Het flipperavontuur van Libertel

Libertel, de grootste concurrent van KPN, dreigt roemloos de beurs te verlaten. Het bedrijf heeft nooit een volwaardig beursbestaan geleid.

Het lijkt een van de goede voornemens van Vodafone, het grootste mobieletelefoniebedrijf ter wereld: het uitkopen van alle minderheidsaandeelhouders, te beginnen in Portugal, Zweden en Nederland. Gisteren maakte het concern een bod van 11 euro per aandeel bekend op de 22,5 procent die het nog niet bezit in Vodafone Libertel, de Hollandse dochter. Het Britse moederbedrijf heeft altijd al de broek aan gehad bij Libertel, maar wil dat nu ook financieel regelen.

Hoe deed Libertel het de afgelopen jaren? Eigenlijk uitzonderlijk goed. De winst verviervoudigde, het aantal abonnees ging rap vooruit en het marktaandeel groeide. Weinig bedrijven deden het de afgelopen jaren beter dan de hooggespannen verwachtingen tijdens hun beursgang. Maar Libertel was zo'n uitzondering.

Niettemin is het avontuur op de beurs op een klein drama uitgelopen. In juni 1999 ging het concern voor 21 euro per aandeel naar de beurs. Vodafone probeert de minderheidsaandeelhouders nu voor 11 euro uit te kopen. In de tussentijd keerde het bedrijf nooit winst uit aan zijn aandeelhouders.

Het waardeverlies van Libertel mag nog bescheiden afsteken tegen de koersimplosies bij sommige collega's, zoals KPN. Maar KPN is een bedrijf met een volwaardige beursnotering. Dat heeft Libertel eigenlijk nooit gehad.

In Libertels beursbestaan heeft 70 procent van de stukken altijd bij moeder Vodafone gezeten. En nog eens 7,5 procent was in handen van ING. Op het eerste gezicht lijkt het bod van 11 euro ook voor ING een domper. De bank- en verzekeringsinstelling verkocht twee maanden geleden zijn laatste 7,5 procent in Libertel aan moeder Vodafone voor 9 euro per aandeel. Iets meer geduld had ING een kleine 50 miljoen euro opgeleverd.

Maar de huisbank van Libertel heeft geen klagen. Achteraf was de beursnotering van Libertel niet meer dan een aantrekkelijk doorgangshuis voor grootaandeelhouder ING. Libertel maakte op 15 juni 1999 zijn debuut op de Amsterdamse effectenbeurs. Het bedrijf had geen geld nodig en trok daarom geen kapitaal aan, datgene waar de beurs ooit voor is opgericht. Libertel had twee andere redenen voor de beursgang: het vergroten van de naamsbekendheid en het introduceren van een optieregeling voor het personeel. Grootaandeelhouder ING kon tegelijkertijd cashen: de bank verzilverde driekwart van haar aandelenbelang in de lente van 1999. Opbrengst: ruim 1,5 miljard euro.

ING was in 1995 betrokken bij de oprichting van Libertel. Het telecombedrijf kreeg toen nog gratis een gsm-licentie van de overeid waar latere concurrenten voor moesten betalen. Dat het toch niet goed ging op de beurs, lag mede aan de prijsstelling van destijds. De introductiekoers van 21 euro vertegenwoordigde ruim negentig keer de verwachte winst voor 1999.

Libertel heeft ING geen windeieren gelegd en leverde de bank volgens de Vereniging van Effectenbeziters een record van ,,zes petten'' op. ING gaf koopaanbevelingen via zijn analist, was huisbankier van Libertel, aandeelhouder, verkoper bij de beursgang, begeleider van de beursgang en loket voor geïnteresseerde beleggers.

Een groot aantal beleggers ging in juni 1999 ,,flippen'' met de aandelen Libertel: zij deden de net aangekochte stukken meteen weer van de hand. Bestuurders van Libertel hadden evenmin moeite met zulk hijgerig beleggingsgedrag. Toenmalig topman J. de Wit verkocht een half jaar na de beursgang zijn aandelenpakket dat hij met hulp van een bedrijfslening had gekocht. Zonder flippergedrag was er achteraf gezien moeilijk winst te maken op de aandelen van Libertel. Je zou bijna denken dat de dolfijn in Libertels oude logo om meerdere redenen gekozen is.