In de nederjazz heerst nog altijd het poldermodel

Twee solisten op hetzelfde instrument, het was in de jazz van een halve eeuw geleden een beproefd sensatiemodel. Volgens impresario Norman Granz was zo'n ontmoeting bijna net zo spannend als een grote bokswedstrijd. En soms was zo'n `battle' dat ook, als de drummers Gene Krupa en Buddy Rich elkaar met rooie koppen bevochten of wanneer de saxofonisten Illinois Jacquet en Flip Phillips streden met hard, hoog en razendsnel om de bijval van het publiek.

Hoe anders speelden twee van zulke duo's in het BIMhuis. De jonge baritonsaxofonisten Juan Martinez en Nils van Haften leken zo gevormd door hun diendende rol in bigbandsecties dat elkaar de loef afsteken niet eens bij hen opkwam bij het tot leven brengen van de nooit populair geworden muziek van pianist Herbie Nichols (1919-'63). Ook bogen ze voor Misha Mengelberg die dat twintig jaar geleden al eens had gedaan.

De twee blazers werkten dan ook eendrachtig samen en het was eerder toeval dan boze opzet dat de zangerige, lichtere bariton van Van Haften beter doorkwam dan het bronzen geknor van Martinez. Dat de geest van Nichols niet echt werd gewekt lag vooral aan pianist Rob van Bavel. Hij swingde net als drummer John Engels heel luchtig en soepel, maar dat was nu juist waar Herbie Nichols niet om bekend stond. Dat het kwintet met op bas Frans van Geest het meest overtuigde in Mengelbergs laconieke bluesje Rumboon was tekenend voor het historisch bewustzijn van deze `tribute to'- groep. Wie een zijrivier bevaart komt niet automatisch bij de bron van de hoofdstroom terecht.

Rob Verdurmen en Arend Niks verrasten in hun Drummers Double Bill juist met een heel sterk eigen repertoire. De variatie aan tempi en maatsoorten is groot en er valt melodisch/harmonisch zoveel te beleven dat je soms een veel groter orkest denkt te horen dan het octetje op het podium. De muziek zit daarbij zo natuurlijk in elkaar dat het je pas na geruime tijd opvalt dat er in het midden twee drummers zitten, die, volslagen ondenkbaar in de jaren vijftig, vlijtig hun partijen lezen. S.O.S heet het stuk van Rob Verdurmen waarin niemand tenondergaat. Als dit al een `drum battle' is, dan wel volgens de conventie van de club van denkende drummers.

Heel fraai, neigend naar het beste van arrangeur/componist Gil Evans, volgt hierna Who will accept this van de hand van Arend Niks. Niet alleen bijzonder traag maar ook nog antispectaculair omdat de twee drummers zich in dit stuk slechts van hun `vegertjes' bedienen.

Om de spanning af te bouwen mag Rob Verdurmen in het slotstuk even de ouderwetse drummer spelen. Bij zijn stoute kinderrol in Kortjankje; bens, boem, klets en kladder, vliegt er een drumstok in de coulissen.

Zijn verbazing is groter dan die van de showdrummer van destijds die na de zoveelste gooi omhoog zijn twee stokken weer perfect wist op te vangen. Dat collega Arend Niks met hem meeleeft bewijst dat in de Nederlandse jazz het poldermodel nog volop werkt. Eenheid in verscheidenheid, dat levert iets op.

Concerten: Juan Martinez/Nils van Haften Kwintet en Drummers Double Bill. Gehoord: 9, 11/1 BIMhuis Amsterdam. 11/1: opname VPRO-radio.