Blair laveert tussen haviken en een sierduif

Neem Irak net zo serieus als de VN, is de dubbele boodschap waarmee Tony Blair de lastigste keuze van zijn premierschap nog even wil uitstellen.

Stel: de VN-inspecteurs vinden geen bewijs dat Irak verboden wapens bezit en in de Veiligheidsraad is geen meerderheid voor een aanval. Maar als de VS dan toch het vuur openen, moet de Britse regering wel volgen. Kabinet, regeringspartij en publieke opinie mogen nog zo tegen zijn, Tony Blair is door zijn morele en militaire steun aan Washington het point of no return gepasseerd.

Zo ziet een kwade droom van de Britse premier er uit. Sommige ministers zouden ontslag nemen. Zeventig procent van de partijleden zou zijn lidmaatschap opzeggen, vond één peiling. En om een motie van wantrouwen van zijn eigen parlementariërs te overleven, zou Blair afhankelijk worden van de Tories. ,,Dit kan een tweede Suez-crisis worden'', zei oud-Labourvoorzitter Clive Soley met een verwijzing naar de onbesuisde actie tegen Egypte in 1956, waarmee de populaire premier Anthony Eden zijn reputatie verwoestte, waarna hij aftrad.

Om zo'n nachtmerriescenario te voorkomen moet aan twee voorwaarden worden voldaan. Blair wijdde er zijn eerste persconferentie van het nieuwe jaar aan. Eén: de inspecteurs moeten meer tijd krijgen dan het `ijkpunt' van 27 januari om een smoking gun te vinden, het harde bewijs dat de Iraakse leider Saddam Hussein zijn VN-verplichtingen schendt, zei Blair. ,,Niemand van ons legt [het inspectieregime] speculatieve of arbitraire tijdschema's op.'' En twee: de kwestie-Irak moet worden opgelost ,,via het gezag van de VN''. Goedschiks, als de Iraakse leider ophoudt verstoppertje te spelen en meewerkt aan de inspecties, of kwaadschiks. ,,Ik ga ervan uit dat bij een schending [door Saddam] actie wordt geautoriseerd [door de VN]'', aldus Blair.

Die opmerkingen waren allereerst bedoeld als tegemoetkoming aan de vijandige opinies thuis. Blair twijfelt niet dat hij zijn land uiteindelijk mee kan krijgen voor actie tegen de Iraakse dictator, maar ,,om in februari met succes een oorlog te kunnen beginnen, zijn de peilingen nog niet ver genoeg verschoven'', zegt een bron bij Blairs politieke en militaire zenuwcentrum.

Uit peilingen van tv-zender ITV blijkt dat bijna twee op de drie Britten de dreiging van Irak te klein vindt om een oorlog te rechtvaardigen. Maar ruim de helft van de Britten zou een oorlog onder VN-auspiciën wel steunen, terwijl slechts 13 procent een AmerikaansBritse solo-actie zou goedkeuren.

Claire Short, de minister voor Ontwikkelingssamenwerking die eerder met ontslag heeft gedreigd en die spreekt namens een reeks `duiven' in het kabinet, noemde het eveneens ,,zeer gevaarlijk'' als ,,we ons land niet op de VN-weg houden om de VS ervan te weerhouden te vroeg het oorlogspad te kiezen''. Er komt ,,niet noodzakelijk oorlog'', aldus Short.

Maar dat is vooralsnog wishful thinking, maakte Blair gisteren op havikentoon ook duidelijk. Dát Saddam beschikt over massavernietigingswapens, staat vast en zal ,,binnen weken'' blijken, aldus een zelfverzekerde premier. Wie het gevaar daarvan ontkent, is ,,naïef'', aldus de premier, die ook benadrukte dat die wapens en het internationaal terrorisme ,,twee zijden van dezelfde medaille'' zijn. Volgens hem is het ,,een kwestie van tijd'' voor terroristen via een schurkachtig regime kunnen beschikken over zulke wapens. Als we daarvoor niet later de prijs willen betalen, moeten we nu handelen, aldus Blair. VN-toestemming daarbij is wenselijk, maar een nieuwe resolutie is niet nodig, zei hij. Als in de Veiligheidsraad een veto of een ,,onredelijk of unilateraal'' blok tegenstemmen dreigt, zullen Washington en Londen desnoods alleen optreden, zei hij, verwijzend naar de actie in Kosovo in 1999, waarbij de NAVO een Russisch njet in de V-raad negeerde.

Of Blairs dubbele boodschap om Irak net zo serieus te nemen als de VN werkt, thuis en in Washington, moet blijken. Mede op Brits advies lijkt `D-day' in Irak een maand of langer verschoven na de datum die Amerikaanse haviken eerst in gedachte hadden. Dat is ook een welkom bericht op het Europese continent, waar Blair dit weekeinde bondskanselier en sierduif Schröder dichter bij het Britse standpunt trachtte te brengen aan de vooravond van het Duitse lidmaatschap van de Veiligheidsraad. En door de VN-inspecteurs tijd (en geheime informatie) te geven om het `rokende pistool' te vinden, stelt Blair de lastigste keuze van zijn premierschap weer even uit.

Hij lijkt wel de grens van zijn invloed in Washington bereikt te hebben. Van Blairs pogingen de VS te interesseren voor een brede aanpak van wereldproblemen, zoals het Israëlisch-Palestijnse conflict dat Blair als voedingsbodem voor het terrorisme beschouwt, is weinig terecht gekomen. Zijn met klaroengeschal aangekondigde bijeenkomst tussen Palestijnen en internationale diplomaten is een farce geworden, nadat Israël de Palestijnse delegatie verbood erheen te reizen. Voor Blairs statuur in het Midden-Oosten is het misschien goede reclame, maar als vredesmakelaar lijdt hij een nederlaag.

Rondom Blair bestaat ,,enorme irritatie dat regering-Bush Israël carte blanche geeft'', zegt Steven Everts, onderzoeker bij het Centre for European Reform (CER), een Londense denktank. Inzake Irak kan Blair volgens hem met succes het `internationalistische kamp' van Colin Powell, de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, bespelen. ,,Maar aan het Israëlisch-Palestijnse conflict wil Powell geen politiek kapitaal spenderen door het gevecht aan te gaan met [haviken onder leiding van vice-president Dick] Cheney'', aldus Everts.

    • Hans Steketee