`Ook oudere allochtoon kan taal leren'

Hoe moeilijk is het voor oudere allochtonen om de Nederlandse taal te leren, zoals politieke partijen graag willen? ,,Ouderen hebben over het algemeen meer moeite om nieuwe informatie te onthouden.''

Het is voor oudere allochtonen moeilijk, maar zeker niet onmogelijk om de Nederlandse taal goed te leren. Dit stellen onderzoekers in een reactie op de plannen van alle grote politieke partijen om hogere eisen te stellen aan de inburgering van zowel nieuw- als oudkomers.

In september vorig jaar kondigde demissionair minister van Binnenlandse Zaken Nawijn aan dat naast nieuwkomers ook oudkomers die de Nederlandse taal onvoldoende machtig zijn, een cursus Nederlands moeten volgen. Hij stelde gemeenten die taalcursussen voor oudkomers wilde verzorgen twintig miljoen euro in het vooruitzicht.

Maar een cursus Nederlands moet dan wel worden toegesneden op deze mensen en niet meteen ,,grammatica'' bevatten, aldus H. Mertens, projectleider `Multiculturele Buurt' bij het Nederlands Instituut voor Zorg en Welzijn (NIZW). ,,De lessen moeten aansluiten op hun leefwereld.'' Hij vindt bijvoorbeeld dat mensen zich bij de bakker of de huisarts verstaanbaar moeten kunnen maken.

In opdracht van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) deed de Stichting voor toegepaste gerontologie in 2000 een onderzoek dat de titel `Leren op leeftijd' meekreeg. Het onderzoek richtte zich op projecten voor Nederlands taalonderwijs aan anderstalige ouderen. Hierin werd er rekening mee gehouden dat het voor mensen op latere leeftijd ,,lastig is om een nieuwe taal te leren. Ouderen hebben over het algemeen meer moeite om nieuwe informatie te onthouden''.

Onderzoekster bij de STG N. Schuijt is het eens met Mertens, dat allochtone ouderen een aangepaste cursus moeten kunnen volgen, die bijdraagt aan de zelfredzaamheid. ,,Het onderwijs kan ingebed zijn in een bijeenkomst die ook gezelligheid biedt zoals bijvoorbeeld een naaiclub.'' Maar om ze wat Nederlands bij te brengen is niet altijd even makkelijk, vertelt Schuijt. ,,Sommigen zijn ook in hun eigen taal analfabeet. Ze spreken bijvoorbeeld wel Turks, maar kunnen het niet lezen of schrijven. Dat vormt een extra barrière.'' Tijdens een studiedag georganiseerd door FORUM, het instituut voor multiculturele ontwikkeling en de STG, werd vorig jaar dan ook aanbevolen om de lessen af te stemmen ,,op het tempo, de mogelijkheden en de behoeften van ouderen''. Telefoneren, hulp vragen en boodschappen doen in Nederlandse winkels hoorden daarbij.

Oudere allochtonen die verder willen met het Nederlands, moeten die mogelijkheid krijgen. Volgens Mertens bestaat er nu, in ieder geval van overheidswege, ,,vrijwel niets''. Ook niet om de basisvaardigheden van de taal onder de knie te krijgen.

Het irriteert hem dan ook als er wordt gezegd dat ,,die mensen niet wilden. Ze hebben ook niet echt een kans gehad. Ik heb zelf meegemaakt dat er door een vertegenwoordiger van de overheid werd gezegd die taallessen niet in het beleid op te nemen, omdat het te duur was.''