Partijen bedrijven financiële luchtfietserij

Nu het Centraal Planbureau de plannen van de politieke partijen niet doorberekent is het bal. De wildste cijfers doen de ronde, aantijgingen zijn niet van de lucht: niet solide, potverteren, boterzachte bezuinigingen. Die laatste beschuldiging kunnen vrijwel alle partijen zich trouwens aantrekken, vinden Roel Beetsma en Sweder van Wijnbergen.

Nog niet zo heel lang geleden leefden opeenvolgende Nederlandse ministers van Financiën zich uit in het hooghartig vermanen van spilzieke zuiderburen, die moeite hadden hun tekorten onder controle te krijgen. Ondertussen is de koude douche van de teruglopende conjunctuur ook over Nederland heengekomen. Ondanks miljarden extra bezuinigingen van Balkenende, meldde het Centraal Planbureau (CPB) in december dat Nederland in 2005 toch op een tekort van 2 procent afstevende. Dus als het beleid van Paars-II minister van Financiën Zalm ongewijzigd voortgezet zou zijn, was ook Nederland in 2005 over de magische 3 procent van het Stabiliteitspact heengegaan.

Tegen die achtergrond mag Balkenende's recente opmerking dat bij VVD-lijsttrekker Zalm de soliditeit van de overheidsfinanciën in goede handen is op zijn minst tot enig wenkbrauwgefrons leiden. Misschien waar, maar in zijn acht jaar als minister van Financiën heeft hij dat in elk geval niet laten zien.

Het Stabiliteitspact stelt twee eisen. Allereerst de 3-procentsgrens aan het feitelijk tekort, waar na Portugal nu ook Duitsland overheen gegaan is. Tijdens Paars-II is Nederland daar ver vandaan gebleven, dankzij de voortdurende hoogconjunctuur. Herhaalde waarschuwingen van het IMF en de OESO, dat minister Zalm te weinig reserveerde voor slechte tijden met zijn overschot van rond de 1 procent van het bruto binnenlands product (bbp) in de topjaren, werden in de wind geslagen. Hoe fragiel die successen waren, is intussen gebleken.

De tweede eis, een tekort van gemiddeld nul over de conjunctuur cyclus (in economenjargon een structureel tekort van nul) is duidelijk door Paars-II genegeerd. Het CPB schat na de bezuinigingen door Balkenende het structureel (van conjunctuureffecten geschoond) tekort op 0,5 procent van het bbp, zonder de Balkenende-bezuinigingen dus ongeveer 1 procent van het bbp. Het enthousiast beleden plan de staatsschuld in één generatie af te betalen is dus holle retoriek: daarvoor zou een structureel overschot van minstens 1 procent van het bbp nodig zijn en daar zat minister Zalm dus bijna 10 miljard (2 procent van het bbp) vanaf.

Na de CPB-bom zijn alle partijen over elkaar heen gevallen met bezuinigingsplannen. Verlost van de discipline van het CPB (dat deze keer de plannen niet doorgerekend heeft), is het voor politici feest geworden. De wildste cijfers doen de ronde, zware beschuldigingen zijn niet van de lucht: niet solide, potverteren, manipuleren van cijfers, boterzachte bezuinigingen, ga zo maar door. Die laatste beschuldiging is in elk geval bij zo ongeveer alle politieke partijen volstrekt raak.

Het bontst maakt de LPF het, met een geplande 7 miljard vermindering van subsidies, waarop Hoogervorst droog opmerkte dat hij in de begroting maar 2 miljard subsidies kon vinden. En dat voor een partij die, toen ze het drie maanden voor het zeggen had, driehonderd miljoen met moeite afgeschafte scheepsbouwsubsidies weer vrolijk terug in het budget fietste via ballonnetjesminister Herman Heinsbroek. Maar ook bij andere partijen valt er behoorlijk wat Latijns-Amerikaans boekhouden te bewonderen.

Bovenaan de lijst staat verrassenderwijs de VVD die meer hot air in zijn voorspellingen heeft dan CDA en PvdA bij elkaar. Allereerst de 4,1 miljard die Zalm denkt te verdienen aan loonmatiging. Net zoals de PvdA en het CDA houdt de VVD de loonstijging op inflatieniveau. Bij de PvdA levert dat 2 miljard op, bij het CDA 2,8 miljard en bij de VVD maar liefst 4,1 miljard. Nergens wordt de strenge hand van rekenmeester Don van het CPB meer gemist dan bij deze luchtfietserij.

Zalm rekent de besparingen op brutoloonbetaling voluit toe aan tekortvermindering. Wat hij gemakshalve vergeet, is dat de overheid geen bruto maar netto lonen uitbetaalt: loonbelasting en sociale premies worden ingehouden. Volgens het Planbureau vermindert dat de besparingen tot 2 miljard, de PvdA-aanname. Deze correctie is niet voor discutabele `inverdieneffecten' maar keiharde directe eerste-ronde-effecten. Die weglaten is dan ook gewoon kiezersbedrog.

Verder zien we nog 300 miljoen `vermindering bureaucratie' en maar liefst 2 miljard `vermindering administratieve lasten'. Dit is het soort posten dat in de Wereldbanktijd van één van de auteurs (Van Wijnbergen) altijd automatisch geschrapt werd als landen als Oekraïne of Brazilië ermee aankwamen zonder specifieke maatregelen te noemen. Dit moet hier natuurlijk ook gebeuren, temeer omdat andere VVD-voorstellen juist tot meer bureaucratie leiden. De basisverzekering bijvoorbeeld betekent het einde van het abonnementssysteem voor huisartsen en dus een verdriedubbeling van de administratieve lasten voor die toch al geplaagde sector.

Bij diezelfde basisverzekering wil zowel VVD als CDA een aparte organisatie om een inkomensafhankelijke zorgtoeslag uit te delen, zodat ze de schijn van een inkomensonafhankelijke premie kunnen vasthouden. Ook meer, niet minder, bureaucratie. Verder is `handhaving budgettair kader zorg' (350 miljoen) gezien de wachtlijstgevolgen van dergelijke budgetplafonds niet overtuigend. Halen we de hot air uit de VVD voorstellen dan komen we dus uit op 3,05 miljard, ongeveer het bedrag dat ook de PvdA wil aan bezuinigingen. Wat `soliditeit' betreft kan Balkenende dus met allebei in zee.

Het CDA kan er ook wat van. Ook hier een enthousiaste 1,3 miljard `minder bureaucratie, regels en administratieve lastendruk', ondanks de steun voor de basisverzekering, die van alle drie meer gaat leveren. Om 1,3 miljard in perspectief te zetten, dit soort bezuinigingen levert alleen maar geld op als je ambtenaren kan ontslaan. Voor 1,3 miljard moet je zo ongeveer de hele belastingdienst (30.000 ambtenaren) ontslaan, maar wie int dan belastingen? Of een keer of veertig het hele (kern) ministerie van Economische Zaken met zijn 700 ambtenaren. Dat gaat dus niet gebeuren.

In dezelfde categorie valt de 300 miljoen door `fraudebestrijding'. En 700 miljoen per jaar terugdringen ziekteverzuim, zonder aan te geven hoe, kan er ook uit. Verder nog 800 miljoen rijkrekenarij via loonmatiging (we zetten iedereen terug op de eerste ronde CPB-effecten van loonmatiging, dus op 2 miljard), dan zit er dus bij het CDA 3,1 miljard lucht en een totale saldoverbetering van 4,3 miljard in plaats van 7,4 miljard. En dan hebben we het nog niet over de belofte van Balkenende om in twee jaar de belangrijkste wachtlijsten weg te werken ook dat kost geld.

Ook de PvdA ontsnapt de stofkam niet, zij het dat er minder aan blijft hangen. De enige boterpost bij de PvdA is 400 miljoen bezuiniging op geneesmiddelen en bureaucratie in de zorg. Dit soort `bezuinigingen' wordt meestal door budgetplafonds afgedwongen, waar de wachtlijsten juist door ontstaan zijn en die in de praktijk tot meer, niet minder bureaucratie leiden. De PvdA gaat dus ook terug, naar 3,1 miljard in plaats van 3,5 miljard.

Kortom, de drie grote partijen zitten alledrie rond 3 à 4 miljard en werken daarmee het structurele begrotingstekort van 0,5 procent van het bbp ruimschoots weg, maar komen niet in de buurt van de overschotten die zowel CDA als VVD claimen. Is dat erg, zoals Balkenende ons wil doen geloven? Is een tekort van gemiddeld nul (en dus een staatsschuld die nominaal constant blijft) een affront voor toekomstige generaties?

Allereerst de Europese regels. Met hun geschoonde plannen zitten alledrie op het spoor om aan alle voorwaarden van het Stabiliteitspact te voldoen, hetgeen Paars nooit gelukt is. Het feitelijk tekort van 3 procent blijft ver buiten beeld en met een structureel tekort van nul wordt ook voldaan aan de eis van evenwicht over de conjunctuurcyclus heen. Verder heeft de Europese Commissie ook voorgesteld om die voorwaarde voortaan te meten met het structureel tekort als meetlat. De geschoonde plannen passen dus in de Europese afspraken.

Maar moet ondanks het Stabiliteitspact die schuld niet gewoon weg als een onredelijke last voor toekomstige generaties? Allereerst, schuld is niet qualitate qua slecht. Die toekomstige generaties krijgen ook infrastructuur mee die onder meer met die schuld gefinancierd is. Wegen, scholen, spoor- en elektriciteitsnetten, universiteiten, ziekenhuizen bij elkaar veel meer waard dan de schuld van ruim 200 miljard. Bij een beoordeling van wat we de toekomstige generatie toeschuiven moet de hele staatsbalans meegenomen worden, niet alleen de schuldenposten. Toekomstige generaties profiteren ook van die infrastructuur, waarom zouden ze die gratis krijgen, temeer daar het gemiddeld inkomen over 30 jaar ongeveer twee keer zo hoog zal zijn als het nu is. Dit soort cadeautjes aan mensen die veel rijker zullen zijn dan wij nu, lijkt me moeilijk te verdedigen.

Maar moeten we niet reserveren voor de lasten die de vergrijzing gaat brengen? Het antwoord is ja, maar dat betekent niet dat de schuld afbetaald moet worden in 30 jaar. Die 1 procent surplus komt van een (overigens uitstekende) CPB-studie, maar deze studie nam als benchmark onder meer ongewijzigd arbeidsmarktparticipatiebeleid. Zo wordt in dat scenario een WAO-bestand van 1,6 miljoen voorspeld. Als de huidige WAO-doelstellingen gehaald zouden worden (halvering van de instroom) voorspelt dezelfde studie dat geen budgettaire aanpassing meer nodig is om de vergrijzing te accommoderen.

Met een gemiddeld nominaal tekort van nul daalt de schuld sowieso in reële termen (gecorrigeerd voor inflatie) met zo'n procent of twee, drie per jaar. In verhouding tot het nationaal inkomen daalt de schuld met een procent of 5 per jaar (2,5 procent inflatie en 2,5 procent trendgroei). Dit betekent dat de schuld elke 15 jaar halveert als percentage van het nationaal inkomen, en daarmee ook de financieringslast waarmee wij toekomstige generaties opzadelen. Over dertig jaar is die financieringslast dus tot een kwart gedaald van wat hij nu is als we ons aan het Stabiliteitspact houden.

Als we ons houden aan het Stabiliteitspact is de vergrijzing in Nederland dus geen budgettair probleem, maar meer een arbeidsmarktparticipatieprobleem. Als wij serieus iets doen aan de WAO en de lage arbeidsmarktsparticipatie van allochtonen, vrouwen (nog steeds) en ouderen, dragen we meer bij aan het inspelen op de vergrijzing en de daaruit voortvloeiende tekorten bij de AOW, dan wanneer we krampachtig die schuld afbetalen. Dat geldt dubbel als die schuldafbetaling zou leiden tot bezuinigingen die arbeidsmarktparticipatie verlagen in plaats van verhogen, zoals onder het Strategisch Akkoord gebeurd zou zijn.

Prof.dr. R. Beetsma is hoogleraar Macro-economie en prof.dr. S. van Wijnberen is hoogleraar Staathuiskunde aan de Universiteit van Amsterdam.