Electorale belangen

Een stem op een van de confessionele partijen kan straks, na afloop van de kabinetsformatie, een stem op Joop (den Uyl) blijken te zijn geweest. Want je weet het maar nooit met die confessionele partijen (toen KVP, ARP en CHU, vandaag CDA). Stem daarom, als u een centrum-rechts kabinet wenst, liever op mijn VVD. Zo sprak de jonge lijsttrekker Wiegel in de jaren zeventig van de vorige eeuw en dat is sindsdien zijn campagnecredo gebleven.

Den Uyl en zijn kleinere bondgenoten ter linkerzijde, D'66 en de PPR (intussen opgegaan in GroenLinks), deden destijds van harte aan dat polarisatiespel mee. Onder meer door in het belang van de duidelijkheid voor de kiezers van de confessionele partijen te eisen dat zij zich vooraf zouden uitspreken voor een linkse of rechtse coalitie waartoe zij na de verkiezingen wilden behoren.

Dat het links daarbij om de electorale knikkers ging bleek onder meer toen de partijraad van de KVP voor de Kamerverkiezingen van november 1972 inderdaad verrassend een voorkeur voor samenwerking met links uitsprak. De PvdA, met PPR en D'66 op weg naar het `ononderhandelbare' verkiezingsprogramma Keerpunt `72, negeerde die uitspraak.

Elkaar sloten PvdA en VVD uit van samenwerking. Die tactisch-electorale truc werkte goed, Nederland deconfessionaliseerde destijds immers volop. Zij het dat niet de PvdA maar de VVD als stille vennoot in een polarisatieperiode van circa twintig jaar de grote begunstigde zou worden van de zo gestimuleerde confessionele ontzuiling.

In de lopende campagne heeft het CDA, dat ondanks een onverwacht groot succes op 15 mei 2002 kleiner is dan de KVP in 1967 alléén was, een andere positie. Want hoewel Balkenendes partij in de peilingen enig terrein verliest, en daar intern een tikje nerveus van raakt, houdt haar lijsttrekker eraan vast dat hij na 22 januari liefst wil doorregeren met de VVD. Wat wil zeggen dat wat Wiegel en Zalm roepen: stem VVD als u echt een centrum-rechts kabinet wenst, niet meer zo'n groot effect heeft als in vroegere dagen.

De geschiedenis herhaalt zich vaak, maar soms anders. De PvdA bevindt zich nu volgens belanghebbende omstanders in zo'n onduidelijke positie. Zij wil, mocht zij zich tijdig voldoende herstellen van de dreun van die zij 15 mei vorig jaar kreeg, in feite slechts met het CDA regeren. Maar zij kan zoiets moeilijk van de daken roepen omdat zij dan schade aan haar linkerflank moet vrezen. Nu klagen de SP en GroenLinks erover dat PvdA-lijsttrekker Bos met zijn soms snel naar het midden evoluerende standpunten de linkse zaak verraadt. Bos heeft de kans op een links kabinet al vergooid, zei SP-aanvoerder Marijnissen gisteren in de Volkskrant. ,,Er is nog geen interne discussie gevoerd over de nederlaag die de PvdA vorig jaar leed. De partij is op allerlei fronten aan het bewegen. De kiezer moet beseffen dat hij of zij een groot risico neemt met de PvdA. (..) Wouter Bos moet een spagaat maken, en dat wordt moeilijker naarmate de tijd verstrijkt.

Enerzijds wil hij Balkenende het hof maken, anderzijds moet hij linkse kiezers een reden geven om op hem te stemmen. (..) Hij had moeten oproepen om op de PvdA, de SP of GroenLinks te stemmen, vindt Marijnissen. ,,Een sterke SP is de beste garantie voor een PvdA die in sociaal opzicht op koers blijft.'' En ook Femke Halsema van GroenLinks verwijt de PvdA een te weinig linkse koers.

Deze lijsttrekkers weten natuurlijk best dat zij, nog ongeacht alle grote programmatische verschillen, de PvdA niet aan een meerderheid kunnen helpen. Zij zouden waarschijnlijk zelfs reusachtig schrikken wanneer Bos inderdaad radicaal naar links zou gaan koersen. Anders gezegd: hun luide verwijten aan Bos zijn tactisch en dienen vooral hun eigen electorale belangen. Dat mag, maar om veel meer gaat het niet. Zoiets geldt trouwens ook voor de strenge voorwaarden die lijsttrekker Rouvoet van de ChristenUnie zegt te zullen stellen voor het geval CDA en VVD geen meerderheid halen en dan voor steun bij hem langskomen. Rouvoet weet dat het CDA, daargelaten of het dat al zou willen, niet kan ingaan op eisen als het ongedaan maken van de geldende abortus- en euthanasiewetgeving of het homohuwelijk. Want de ChristenUnie en het CDA weten dat er voor dergelijke eisen geen parlementaire meerderheid bestaat. En de ChristenUnie weet ook dat het CDA en/of andere grote partijen zich niet van haar afhankelijk zullen willen maken in een coalitie.

Dus hebben, hoe cynisch dat bij die thema's ook mag lijken, zulke eisen in haar vrome geval net zo goed overwegend electoraal-tactische betekenis. Ze zijn geschikt om het CDA aan zijn rechterkant eventueel wat kiezers af te pakken, niet meer en niet minder.

    • J.M. Bik