Arbeidsimmigratie in Nederland neemt toe

Het aantal werkvergunningen voor niet-EU-burgers is de afgelopen vier jaar gegroeid van 20.000 naar ruim 34.000. Dit blijkt uit cijfers van het Centrum voor Werk en Inkomen (CWI) in Amsterdam.

Van de vergunningen wordt 60 procent uitgegeven aan asielzoekers die gedurende hun aanvraag drie maanden per jaar mogen werken. De andere 40 procent bestaat hoofdzakelijk uit Polen (ongeveer 6.000). Die hoeven geen vergunning meer aan te vragen als hun land definitief bij de EU hoort. Op verre afstand van de Polen volgen Amerikanen, Russen, Chinezen en Japanners.

De vergunningen betreffen zowel hoog- als laaggeschoolde werknemers. De sectoren die de meeste aanvragen doen zijn de land- en tuinbouw en de zakelijke dienstverlening (7.000-8.000 aanvragen).

Werkgevers vragen de tijdelijke werkvergunningen aan. Zij kunnen daarbij terecht voor een spoedloket. Het CWI, opvolger van het Arbeidsbureau, toetst of het werk niet door Nederlanders kan worden gedaan. Politieke partijen verschillen van mening over de wenselijkheid van arbeidsimmigratie. In de jaren zeventig en tachtig belandden gastarbeiders na gemiddeld tien jaar werk massaal in de bijstand of de WAO.