Klimaat verhindert aanval VS niet

De zomerse hitte en het fijne stof zouden militaire operaties in de Golfregio hinderen. Maar deze zijn, in tegenstelling tot wat wordt aangenomen, niet onmogelijk.

Het wordt algemeen gesteld dat in de Golfregio uitsluitend van november tot april militaire operaties mogelijk zijn. De zinderende hitte en het penetrante stof zouden in de zomermaanden iedere menselijke activiteit smoren. Maar de praktijk is genuanceerder. ,,De [militaire] capaciteiten'', meende Anthony Cordesman, directeur van het Center for Strategic and International Studies (CSIS), onlangs in de Amerikaanse pers, ,,worden niet beperkt door wat nog comfortabel is.'' Dat maar een beperkt aantal maanden per jaar zou kunnen worden gevochten, is, aldus Cordesman, ,,militair bezien ridicuul''.

Er zijn talloze voorbeelden te noemen van woestijncampagnes die in het voorjaar en de zomer zijn gevoerd. De Duitse generaal Erwin Rommel behaalde tijdens de campagnes tegen de Britten in de Libische woestijn in mei en juni 1942 een paar spectaculaire overwinningen.

Ook tijdens de Zesdaagse Oorlog in juni 1967 wisten Israëlische troepen bliksemsnel door de Sinaï-woestijn op te rukken. De Egyptische eenheden hadden wél last van uitval door de hitte, maar dat kwam doordat de tankbemanningen de verwarming binnenin hun gloednieuwe T-54s niet konden uitschakelen – die waren gebouwd voor Russische winteroperaties.

Een Amerikaans offensief tegen het regime in Bagdad zou volgens militaire analisten, naast de voor de hand liggende extra-stress voor de manschappen, op twee manieren negatief kunnen worden beïnvloed door de hitte.

Allereerst zijn moderne wapensystemen door hun gevoelige elektronica kwetsbaarder voor woestijncondities dan de simpeler wapens van Rommel en het Israëlische leger. Dat bleek bijvoorbeeld uit de oefening Swift Sword II, die het Britse leger in augustus 2001 in Oman hield. Bijna de helft van de 66 Challenger tanks viel uit doordat fijn stof door de luchtfilters wist heen te dringen, waardoor de motoren vastliepen. Ook zelfrijdend geschut, helikopters en geweren haperden. De zolen van nieuwe woestijnlaarzen bleken te smelten. Volgens de openbaar gemaakte evaluatie van de oefening moest veel ,,apparatuur worden aangepast''. Dat is intussen gebeurd.

Amerikaanse grondtroepen oefenen in de Mojave-woestijn in het zuidwesten van de VS operaties onder woestijncondities. Een belangrijke les van dat type oefening, dat ook jaarlijks op kleine schaal in Koeweit wordt gehouden, is dat het zwaartepunt van een offensief naar de luchtmacht kan worden verlegd. Warm weer hindert acties met jachtbommenwerpers en gevechtshelikopters niet of nauwelijks.

Een groter probleem dat zich bij een aanval tegen Irak kan voordoen, is de onmogelijkheid om gedurende lange tijd bij warm weer NBC-pakken (ter bescherming tegen massavernietigingswapens) te dragen. Deze kunststof kleding sluit het lichaam volledig af van de buitenlucht om aanvallen met gifgas of bijvoorbeeld miltvuur te pareren, en hindert daardoor de vrije beweging. De aanname dat Irak nog over dit soort strijdmiddelen beschikt, zou de soldaten verplichten om deze pakken te dragen.

Naast de schaduwkanten van operaties in de woestijn zijn er ook voordelen. Het belangrijkste daarvan is de grotere efficiëntie van nachtzicht-apparatuur, waarover de VS-strijdkrachten in ruime mate beschikken. Het staal van de vijandelijke tanks en pantservoertuigen warmt overdag op. Deze hitte wordt door het metaal 's nachts veel moeilijker afgegeven dan door de omgeving. Op de beeldschermen van de hittegevoelige sensoren van de Amerikanen licht het Iraakse materieel dus fel op. De doelen hebben ze dan voor het uitzoeken.