Gedoogbeleid is niet onzinnig

In de verkiezingscampagne wordt door alle betrokkenen krachtige taal gesproken als het gaat om de veiligheid van de burger. In één moeite door wordt daar dan aan toegevoegd dat het met het gedoogbeleid van de overheid afgelopen moet zijn. Bij dat laatste moet ik altijd denken: waar hebben ze het toch over? Wat voor vreselijks doen al die overheden en waarom moet dat worden afgeschaft?

We moeten helder blijven omschrijven waar het om gaat. Gedoogbeleid is volgens van Dale het overheidsbeleid ,,waarbij activiteiten die volgens de wet verboden zijn, binnen zekere beperkingen worden toegelaten''. Het kenmerkende van gedogen is dus dat de overheid een uitdrukkelijke beslissing neemt om iets toe te laten en daar dan voorwaarden aan verbindt of grenzen aangeeft.

Zo waren het abortusbeleid en de regels voor euthanasie jarenlang gebaseerd op het gedogen door de overheid van een praktijk die strijdig was met de letter van de wet. Maar er waren duidelijke spelregels vastgesteld volgens welke de volksgezondheidinspectie en het openbaar ministerie dienden te handelen als deze werden overtreden. Omdat er sprake was van gedoogbeleid dat bovendien in de samenleving niet onomstreden was, waren de regels streng. De Tweede Kamer keek met argusogen toe of er werd gehandhaafd.

Een tweede voorbeeld. Tot de opheffing van het bordeelverbod was er in een aantal grote gemeenten sinds jaar en dag een situatie waarin raamprostitutie werd gedoogd. Hetzelfde geldt tot de dag van vandaag voor de coffeeshops waar softdrugs worden verkocht. Hier waren het de gemeentebesturen die regels stelden en die waren streng. Ook het ministerie van Justitie liet zich vooral bij de coffeeshops niet onbetuigd; de richtlijnen van de procureurs-generaal liggen bij elke coffeeshophouder bij wijze van spreken op de toonbank. Ik weet uit eigen ervaring hoe precies en streng bij bordelen en coffeeshops het gedoogbeleid werd gehanteerd. Als je niet handhaafde, viel dat beleid om.

Gedogen doet de overheid met open ogen en vaak na uitdrukkelijke toestemming van gekozen organen als de Tweede Kamer of een gemeenteraad. Iets heel anders is de gebrekkige handhaving door de overheid van door haar zelf gestelde regels. Of het nu gaat om het rijden door rood licht, het overtreden van de maximumsnelheid, de opslag van vuurwerk (Enschede) of de veiligheidseisen voor horecainrichtingen (Volendam), steeds is er sprake van gebrek aan controle, onwil of onmacht om de door de overheid zelf vastgestelde regels te handhaven. Zoiets gebeurt niet met een uitdrukkelijk besluit, men laat het lopen.

Natuurlijk zijn er verzachtende omstandigheden. Vaak is regelgeving niet opgesteld met het oog op uitvoering en is deze onpraktisch voor de man of vrouw op de werkvloer. Soms ontbreekt er geld of personeel of kan de medewerking van het bedrijfsleven niet worden afgedwongen. Maar de uitvoerende instantie moet dan protest aantekenen of op wijziging of afschaffing van de ondoelmatige regels aandringen. Meestal wordt echter de kop in het zand gestoken onder het motto: we zien wel waar het schip strandt.

Dit is laakbaar en kan leiden tot strafvervolging van de betrokken handhavers of tot procedures wegens een onrechtmatige overheidsdaad. Betere regels leiden tot betere handhaving. Er is geen keus, de overheid moet handhaven wat zij zelf heeft vastgelegd. Gedoogbeleid past daar in, dat heeft de praktijk de afgelopen jaren laten zien. Wie vanwege gebrekkige handhaving het gedoogbeleid over boord zet, gooit het kind met het badwater weg.

Schelto Patijn is oud-burgemeester van Amsterdam.