1,25 pct

Vooral door de sterke stijging van de ziekenkostenpremie is bijna iedereen er per 1 januari financieel op achteruitgegaan. Dit blijkt uit koopkrachtberekeningen die het Nationaal Instituut Budgetvoorlichting (Nibud) gisteren heeft gepubliceerd.

De bevindingen van het Nibud komen grotendeels overeen met de koopkrachtplaatjes die het Centraal Planbureau (CPB) vorige maand publiceerde. Het CPB gaat voor dit jaar uit van een algemene koopkrachtdaling met 1,25 procent, terwijl werknemers er 2 procent op achteruitgaan.

In de berekeningen van het Nibud levert een modaal gezin met twee kinderen en een bruto-inkomen van 28.700 euro 2 procent van zijn koopkracht in. Dat komt doordat dit gezin 700 euro ziekenfondspremie gaat betalen, terwijl dat vorig jaar nog 360 euro was. Ook de stijging van de pensioenpremies, die het Nibud raamt op 30 procent, knaagt aan de koopkracht. Deze premies doen samen met de inflatie (2,5 procent) de geraamde loonstijging van 2,5 procent meer dan teniet.

De bijstandsontvanger met één kind gaat er volgens het Nibud niet op achteruit. De verhoging van de uitkering met de inflatie biedt voldoende compensatie voor de hogere ziektekosten. Ook voor de

AOW'er met een klein aanvullend pensioen verandert er niet veel, als het pensioen tenminste wordt aangepast aan de inflatie. Onduidelijk is nog in hoeverre dit zal gebeuren. Goedbetaalde tweeverdieners zonder kinderen gaan er 2 procent op achteruit, vooral door de hogere pensioenpremies. Op de loonstrookjes die de FNV vandaag heeft laten uitdraaien is een kleine stijging van de nettolonen te zien, doordat is uitgegaan van een algemene loonstijging met 2,5 procent. Volgens de FNV wil dit niet zeggen dat de koopkracht van de werknemers is toegenomen, omdat op de loonstrook niets staat over ziektekostenpremie en inflatie.

koopkracht: pagina 11