Drijfjacht op elf opossums in oerbos van Kapiti

In Nieuw Zeeland is alarm geslagen over het moedwillig loslaten van elf opossums op het eiland Kapiti, een natuurreservaat op veertig kilometer afstand van de hoofdstad Wellington. Ambtenaren van het ministerie van Natuurbeheer zijn met honden op jacht gegaan naar de oorspronkelijk uit Australië stammende buideldieren, om te voorkomen dat ze zich op het eiland zullen voortplanten en de oerbossen daar ten gronde zullen richten met hun vraatzucht.

Opossums werden in het begin van de vorige eeuw in Nieuw Zeeland ingevoerd met het oog op de productie van bont. Inmiddels zijn er naar schatting negentig miljoen en spreken de Nieuw-Zeelanders over de grootste, geïmporteerde ecologische ramp in hun land. Anders dan in Australië kent het vriendelijk ogende nachtdier in Nieuw Zeeland geen natuurlijke vijanden. Ze vormen een bedreiging voor de Nieuw-Zeelandse regenwouden. Een groep opossums kan in een nacht alle bladeren van een eeuwenoude boom opvreten, waardoor de boom sterft. Opossums eten ook eieren en jonge vogels.

De Nieuw-Zeelandse overheid geeft jaarlijks omgerekend tientallen miljoenen euro's uit om de opossumpopulatie enigszins in de hand te houden. Maar alleen op enkele kleine eilanden is het gelukt de dieren uit te roeien. Ook op Kapiti kwamen tot voor kort geen opossums meer voor, net zomin als andere niet-inheemse roofdieren als wezels, fretten en katten, maar daar is kort geleden verandering ingekomen. De media veronderstellen dat jagers verantwoordelijk zijn geweest voor het loslaten van de opossums. Ze zouden hun eis kracht bij willen zetten dat herten en wallabies, kleine kangoeroes, beschikbaar blijven in natuurgebieden om er op te jagen.

Een natuurbeschermingsorganisatie heeft een brief ontvangen van een zogeheten `Biodiversificatie-actiegroep' die zegt verantwoordelijk te zijn voor het vrijlaten van de opossums. De groep heeft gedreigd ook elders niet-inheemse dieren uit te zetten. Hoewel het op Kapiti slechts om elf dieren gaat, is de bedreiging voor de inheemse flora groot genoeg om, in de woorden van een woedende minister van Natuurbeheer, Chris Carter, te spreken van ,,ecoterrorisme'' en ,,laf vandalisme''.

Elders in Nieuw Zeeland zijn bossen vaak angstaanjagend stil, door de geringe aanwezigheid van vogels. Op het door oerbossen bedekte Kapiti is er altijd een kakofonie aan vogelgeluid. Het eiland is een van de weinige plekken in Nieuw Zeeland, waar de bedreigde kiwi, de loopvogel die het nationale symbool van Nieuw-Zeeland is, een veilig heenkomen heeft gevonden. Er is ook plaats voor de takahe, eveneens een aan de grond gebonden bedreigde vogel. Een trip Kapiti is een ecotoeristische ervaring van de eerste orde. Het ministerie van Natuurbeheer is zeer karig met het afgeven van vergunningen voor een bezoek.

    • Hans van Kregten