Gangmaker in filmland

Rob du Mée, producent van succesfilms als De inbreker en Rooie Sien, is vorige week op 67-jarige leeftijd overleden. In de jaren zestig en zeventig produceerde hij negen bioscoopfilms, die continuïteit brachten in een bedrijfstak die destijds nauwelijks enige continuïteit kende. Toen anderen in zijn voetspoor verder gingen, raakte hij zelf buiten beeld.

Als zoon van de eigenaar van de Rialto-bioscoop in Amsterdam was Du Mée naar zijn zeggen ,,bij voorbaat bestemd om in het vak te gaan.'' Hij studeerde een blauwe maandag geschiedenis, maar zodra hij in 1958 in de krant las dat er een vakopleiding voor filmmakers was opgericht, meldde hij zich daar aan. Zo behoorde hij, samen met klasgenoten als Frans Weisz en Kees Hin, tot de eerste lichting van de Filmacademie. Ze vormden een jonge garde, die door de eerste nouvelle vague-films uit Frankrijk enthousiast raakten voor de auteursfilm – de film die uiting gaf aan de artistieke en existentialistische ideeën van een nieuwe generatie.

Du Mée begon als programmeur van het Amsterdamse filmhuis Studio K, de kleine zaal van Kriterion, werd redacteur van het rebelse filmblad Skoop en schreef ook voor andere kranten en tijdschriften over film. In 1967 maakte hij zijn producentendebuut met het door Erik Terpstra geregisseerde De verloedering van de Swieps, waarin Ramses Shaffy een nogal rommelige hoofdrol speelde. Daarop volgden Het compromis van Philo Bregstein en Monsieur Hawarden van Harry Kümel – geen van drieën grote successen. Daarop besloot Du Mée zich op een breder publiek te richten, onder het motto: ,,Ik geloof niet in commerciële, artistieke, politieke of alternatieve films, ik geloof alleen in goede en slechte films.''

Zijn eerste kassucces was De inbreker (1972), waarin hij de komiek Rijk de Gooyer – aanvankelijk tegen de zin van regisseur Frans Weisz – lanceerde als serieus acteur. Daarna volgden de verfilming van de theaterhit The family, het geflopte Naakt over de schutting en de zeer geslaagde Rooie Sien, met Willeke Alberti. Ook hielp Du Mée in 1974 als coproducent mee aan Mariken van Nieumeghen, het regiedebuut van Jos Stelling. Hij sloot zijn carrière in 1975 af met de mislukking Heb medelij, Jet! waarin Piet Römer en Johnny Kraaykamp een ongemakkelijk duo vormden. Zijn productiemaatschappij Parkfilms ging aan die film failliet.

Nog één keer, in 1986, trad Rob du Mée naar buiten, met zijn plan om De ziener van Simon Vestdijk te verfilmen, maar dat strandde door juridische en financiële perikelen. Hij was, hoe dan ook, een belangrijk gangmaker voor de Nederlandse film. ,,Ik ben twintig uur per dag met film bezig'', zei hij in het bundeltje Filmers '65 – en dat enthousiasme heeft veel teweeggebracht.

    • Henk van Gelder