Nederlanders onder doden vliegtuigongeluk Peru

Onder de doden van het vliegtuigongeluk in het noorden van Peru zijn twee Nederlanders. Afgelopen weekeinde maakte het ministerie van Buitenlandse Zaken in Den Haag bekend dat het twee mannen uit Den Haag van 35 en 37 jaar oud betreft.

Het wrak van het neergestorte toestel, een type Fokker F28, was zaterdagmiddag teruggevonden na een zoekactie van twee dagen. Bij het ongeluk in het Peruaanse Andesgebergte kwamen alle 46 inzittenden om het leven. Aan boord waren vier bemanningsleden en 42 passagiers onder wie zes buitenlanders. De Fokker van de Peruaanse luchtvaartmaatschappij TANS botste frontaal tegen een berg en explodeerde. De autoriteiten sluiten niet uit dat de piloot een navigatiefout maakte.

De restanten van het vliegtuig liggen op 3300 meter hoogte verspreid over een gebied van ongeveer 400 bij 400 meter. Omdat het gebied moeizaam is te bereiken, bekijken de autoriteiten of het mogelijk is van de plek een officiële begraafplaats te maken. Reeds geborgen restanten van de slachtoffers worden in een ziekenhuis door deskundigen onderzocht.

Het vliegtuig was op weg van Chiclayo, dicht bij de kust ongeveer 650 kilometer ten noordwesten van de hoofdstad Lima, naar Chachapoyas, 650 kilometer ten noorden van Lima.

Peru heeft een geschiedenis op het gebied van vliegtuigongelukken met veel doden. In 1998 waren er twee crashes, een Boeing in het Amazonegebied, waarbij 74 van de 87 passagiers omkwamen, en een Antonov van het leger die neerstortte op een huis. Daarbij kwamen 22 mensen om. In 1996 kwamen bij twee grote vliegtuigongelukken in totaal 193 mensen. Een Boeing stortte in oktober in zee, vlak na de start. Later bleek dat een van de onderhoudsmensen vergeten was een plakbandje van de snelheids- en hoogtesensoren te halen.