Even lekker een linkse hype

De druiven moeten zuur zijn, bij de zelfbenoemde elite die maar geen genoeg kon krijgen van het volkse ongenoegen tegen `de linkse kerk'. Opeens leven we alweer (maar voor hoelang?) in een heel ander Nederland. En nu geen land waar een rechtse revolutie is uitgebroken die alles in één klap anders zal maken, maar een zoekende natie die zich overgeeft aan een electorale knuffelpartij met `de PvdA van Wouter Bos'. De verleiding is groot om je eens even lekker te laten meehypen: na alle rechtse retoriek eindelijk ook over een linkse ideale schoonzoon sms'jes sturen naar de televisie, bellen naar talkshows, de hele rataplan van de moderne mediacratie.

Het virtuele succes van Bos is des te opmerkelijker omdat er nu niet bepaald een links sentiment domineert in de media (nog steeds bezig de schokken van vorig jaar te verwerken), en er ook allesbehalve economische voorspoed heerst die de opmars van de PvdA in de peilingen kan verklaren. Mat Herben probeerde de populariteit van Bos gisteren korzelig af te doen als een slinkse manier om Ad Melkert alsnog aan de macht te helpen. Het is voor Herben natuurlijk ook even slikken nu links profiteert van het licht ontvlambare kiezerstemperament dat hemzelf nog maar acht maanden geleden met 25 nieuwe vrienden in de Tweede Kamer bracht. Herauten van de Pim-revolte kunnen zich nu vol walging afwenden van het wispelturige volk waar ze zo verliefd op waren onder het democratische motto: 1,5 miljoen Pim-fans kúnnen geen ongelijk hebben.

Wat kunnen we intussen in alle ernst opmaken uit het succes van Bos? Niet dat Nederland na radicaal rechts nu opeens weer faliekant links wil worden. In Paars was Bos als staatssecretaris financiën eerder een moderne neoliberaal dan een verstokte sociaal-democraat, dus met nostalgie naar de warme tijden van Joop den Uyl wordt hij niet geassocieerd. Eerder met een gematigde linksheid, waar D66 eerder het patent op had. Scherp, maar niet agressief, bescheiden maar toch betrokken.

Maar Bos heeft opeens, zoals Fortuyn eerder, de uitstraling van een winnaar. En een dwingend electoraal motief is tegenwoordig: koop de winnaar. Zoals dat gaat in een cultuur die is doordrenkt van de ideologie van succes en winst: in een winnaar moet je bijtijds investeren. En dus vertonen de kiezers, althans in de peilingen, massaal momentum investment in het aandeel Wouter Bos.

Je kunt daar cynisch over doen, en de kiezer afschrijven als een windvaan, die zich uit behoefte aan prikkels nu eens rechts laat ranselen en dan weer links laat kietelen. Maar is dan alles verklaard? Want waarom lijkt juist Wouter Bos nu een winnaar, en is de glans er bij Balkenende alweer vanaf?

De behoedzame stijl van Bos is in elk geval een breuk met de pontificale en ideologische aanpak (Fortuyn, respectievelijk Balkenende) die het afgelopen jaar de politiek beheerste. Bos straalt een middelpuntzoekende en moderne houding uit waar veel kiezers kennelijk naar snakken. Dat is begrijpelijk na de ontregelende, middelpuntvliedende periode van Pim Fortuyn. Je mocht het niet zeggen van de demoniseringspolitie, maar het was een feit: waar Fortuyn kwam, kwam ruzie (de Leefbaaren, de LPF, Nederland).

Maar Bos, die in zijn betrokkenheid tamelijk egoloos overkomt, profiteert ook van het afbladderen van het leiderschap van Balkenende, van de treurige wedstrijd in strengheid ter rechterzijde, en ten slotte van het tegenvallende optreden van zijn concurrent Marijnissen. Wat de rechtse strengheid betreft: harde taal wordt tegenwoordig op prijs gesteld, maar het effect ervan kan voor een politicus in campagnetijd vergelijkbaar zijn met het eerste glas voor een zware drinker: het is nooit genoeg. Wie op stoom komt in zijn aanklacht tegen wat er allemaal verrot is in dit land, bevredigt wel een hoop onlustgevoelens maar wekt ook de heimelijke indruk dat het nooit meer wat zal worden. Het lijkt waarschijnlijk dat een deel van het electoraat nu ook wel eens wil horen wat er nog wèl deugt in Nederland en hoe het wat constructiever kan.

Marijnissen heeft een vergelijkbaar probleem. Hij blijft er maar op hameren wat een verloederde bende Paars ervan heeft gemaakt. Dát weten we nu wel. Bovendien lijkt hij in zijn tirades, als hij eenmaal op dreef komt, ons kijkers te vergeten en vooral eindeloos aan het woord te willen blijven. Marijnissen heeft het kortom te druk met zijn gram halen; zulk razen tegen regenten heeft opeens iets vreemd oubolligs gekregen, iets om bij weg te zappen.

De bijna deemoedige tactiek die Bos daar tegenover stelt (`luisteren' naar de kiezers, ze `een verhaal over Nederland vertellen', hen vooral niks opdringen en zeker niet zeggen dat je aan de macht wil komen), is intussen in de Groene Amsterdammer al bekritiseerd als óók een vlucht voor de politiek. Meedobberen op de golven van de `anti-politiek'. Daar zit veel in, maar zo gek is dat niet. Na het tijdperk-Melkert is enige ootmoed voor de PvdA ook wel geboden. Bos beseft dat hij de kiezers vooral niet het idee moet geven dat hij ze voor het blok stelt, of iets van hen eist. Hij moet ze in plaats daarvan het idee geven dat ze zèlf op het idee zijn gekomen toch weer PvdA te stemmen. Ongeveer zoals een moderne moslima uitlegt waarom ze een hoofddoek draagt: het hoeft niet van papa, of van de traditie, maar ze wil het zelf.

Dat is een tactiek die nu werkt, maar die met het stemhokje in zicht keihard op grenzen zal stuiten, zoals al bleek in de premiervraag. Als de macht blijft lonken, is het immers juist arrogant om je kaarten aan de borst gedrukt te houden: de kiezer wil tenslotte weten wat hij koopt, welk dividend het aandeel oplevert. De partij zelf lijkt intussen vooralsnog overrompeld door het succes van Bos, en dat is riskant, want met de fluctuaties van het aandeel zullen paniek en euforie elkaar steeds sneller afwisselen.

Het succes van Bos laat zo zien dat ook de PvdA alweer de speelbal is van de kiezersgunst. Maar het maakt óók duidelijk dat een aanzienlijk deel van de kiezers genoeg heeft van het permanent gemobiliseerde wantrouwen en klaar is voor een meer vertrouwensvolle en toekomstgerichte visie. Of de PvdA daarop weet in te spelen, moet de partij nog bewijzen. Eenmaal in het stemhokje hebben kiezers niet genoeg aan `een verhaal over Nederland'.