Amerikanen en Chinezen spelen stratego met olie

Als het gaat om economische belangen zijn veel westerse regeringen, inclusief de Amerikaanse, maar al te gauw bereid een oogje dicht te krijpen. Het Amerikaanse kwartaalblad Foreign Policy schrijft dat naar aanleiding van de publicatie van `Making a killing: the Business of War', uitgegeven door het Center for Public Integrity in Washington. In het rapport worden de activiteiten beschreven van zakenlui als Victor Bout, Tim Spicer, Arcadi Gaydamak en Jacques Monsieur. Bout bijvoorbeeld, beter bekend als `de koopman van de dood', is eigenaar van 's werelds grootste particuliere vloot van Russische Antonovs. Daarmee vervoert hij wapens in ruil voor diamanten en bijzondere mineralen. Spicer is gespecialiseerd in huursoldaten. Volgens het rapport opereren er in Afrika negentig huurlingenlegers.

Merkwaardig eigenlijk, schrijft het Franse maandblad Economia, ,,als economen en journalisten schrijven over olie- en gasvoorraden, hebben ze het altijd over het Midden-Oosten en het Kaspische bekken, en soms over de Golf van Mexico, maar nooit over Afrika. En dat terwijl de exploratie van olie in de kustlanden van Afrika toch erg veelbelovend is, met name in de Golf van Guinee''. Vijftien procent van de olie die de VS importeert is uit dit gebied afkomstig.

De regering Bush werkt koortsachtig aan verhoging van dit aandeel tot 25 procent, samen met `Bush' Texaanse vrienden ExxonMobil en ChevronTexaco'. Maar ook het Braziliaanse Petrobras, het Maleisische Petronas, het Britse BP Amoco, het Brits-Nederlandse Royal Dutch-Shell, het Noorse Statoil en het Italiaanse d'Agip versterken hun aanwezigheid in Afrika, schrijft het blad. Vooral de Amerikanen hebben haast. De Amerikaanse onderminister voor Afrikaanse Zaken, Walter Kansteiner, reist volgens het blad permanent door de landen aan de Golf van Guinee. Het centrum van de Amerikaanse activiteiten in Afrika ligt volgens het blad in Luanda, de hoofdstad van Angola. De bevolking heeft er overigens niet veel baat bij, leert de ervaring in dat land. Het exporteert 40 procent van zijn olieproductie naar de VS. Maar terwijl de olieproductie de laatste zeven jaar 15 procent toenam, groeide ook het aantal mensen dat in extreme armoede leeft, van 13 tot 26 procent van de bevolking.

China importeert dertig procent van zijn olie uit het buitenland, voor het merendeel uit het Midden-Oosten. Als de Chinese economie blijft groeien, schrijft het maandblad Middle East, zal het land over twee jaar 45 procent importeren van de olie die het nodig heeft. China's belang in het Midden-Oosten is daarmee uitgegroeid van marginaal tot strategisch, constateert het blad.

Sinds 1995 doen de Chinezen volgens het blad hun uiterste best om hun oliebelangen te spreiden door investeringen in Venezuela, Kazachstan, Nigeria, Canada, Indonesië en Irak: ,,De China National Petroleum Corporation en de Northern Industries Corporation, een wapen- en industrieconglomeraat, hebben met Bagdad een overeenkomst om het Al Ahdab-olieveld en het Halfayah-olieveld te ontwikkelen zodra de VN-sancties zijn opgeheven.''

Verder zijn de Chinezen, volgens het blad, in onderhandeling met Iran en hebben ze een overeenkomst met de Saoediërs over het opzetten van raffinaderijen in China in ruil voor oliewinning in het Saoedische koninkrijk. De dreiging van oorlog in Irak heeft die activiteiten verder geïntensiveerd. De Chinezen doen daarmee hetzelfde als de Amerikanen, die hun afhankelijkheid van de Arabische olie willen verminderen door de olieleveranties uit Afrika en Zuid-Amerika op te voeren. Maar, constateert het blad, ,,het harde feit blijft dat het Midden-Oosten over 65 procent van de mondiale oliereserves beschikt en over 35 procent van de gasvoorraden, en dat de regio daarom nog decennia lang 's werelds belangrijkste energieleverancier zal blijven''.

Het zijn China's buurlanden die de stormachtige ontwikkeling van het land aan den lijve voelen. Het Amerikaanse zakenblad Fortune beschrijft hoe dat gaat. China's economie is de laatste vijf jaar met gemiddeld zeven procent per jaar gegroeid. De export groeide in die periode 21 procent. Daarmee is het land de grootste exporteur van goederen naar de VS. Volgens cijfers van de Verenigde Naties ontving het land de afgelopen jaren 50 miljard dollar aan investeringen uit het buitenland. Dat is meer dan de andere Aziatische landen samen kregen.

China is nu al 's werelds grootste producent van textiel, schoenen en speelgoed en is hard op weg dezelfde positie te verwerven in de productie van computercomponenten, hardware voor telecommunicatie en andere electronica. Om de kosten te drukken verplaatsen Japanse ondernemingen als Sanyo de productie naar China, ook nu de werkloosheid in eigen land hoog oploopt.

Maar voor niet-Chinese investeerders blijft China's enorme markt een verraderlijk speelterrein, waarschuwt de Wall Street Journal in zijn weekendeditie. Het blad vergelijkt de wilde vlucht van beleggers naar China met de dotcom-gekte van de jaren negentig. Volgens Amerikaanse beleggingsadviseurs zijn er in China niet meer dan twintig bedrijven waaraan investeerders hun geld kwijt kunnen. Beleggers die toch in China willen spelen kunnen dat, volgens de Amerikaanse investeringsbank Goldman Sachs, het beste doen via ondernemingen in de buurlanden die hun producten maken en verkopen in China.

    • Herman Frijlink